Er gaan te veel mensen naar het Hoger Onderwijs

Deze post is niet bedoeld voor politiek correcte egalitairen die denken dat iedereen een Aristoteles, een Goethe of een Michael Jackson kan worden als ieder maar hard genoeg zijn best doet.

Dat gezegd hebbende, Charles Murray schrijft in zijn boek Real Education (2008) dat de onderwijswereld een leugen leeft. De leugen is dat élk kind kan worden wat hij wil worden. Er is haast niemand die dit gelooft, maar toch zijn we bang om hardop te zeggen dat kinderen verschillen in hun leervermogen. Het romantiseren van het onderwijs doet helaas, hoewel het uit de beste intenties wordt gedaan, meer kwaad dan goed. We vragen te veel van mensen met een laag leervermogen, we vragen verkeerde dingen van mensen met een gemiddeld leervermogen en te weinig van mensen met een sterk leervermogen. Murray attendeert ons erop dat wij in het belang van ons onderwijs de volgende vier simpele waarheden moeten accepteren:

  1. Vermogens variëren;
  2. De helft van de kinderen zijn beneden gemiddeld;
  3. Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs;
  4. De toekomst van ons land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De eerste twee waarheden spreken voor zich. De derde en vierde waarheid vereist echter wat meer uitleg.

Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs
We moeten ons afvragen wat de fractie van de populatie is die het vermogen heeft om zich de leerstof op een Bachelor of Master opleiding eigen kan maken. De fractie is een heel stuk lager dan de proportie mensen die het Hoger Onderwijs volgt.

Met een IQ van 100 is het heel lastig om een havo opleiding te volgen, laat staan om onderwezen te worden in het voortgezet wetenschappelijk onderwijs. Als je gemiddeld bent in wiskunde kun je wat simpele algebra begrijpen, maar je zal waarschijnlijk falen in differentiaalrekening. Dit zijn geen verpletterende tekortkomingen. Je bent intelligent genoeg om honderden verschillende taken en beroepen uit te voeren, maar je komt helaas tekort om een redelijke opleiding af te ronden in het Hoger Onderwijs. Het is mogelijk om met een IQ van 110 of zelfs 100 lezingen van Macro Economie 1 bij te wonen, om het tekstboek te lezen en om toetsen te maken. Ze nemen echter een mikmak van de helft van de informatie op die hen, zeker nadat zij de toets hebben gehaald, achterlaten met de illusie dat zij redelijke kennis bezitten van Macro Economie 1. Eén van de manieren van deze studenten is om zich tactisch te focussen op hoe ze een toets kunnen halen in plaats van hoe ze de leerstof daadwerkelijk kunnen begrijpen.

IQ distributie
Verdeling van IQ-scores onder de normaalverdeling. Bij een gemiddelde IQ-score van 100 valt ongeveer 68% binnen het bereik van één standaarddeviatie van het gemiddelde wat overeenkomt met een IQ-bereik van 85-115.

Er is geen magisch nummer waarmee iemand een redelijk goede opleiding op het Hoger Onderwijs kan doorlopen, maar een IQ van onder de 110 is vrij problematisch voor veel opleidingen. Als ze het goed willen doen, zouden ze minstens een IQ van 110 moeten hebben voor een Bachelor op het HBO en nog hoger voor een universitaire opleiding. Dit is echter ook afhankelijk van de opleiding die de persoon volgt. Voor de distributie van gemiddelde IQ’s per opleiding, kun je deze andere post lezen die ik in het verleden heb geschreven.[1] In 1990 lag de gemiddelde IQ van een student in het Hoger Onderwijs in Amerika nog op 113.[2] Als we zeggen dat het Hoger Onderwijs gemiddeld een IQ van 110-115 behoeft, dan zou het redelijk zijn om aan te nemen dat ongeveer 15% van de bevolking aan het Hoger Onderwijs zou moeten beginnen. Als je het wat verder uitstrekt, misschien 25%. Toch heeft momenteel 45% van iedereen boven de 30 een opleiding afgerond in het Hoger Onderwijs.[3] Ik vermoed dat dit alleen mogelijk is als het niveau van het onderwijs gemiddeld genomen omlaag is gegaan. De consequentie is niet alleen dat er meer studenten kunnen afstuderen, maar ook dat een onderwijsdiploma steeds minder zegt over het kunnen van de student. Dit zouden we ook kunnen terug zien in cijfer-inflatie cijfers. Echter heb ik geen statistieken kunnen vinden van cijfer-inflatie in Nederland, maar ik ben wel op de hoogte van de onstuimige cijfer-inflatie in Amerika en Engeland. Dit is ook een probleem in een tijd waarin ‘hoogopgeleiden’ moeilijk aan een baan kunnen komen. Als er steeds meer mensen ‘overgekwalificeerd’ zijn voor de banen die ze doen, hebben wij dan nog wel zoveel ‘hoogopgeleiden’ nodig en moeten we niet meer aandacht besteden aan het goed opleiden van mensen met lagere leervermogens?

Grade Inflation USA
Cijfer-inflatie in Amerika

Ik denk dat Murrays stelling dat er te veel mensen naar het Hoger Onderwijs gaan een erg redelijke stelling is. Als het ‘Hoger Onderwijs’ steeds toegankelijker wordt voor minder intelligente studenten, dan wordt het begrip zelf steeds meer een oxymoron.

Daarnaast stelt Murray dat de toekomst van het land afhankelijk is van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De toekomst van het land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen
Als we een ‘intellectueel begaafd’ persoon – ik weet dat dit begrip zeer relatief is, omdat het aannemelijk is dat een persoon met een IQ van 160 een persoon met een IQ van 130 niet begaafd vindt – definiëren als degene die de potentie heeft om een goede theoretische natuurkundige te worden, dan spreken we misschien over een proportie van 1 op 100.000.[4] Murray zelf zegt enkelen per 1.000, maar volgens mij is hij veel te optimistisch. Maar als ‘intellectueel begaafd’ correleert met een IQ van minstens 120, dan kunnen we zeggen dat ongeveer 10% van de bevolking onder deze groep valt. Dit is een IQ die benodigd is voor vrijwel alle hoge posities in de samenleving als beleidsmakers, dokters, schrijvers, onderzoekers etc. De top 10% van de intelligentie distributie heeft een enorme invloed op de gezondheid van onze economie, cultuur en sociale instituten. Zo gezegd kunnen we concluderen dat de toekomst van ons land afhankelijk is van hoe we de volgende generatie met opmerkelijk hoge intelligentie onderwijzen.

Referenties
[1] Ik had gekeken naar Amerika omdat ik geen statistieken heb kunnen vinden over de gemiddelde IQ per Nederlandse opleiding. Hierin heb ik gekeken naar de gemiddelde SAT scores van studenten per gevolgde opleiding die zijn omgezet naar corresponderende IQ-scores. Hierin zien we een grote afwijking in gemiddelde IQ-scores per opleiding. De laagst scorende zijn Social Work (103), Early Childhood (104), Student Counseling (105), Home Economics (106) en Administration (107). De vijf hoogst scorende zijn Physics & Astronomy (133), Mathematical Sciences (130), Philosophy (129), Economics (128), Chemical Engineering (128).

[2] Zie https://chhaylinlim.wordpress.com/2014/09/24/book-review-richard-j-herrnstein-charles-murray-the-bell-curve/

[3] Zie http://www.dub.uu.nl/plussen-en-minnen/2014/09/15/nederland-wordt-steeds-slimmer.html

[4] Zie http://infoproc.blogspot.nl/2005/02/out-on-tail.html

 

Advertisements

Achille Mbembe en de ‘vernegering’ van de mens

Ik las laatst een artikel in de correspondent waarin de post-koloniale filosoof Achille Mbembe wordt geïnterviewd.

In deze post wil ik beschrijven wat ik van het artikel denk en waarom Mbembe fout zit.

1. Het artikel zit vol statements en bevat vrijwel geen rationele argumenten die de statements ondersteunen. Dat is erg jammer.

2. Mbembe is een postkoloniaal denker, een stroming die voortkomt uit de Kritische Theorie van de neo-Marxistische Frankfurt School van begin 20e eeuw. Zijn denken is daardoor sterk beïnvloed door Karl Marx wiens ideeën weer sterk beïnvloed zijn door G.W. Hegel. Ik vertel dit omdat je met dit perspectief zijn ideeën beter kan plaatsen. Het idee van ‘vervreemding’ waar Mbembe het over heeft is ook terug te vinden in Hegel en het idee dat de arbeider vervreemd raakt van zijn eigen arbeid, van het product dat hij levert, van zichzelf en zijn natuur en van andere arbeiders doordat hij wordt ‘geobjectificeerd’ komt specifiek direct van Marx.

3. Volgens mij heeft hij, net als Marx en neo-Marxisten, een slecht begrip van wat kapitalisme is. Het kapitalisme zegt niks over wat een juist waardesysteem is – het is neutraal en maakt geen oordeel over wat een juiste of morele en onjuiste of immorele actie is. Mbembe zegt dat het kapitalisme als doel een burn-out en een gebrek aan slaap heeft. Dit is niet waar. Kapitalisme betekent alleen maar dat iedereen kapitaal kan bezitten. Kapitaal zijn productiemiddelen waarmee meer consumentengoederen kunnen worden geproduceerd per uur, per geleverde energie, per arbeider. De groter wordende productiviteit zorgt ervoor dat de mens voldoende levens- en entertainment middelen tot beschikking heeft met minder arbeid, waardoor hij meer vrije tijd overhoudt. Vergelijk de situatie van nu met 150 jaar geleden. Het aantal uren dat we werken is gehalveerd. Waar we voorheen misschien 70 uur/week werken is het nu 35 uur/week. Kapitalisme maakt mensen vrijer en het is in deze vrijheid dat de meeste mensen de tijd vinden om juist datgene wat hen vrijer heeft gemaakt, het kapitalisme, te bekritiseren.

4. Kapitalisme wordt ondersteund door de klassiek liberale filosofie. Deze filosofie zegt dat je het recht hebt op je eigen lichaam, vrijheid en bezittingen. Je bent vrij om je eigen waarden te kiezen en om je eigen doelen te kiezen zolang je maar niet het zelfbeschikkingsrecht, vrijheidsrecht, en eigendomsrecht van anderen ontneemt. Neem je iemands lichaam weg, dan is dat moord. Neem je iemands vrijheid weg, dan is dat slavernij. Neem je iemands bezittingen weg, dan is dat diefstal. Het ironische is dat Mbembe kapitalisme bekritiseert, maar blijkbaar niet beseft dat het idee van kapitalisme is gebaseerd op de klassiek liberale filosofie en dat het juist de klassiek liberale filosofen waren die van oudsher tegen slavernij waren. Zij zagen dat ieder mens gelijke rechten had.

5. Mbembe heeft het er steeds over dat het kapitalisme alles beperkt tot een ‘allesomvattend waardesysteem’. Nergens legt hij uit wat dit waardesysteem is. Marxisten zijn heel goed in het gebruiken van verhullende en vage termen. Zo ook is dit ‘allesomvattend waardesysteem’ van het kapitalisme een ondoorzichtige term. Als het kapitalisme niks zegt over welke waarden personen moeten aannemen, zorgt dat dan niet voor diversiteit in waarden? Kapitalisme laat je vrij om liefde te hebben voor de natuur, of spiritualiteit, of muziek, of beeldende kunst, of natuurkunde etc. De waarde van een product wordt uiteindelijk altijd door jou zelf bepaald. Dat is iets wat Marxisten altijd fout hebben gehad: zij denken dat producten en diensten objectieve waarden kunnen zijn, uitgedrukt in een vaste prijs. Als je er meer over wilt weten dan kun je je verdiepen Marx’ Labour Theory Of Value. Deze theorie klopt niet. Waarde is altijd subjectief en zit in hoofden van mensen. Dat een iPhone 500 euro kost betekent niet dat het product daadwerkelijk ook echt 500 euro waard is. Omdat waarden subjectief zijn, zal ik alleen het product kopen die ik waardevoller acht dan de prijs waarvoor de entrepreneur het aanbiedt.

6. Omdat iedereen onder kapitalisme vrij is om zijn eigen voorkeuren en waarden te hebben, werkt dit erg bevrijdend. Andere waarden leiden tot andere menselijke doelen, andere acties en andere manieren waarop wij onszelf manifesteren in de wereld. Dit zorgt voor diversiteit. Mensen worden niet beperkt tot één ‘allesomvattende waardesysteem’.

7. Mbembe spreekt uit tegen het korte-termijn denken van mensen. Kapitalisme heeft geen waardeoordeel over korte- vs lange-termijn denken. Een persoon die besluit om al zijn geld te besteden aan drinken en feesten heeft een voorkeur voor korte-termijn genot, terwijl een persoon die besluit om zijn geld te sparen om zichzelf te verdiepen in filosofie en spiritualiteit heeft weer de voorkeur aan de opbrengst van persoonlijke groei op de lange-termijn. Kapitalisme belet je niet in het maken van één van beide keuzes.

8. Toch wil ik benadrukken dat veel dingen in geld worden uitgedrukt, maar daar is niks mis mee. Geld en prijzen zijn een fenomeen die van nature zijn ontstaan, omdat mensen op efficiënte manier willen samenwerken. Om te kunnen samenwerken, moet je kunnen handelen. Als jij wilt dat ik voor jou appels pluk, dan wil ik 50 euro, maar kapitalisme laat mensen vrij om te handelen zonder er een prijs aan vast te plakken. Iedereen is bijvoorbeeld vrij om te doneren of om vrijwilligerswerk te doen. Om meer inzicht te krijgen in hoe het prijssysteem menselijke samenwerking bevordert, raad ik de lezer aan om “I, Pencil” van Leonard Read te lezen of op te zoeken op youtube.

9. Er schuilt onder post-koloniale en marxistische denkers een zeer pessimistisch en neerbuigend beeld over mensen. Zij hebben een ‘ideaal mens’ voor ogen die dezelfde waarden heeft als zij dat hebben. Mensen die niet aan hun beeld van de ‘ideale mens’ voldoen, lijden aan vervreemding, objectificatie of aan geestelijke en spirituele stoornissen die worden veroorzaakt door het kapitalisme. Mensen die een business willen starten en er zelf rijk mee willen worden zijn ‘vervreemd van zichzelf’. Maar wat is de ‘ik’ waar ze het over hebben? Wij zijn volgens hen alleen authentieke personen zodra wij aan hun beeld van de ‘ideale type mens’ voldoen. Zij plaatsen mensen die niet aan het beeld voldoen steeds weer in een minderwaardige positie. Is dit niet pure arrogantie? Puur stigmatiserend?

10. Volgens Mbembe worden mensen opzij gezet, omdat ze niet meer als slaaf kunnen worden uitgebuit zoals de Neger in het vroegkapitalisme. Dat is niet waar. Mensen worden niet opzij gezet. Mensen bezitten waardevolle eigenschappen: intelligentie, creativiteit, arbeid etc. Deze dingen zijn gewild en het is om deze reden dat ze worden gevraagd om deze eigenschappen om te ruilen voor loon. Kapitalisme sluit mensen economisch en maatschappelijk niet buiten. Zie hoe kapitalisme het leven van mensen heeft verrijkt. Als er geen kapitalisme was, zouden Cambodjanen nog steeds slaven van elkaar zijn of ze zouden allemaal op het platteland werken zonder landbouwmachines. Wij in het westen zijn zo rijk geworden door het kapitalisme dat we ons niet meer zoveel bezig hoeven te houden met werk, dat wij onze kinderen naar school kunnen sturen en wij tijd over houden om onszelf te verdiepen in dingen als kunst, literatuur en de geesteswetenschappen.

11. Mbembe wil vechten voor het behoud van faculteiten die de mens en zijn handelen kritisch bevragen. De geesteswetenschappen, net zoals de sociale wtenschappen, is doordrongen door ideologie. Deze ideologiën doen de maatschappij meer kwaad dan goed, omdat ze vaak niet berust zijn op rede en logica. De geesteswetenschappen en academici hebben zich ook zo ver afgezonderd van de maatschappij dat zij amper nog in staat zijn om een realistische blik te werpen op de samenleving. Daarnaast liggen academici in bed met de overheid. Natuurlijk willen zij dat er meer geld wordt besteed aan onderwijs en vecht een academicus als Mbembe ervoor om de geesteswetenschappen te laten bestaan, want op het eind van de dag is dat waar deze groep mensen hun brood mee verdienen. Daardoor zijn academici bij uitstek niet de juiste personen die onafhankelijk kunnen denken. Ik weet bijvoorbeeld dat filosofie faculteiten worden gestimuleerd om meer vrouwen aan te nemen, omdat zij hierdoor meer subsidies ontvangen. Het aantal onafhankelijke en objectieve academici wordt steeds kleiner.

12. Volgens Mbembe heeft het neoliberalisme ons vermogen to verbeelden beperkt. Voor post-koloniale denkers is het neoliberalisme de eeuwige ‘boogeyman’, maar ik lees zelden een goede uitleg wat het neoliberalisme volgens hun inhoudt – zo ook in dit artikel.

13. Mbembe wilt dat we van de aarde een ‘allesomvattende gemeenschap’ maken waar in de verbondenheid verscheidenheid kan plaatsvinden. Hoe ziet deze gemeenschap er dan uit?

14. Mbembe zegt ook dat er maar één wereld is en dat we er allemaal recht op hebben. Wat bedoelt hij hiermee? Als ik een appelboom in mijn tuin plant, heeft mijn buurman en de rest van de buurt ook recht om de appels van mijn appelboom te plukken?

15. Verder zegt Mbembe dat politici niet meer goed zijn in het aan het licht brengen van de boodschap dat we een allesomvattende gemeenschap moeten vormen waarin iedereen recht heeft op de ene wereld, omdat ze zich teveel op rationaliteit en zakelijkheid beroepen en te weinig op sentimenten. Volgens mij klopt ook deze statement niet. Politiek heeft zich altijd berust op het sentiment van het volk. Als ik zo naar de politiek kijk en terugdenk aan mijn ene debat met een D66-politicus, zie ik geen schrijntje rationaliteit. Het is altijd: hoe kan ik mezelf zo verwoorden en opstellen dat het publiek denkt dat de ander fout zit. De inhoud wordt ondergeschikt gemaakt aan populariteit.

16. Tot slot, Mbembe wilt graag dat de politicus passie mobiliseert. Dit lijkt me zeer gevaarlijk. Het publiek dat al zo onwetend is over politieke issues – waar ze trouwens alle recht op hebben, omdat ze rationeel onwetend zijn – is het laatste wat ik wil een publiek dat gepassioneerd hun onwetendheid manifesteert. Als je meer wil lezen over rationele onwetendheid en waarom de stemmer altijd onkundig is over maatschappelijke issues, dan raad ik je aan om het begrip ‘rational ignorance’ op te zoeken of om in te lezen in Public Choice Theory.

Zijn Cambodjanen ‘Anti-fragile’?

Een vriendin van me bracht tijdens een discussie eens het begrip ‘Anti-fragility’ naar boven. Om uit te leggen wat het betekent gaf ze als voorbeeld het porceleinen kopje dat fragiel is. Als we het kopje laten vallen, breekt het. De meesten zouden denken dat als we het niet meer willen laten breken, we het moeten verharden. Het verharden is het creëren van ‘Resilience’. Maar wat als we het niet verharden, maar de structuur ervan zo maken dat het kopje telkens zou groeien wanneer het zou vallen? Dat is ‘Anti-fragility’. Voor een verdere uitleg wat het inhoudt, verwijs ik je graag door naar de wikipedia website.

Ter illustratie, kunnen we drie mythes nemen die elk symbool staan voor ‘Fragility’, ‘Resilience’ en ‘Anti-fragility’. De eerste is de mythe van het zwaard van Damocles, de tweede is de mythe van de Phoenix en de derde de mythe van de Hydra.

Fragile vs Resilient vs Antifragile

Ik kan me wel goed in de gedachte vinden ‘Anti-fragility’ en zie parallellen met de pre-Socratische filosoof Heraclites en Nietzsche. Alle twee zien immense waarde in pijn en innerlijke oorlog.

Heraclites zei “Oorlog is de vader van alles en de koning van alles”. Alles wat ontstaat, dus ook het goede in ons leven, komt uit een constante oorlog en vernietiging van iets.
Nietzsche heeft filosofen ervan beschuldigd dat zij ‘goedheid’ en ‘moraliteit’ gelijkstellen aan de afwezigheid van pijn en verdriet. In ‘De Vrolijke Wetenschap’ schrijft hij dat alleen immense pijn kan leiden tot de ultieme emancipatie van de geest. Dat je uit ernstige ziekte, zelf-twijfel en andere kwellingen sterker wordt en een verfijnder smaak krijgt voor vreugde. Negatieve emoties en slechte ervaringen hebben om die reden veel nut zolang we ze gebruiken om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Vandaar dus ook zijn beroemde uitspraak “What does not kill me, only makes me stronger”. Zijn ideale mens is de mens die van het leven houdt en die door zijn gevoeligheid voor het leven in staat is om continue af te breken en zichzelf weer op te bouwen. Dat proces noemt hij ‘zelfoverkoming’.

Als ik zo kijk naar Cambodjanen en me afvraag of ze ‘Anti-fragile’ zijn dan denk ik van niet, hoewel ze in een unieke situatie zitten waarin ze als bijna geen ander de mogelijkheid hebben om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Ik had ergens ooit een onderzoek gelezen dat eind jaren ’90 nog ongeveer 60% van de Cambodjaanse volwassen vluchtelingen lijdt aan PTSD en ongeveer 50% lijdt aan depressie. En dat wanneer beide ouders aan PTSD lijden, ongeveer 40% van de kinderen lijdt aan PTSD in hun jeugd. Als alleen één ouder lijdt aan PTSD, dan lijdt ongeveer 25% van de kinderen in hun jeugd aan PTSD. Dat vond ik als 2e-generatie Cambodjaan best wel schokkende cijfers.

Hoe bouwt een gemeenschap ‘Anti-fragility’ op? Door te leren omgaan met pijn. Dit betekent dat we niet moeten vluchten voor onze pijnen in drugs, alcohol en gokken. Niet vluchten in het collectief, niet in het vaderland, niet in nationalistische trots, niet in de verering van het Khmerrijk, niet in oude normen en waarden, maar dat we focussen op ons heden en onszelf alszijnde individuen versterken. We moeten geen zelfmedelijden hebben. We moeten ons waken voor de misinterpretatie van karma en niet denken, zoals sommige ouderen doen, dat ons sobere leven het gevolg is van slechte acties die wij hebben gedaan in een vorig leven. Zijn Cambodjanen resilient/veerkrachtig? Eerlijk gezegd heb ik ’t idee van niet. Wij hebben best wel een cultuur van zelf-medelijden, jaloezie, afgunst en beschuldiging. Wij vinden trots in nutteloze dingen als oude cultuur en nationalisme. Ik vind het jammer dat ik dit moet zeggen als Cambodjaans zijnde, maar ons cultuur is best wel ziek. De enige manier om een cultuur beter te maken is het te bekritiseren en erover in dialoog gaan. Kritiek is essentieel voor ‘Anti-fragility’, want het breekt je waarna je jezelf weer kan opbouwen.

Waar Keynes de mis in ging: 1. Rentestanden

John Maynard Keynes is de invloedrijkste econoom van de 20e eeuw geweest die zowel grote invloed heeft gehad op het politiek beleid als op het economisch denken. Het is om deze reden dat het cruciaal is voor de moderne denker om bekend te zijn met zijn ideeën – met name met zijn The General Theory Of Employment, Interest, and Money (1936) – als hij het economisch politieke klimaat wilt begrijpen, ongeacht of hij het eens is met Keynes of niet.

Toen Keynes stierf werd hij als volgt benoemd door de London Times,

“a very great Englishman… a man of genius, who as a political economist had a world-wide influence on the thinking both of specialists and of the general public… To find an economist of comparable influence one would have to go back to Adam Smith.” (Hazlitt, 1959, p. 1)

De invloed van Keynes zijn ideeën leeft ook door in hoe de meeste economen en overheden omgaan met de huidige economische crisis. Gregory Mankiw, professor economie aan Harvard, zegt

“If you [are] going to turn to only one economist to understand the problems facing the economy, there is little doubt that the economist would be John Maynard Keynes. Although Keynes died more than a half century ago, his diagnosis of recessions and depressions remains the foundation of modern macroeconomics.” (Lewis, 2009, p. 6)

Wat Keynes in het kort voorschrijft in een economische recessie is:
1. de Centrale Banken moeten de geldhoeveelheid vergroten;
2. zodat het aanbod van loanable funds toeneemt;
3. waardoor de rente omlaag gaat;
4. en het aantrekkelijker wordt voor banken om het nieuw gecreëerde geld te lenen;
5. die het dan weer beschikbaar stellen voor consumentenleningen en investeringen;
6. zodat er meer geïnvesteerd en geconsumeerd wordt;
7. en er meer vraag komt naar consumentengoederen;
8. en de economie dus weer groeit.

De kern van Keynes zijn boek is dat de rente naar beneden moest worden gedreven.

Keynes als theoreticus en beleidsmaker
De General Theory is zowel een economisch theoretisch boek als een politiek beleidsmatig boek. Volgens de econoom John H. Williams die Keynes persoonlijk goed kende was het het Beleid wat heeft geleid tot de Theorie. Robert Skidelsky, een biograaf van Keynes, is ermee eens en zegt: “He invented Theory to justify what he wanted to do.” (Lewis, 2009, p. 11)

Er schuilt een groot gevaar wanneer academici zichzelf bezig gaan houden met beleid: de objectiviteit van academici kan hiermee in het geding komen. Academici zouden objectief moeten zijn – een soort van profetische bewaarder van de realiteit en de toekomst.

Er is nu wel voldoende gezegd over Keynes, zijn invloed en welk beleid hij in het algemeen voorschrijft in tijden van economische crisis. Laten we nu kijken naar één van de onderwerpen waar hij de mis in ging: rentestanden. Hierbij zal ik voornamelijk gebruik maken van Hunter Lewis’ Where Keynes Went Wrong (2009), het originele werk van Keynes’ General Theory (1936) en Ludwig von Mises’ Human Action (1949).

Keynes en rentestanden
In de General Theory schrijft Keynes het volgende:

“There remains an allied, but distinct, matter… which deserves rehabilitation and honour. I mean the doctrine that the rate of interest is not self-adjusting at a level best suited to the social advantage but constantly tends to rise too high, so that a wise government is concerned to curb it by statute and custom and even by invoking the sanctions of the moral law.” (p. 218).

Het is dus de taak voor de overheid om rentestanden te verlagen. Echter, beschrijft hij nergens hoe hij erop is gekomen wat de beste rentestand is dat leidt tot gewenste sociale voordeel. Het idee dat de rentestand die wordt bepaald door de markt niet optimaal is is daarnaast een regelrechte aanval op het prijssysteem.

Zijn kritiek op de rentestanden wordt ook geuit in de volgende passage:

“That the world after several millennia of steady individual saving, is so poor … is to be explained … by the high liquidity-premiums … attaching to money.” (p. 152)

Verder noemt Keynes de hoge rentes een “outstanding evil” en de primaire obstakel voor groei en welvaart (p. 281).

Wat is dan de ideale rentestand? Keynes schrijft:

“I should guess that a properly run community … ought to be able to bring down the marginal efficiency of capital in equilibrium approximately to zero within a single generation”. (p. 140)

Juist, de ideale rentestand zou ongeveer 0 moeten zijn.

Waarom Keynes fout zit over rentestanden
Het is belangrijk om te beseffen wat rente werkelijk is. Het is een vrij complex fenomeen die afhankelijk is van verscheidene factoren. De rente beweegt met de vraag en aanbod voor krediet. Als de Centrale Bank het aanbod van krediet verhoogt, dan neigt de rente te dalen. Als het aanbod wordt verlaagt, dan neigt de rente te stijgen. En wat bepaalt dan de vraag en aanbod voor krediet? Dat is op de eerste plaats de individuele tijdsvoorkeuren die mensen hebben voor het houden van geld: het geld uit het inkomen dat mensen in de economie wensen te sparen en te investeren in plaats van te consumeren. Hoe meer er wordt gespaard,  hoe minder vraag er is naar geld en hoe meer geld er beschikbaar komt voor investeringen, hoe groter het aanbod van loanable funds en hoe lager de rente wordt. Hoe meer er wordt geconsumeerd, hoe groter de vraag naar geld komt en lager het aanbod van loanable funds wordt en hoe hoger de rente wordt.

Rente is om deze reden een prijs op geleend geld. Het is de prijs die op geld is gelegd, omdat de spaarder – het spaargeld van spaarders spekt de loanable funds op – zijn huidige consumptie opgeeft voor een later consumptie. De essentie van het rente-fenomeen ligt dus in de kosten die de leningverstrekker draagt. Ludwig von Mises legt het mooi uit in Human Action (1949):

“What gratifies less is abandoned in order to attain something that pleases more. That which is abandoned is called the price paid for the attainment of the end sought. The value of the price paid is called costs. Costs are equal to the value attached to the satisfaction which one must forego in order to attain the end aimed at.” (p. 97)

Wanneer de Centrale Bank de krediethoeveelheid vergroot, geld creëert uit het niets, dan reflecteert dit niet de onderliggende spaar- en consumptievoorkeuren van het volk. Zodra de opgespekte geldhoeveelheid verder in de economie stroomt zullen prijzen voor goederen en diensten ook verder stijgen en zal de rente weer terugkeren naar het originele niveau. Dat betekent dat als Keynes de rente op ongeveer 0 wilt houden, de Centrale Bank continue geld moet blijven injecteren in de economie.

Maar het verhaal is hierbij nog niet afgelopen. Als de prijzen blijven stijgen, anticipeert het volk verdere prijsstijgingen en hebben ze een neiging om hun tijdsvoorkeur voor geld te verlagen, omdat ze dan het onmiddelijke geld kunnen uitgeven tegen een waarde die hoger ligt dan in de toekomst. Hierdoor wordt de beschikbare krediet weer kleiner en neigt de rente naar een hoger niveau.

Als we Keynes zijn advies van ongeveer 0% rente zouden opvolgen, dan moet de Centrale Bank voortdurend meer en meer geld in de economie blijven pompen en zouden mensen zoveel mogelijk belet moeten worden om geld te sparen. We zouden leven in een wereld van hoge inflatie, zelfs hyperinflatie wat de kapitaalstructuur van onze samenleving totaal zou vernietigen. We zouden ook leven in een continue creatie van economische zeepbellen en crashes. Het nieuwe geld dat vrij komt met kredietgroei kan doorstromen naar bijvoorbeeld aandelen waardoor aandeelprijzen stijgen of naar huizen waardoor huizenprijzen stijgen en bubbles creëren in deze twee plaatsen wat overigens ook de prominente veroorzaker was van de huidige financiële crisis. De uiteindelijke consequentie van Keynes zijn beleid is een totale wantrouwen in geld en de totale vernietiging van het geldsysteem.

Bibliografie
Hazlitt, H. (1959). The Failure of the “New Economics”. Opgehaald van https://mises.org

Keynes, J.M. (1936). The General Theory of Employment, Interest, and Money. Opgehaald van https://cas.umkc.edu

Lewis, H. (2009). Where Keynes went wrong: … and why world governments keep creating inflation, bubbles, and busts …. Mount Jackson: Axios Press.

Mises von, L. (1949). Human Action: The Scholar’s Edition. Opgehaald van https://mises.org

 

Verhoging van minimumlonen is een slechte ontwikkeling in Cambodja

Het minimumloon in Cambodja is de afgelopen twee jaar met 40% gestegen van $100 naar $140. Zie onderstaande statistieken: de stijging is absurd!

Minimum wages Cambodia

Het is jammer dat zoveel mensen, onwetend van economie, denken dat het minimumloon een prijsvloer is dat iedereen een betere levensstandaard geeft naarmate het wordt verhoogd. Als dat zo zou zijn, waarom zouden we het minimumloon niet verhogen naar $1 miljoen of $1 miljard? Wat maakt het nummer $140 zo magisch dat dat het juiste minimumloon zou zijn voor 2016? Nee, het minimumloon is geen prijsvloer, maar is een horde waar je overheen moet springen als je werkzaam wilt blijven. Mensen die niet de productiviteit kunnen opbrengen van minstens $140 – vaak zijn dit de laagst geschoolden en gehandicapten – zullen werkloos worden. Het minimumloon heeft dus systematische werkloosheid als consequentie. Het minimumloon dat vaak is bedoeld om de zwaksten in de samenleving te beschermen zorgt ervoor dat dezen gemarginaliseerd worden en verder afglijden naar de afgrond. Het minimumloon is historisch gezien daarom ook vaak ingevoerd ter discriminatie van bepaalde bevolkingsgroepen. Onder het apartheidssysteem in Zuid-Afrika werd het minimumloon bijvoorbeeld ingevoerd door blanke vakbonden om zwarte werkers die vaak minder productief waren dan blanke werkers werkloos te houden. Zo werd er in de jaren ’20 in Australië ook minimumlonen ingevoerd om het blanke volk te beschermen van de hatelijke competitie van Chinezen die bereid waren om harder te werken voor minder geld.

Een andere reden om tegen het minimumloon te zijn is dat dit de werknemer het recht ontneemt om op prijs te concurreren met andere werknemers. Waarom wordt het een individu die geen baan kan vinden verboden om op een werkgever af te stappen en te zeggen dat hij graag wilt werken voor $100? Wie heeft het recht om te beslissen of het individu wel of niet zijn arbeid mag verkopen voor een bepaalde prijs? Is er een andere partij die een grotere claim heeft op jouw lichaam en het arbeid dat jij verricht dat hij mag bepalen dat jij niet mag werken voor minder dan $140?

Ik vind het jammer om dit te zien gebeuren in Cambodja en ik vrees dat als de minimumlonen verder zullen stijgen steeds meer fabriekseigenaren uit het land vertrekken. Mochten ze hiertoe besluiten, het is wel hun goed recht.