Category Archives: Cultuur

Wim van Rooy over de Islam

Ik vind dit een uiterst interessante discussie over de Islam.

De vraag die wordt gesteld: “is de westerse cultuur in botsing met de fundamenten van de Islam?” Wim van Rooy denkt van wel en biedt een interessant perspectief waarom dat zo zou zijn.

Advertisements

Er gaan te veel mensen naar het Hoger Onderwijs

Deze post is niet bedoeld voor politiek correcte egalitairen die denken dat iedereen een Aristoteles, een Goethe of een Michael Jackson kan worden als ieder maar hard genoeg zijn best doet.

Dat gezegd hebbende, Charles Murray schrijft in zijn boek Real Education (2008) dat de onderwijswereld een leugen leeft. De leugen is dat élk kind kan worden wat hij wil worden. Er is haast niemand die dit gelooft, maar toch zijn we bang om hardop te zeggen dat kinderen verschillen in hun leervermogen. Het romantiseren van het onderwijs doet helaas, hoewel het uit de beste intenties wordt gedaan, meer kwaad dan goed. We vragen te veel van mensen met een laag leervermogen, we vragen verkeerde dingen van mensen met een gemiddeld leervermogen en te weinig van mensen met een sterk leervermogen. Murray attendeert ons erop dat wij in het belang van ons onderwijs de volgende vier simpele waarheden moeten accepteren:

  1. Vermogens variëren;
  2. De helft van de kinderen zijn beneden gemiddeld;
  3. Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs;
  4. De toekomst van ons land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De eerste twee waarheden spreken voor zich. De derde en vierde waarheid vereist echter wat meer uitleg.

Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs
We moeten ons afvragen wat de fractie van de populatie is die het vermogen heeft om zich de leerstof op een Bachelor of Master opleiding eigen kan maken. De fractie is een heel stuk lager dan de proportie mensen die het Hoger Onderwijs volgt.

Met een IQ van 100 is het heel lastig om een havo opleiding te volgen, laat staan om onderwezen te worden in het voortgezet wetenschappelijk onderwijs. Als je gemiddeld bent in wiskunde kun je wat simpele algebra begrijpen, maar je zal waarschijnlijk falen in differentiaalrekening. Dit zijn geen verpletterende tekortkomingen. Je bent intelligent genoeg om honderden verschillende taken en beroepen uit te voeren, maar je komt helaas tekort om een redelijke opleiding af te ronden in het Hoger Onderwijs. Het is mogelijk om met een IQ van 110 of zelfs 100 lezingen van Macro Economie 1 bij te wonen, om het tekstboek te lezen en om toetsen te maken. Ze nemen echter een mikmak van de helft van de informatie op die hen, zeker nadat zij de toets hebben gehaald, achterlaten met de illusie dat zij redelijke kennis bezitten van Macro Economie 1. Eén van de manieren van deze studenten is om zich tactisch te focussen op hoe ze een toets kunnen halen in plaats van hoe ze de leerstof daadwerkelijk kunnen begrijpen.

IQ distributie
Verdeling van IQ-scores onder de normaalverdeling. Bij een gemiddelde IQ-score van 100 valt ongeveer 68% binnen het bereik van één standaarddeviatie van het gemiddelde wat overeenkomt met een IQ-bereik van 85-115.

Er is geen magisch nummer waarmee iemand een redelijk goede opleiding op het Hoger Onderwijs kan doorlopen, maar een IQ van onder de 110 is vrij problematisch voor veel opleidingen. Als ze het goed willen doen, zouden ze minstens een IQ van 110 moeten hebben voor een Bachelor op het HBO en nog hoger voor een universitaire opleiding. Dit is echter ook afhankelijk van de opleiding die de persoon volgt. Voor de distributie van gemiddelde IQ’s per opleiding, kun je deze andere post lezen die ik in het verleden heb geschreven.[1] In 1990 lag de gemiddelde IQ van een student in het Hoger Onderwijs in Amerika nog op 113.[2] Als we zeggen dat het Hoger Onderwijs gemiddeld een IQ van 110-115 behoeft, dan zou het redelijk zijn om aan te nemen dat ongeveer 15% van de bevolking aan het Hoger Onderwijs zou moeten beginnen. Als je het wat verder uitstrekt, misschien 25%. Toch heeft momenteel 45% van iedereen boven de 30 een opleiding afgerond in het Hoger Onderwijs.[3] Ik vermoed dat dit alleen mogelijk is als het niveau van het onderwijs gemiddeld genomen omlaag is gegaan. De consequentie is niet alleen dat er meer studenten kunnen afstuderen, maar ook dat een onderwijsdiploma steeds minder zegt over het kunnen van de student. Dit zouden we ook kunnen terug zien in cijfer-inflatie cijfers. Echter heb ik geen statistieken kunnen vinden van cijfer-inflatie in Nederland, maar ik ben wel op de hoogte van de onstuimige cijfer-inflatie in Amerika en Engeland. Dit is ook een probleem in een tijd waarin ‘hoogopgeleiden’ moeilijk aan een baan kunnen komen. Als er steeds meer mensen ‘overgekwalificeerd’ zijn voor de banen die ze doen, hebben wij dan nog wel zoveel ‘hoogopgeleiden’ nodig en moeten we niet meer aandacht besteden aan het goed opleiden van mensen met lagere leervermogens?

Grade Inflation USA
Cijfer-inflatie in Amerika

Ik denk dat Murrays stelling dat er te veel mensen naar het Hoger Onderwijs gaan een erg redelijke stelling is. Als het ‘Hoger Onderwijs’ steeds toegankelijker wordt voor minder intelligente studenten, dan wordt het begrip zelf steeds meer een oxymoron.

Daarnaast stelt Murray dat de toekomst van het land afhankelijk is van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De toekomst van het land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen
Als we een ‘intellectueel begaafd’ persoon – ik weet dat dit begrip zeer relatief is, omdat het aannemelijk is dat een persoon met een IQ van 160 een persoon met een IQ van 130 niet begaafd vindt – definiëren als degene die de potentie heeft om een goede theoretische natuurkundige te worden, dan spreken we misschien over een proportie van 1 op 100.000.[4] Murray zelf zegt enkelen per 1.000, maar volgens mij is hij veel te optimistisch. Maar als ‘intellectueel begaafd’ correleert met een IQ van minstens 120, dan kunnen we zeggen dat ongeveer 10% van de bevolking onder deze groep valt. Dit is een IQ die benodigd is voor vrijwel alle hoge posities in de samenleving als beleidsmakers, dokters, schrijvers, onderzoekers etc. De top 10% van de intelligentie distributie heeft een enorme invloed op de gezondheid van onze economie, cultuur en sociale instituten. Zo gezegd kunnen we concluderen dat de toekomst van ons land afhankelijk is van hoe we de volgende generatie met opmerkelijk hoge intelligentie onderwijzen.

Referenties
[1] Ik had gekeken naar Amerika omdat ik geen statistieken heb kunnen vinden over de gemiddelde IQ per Nederlandse opleiding. Hierin heb ik gekeken naar de gemiddelde SAT scores van studenten per gevolgde opleiding die zijn omgezet naar corresponderende IQ-scores. Hierin zien we een grote afwijking in gemiddelde IQ-scores per opleiding. De laagst scorende zijn Social Work (103), Early Childhood (104), Student Counseling (105), Home Economics (106) en Administration (107). De vijf hoogst scorende zijn Physics & Astronomy (133), Mathematical Sciences (130), Philosophy (129), Economics (128), Chemical Engineering (128).

[2] Zie https://chhaylinlim.wordpress.com/2014/09/24/book-review-richard-j-herrnstein-charles-murray-the-bell-curve/

[3] Zie http://www.dub.uu.nl/plussen-en-minnen/2014/09/15/nederland-wordt-steeds-slimmer.html

[4] Zie http://infoproc.blogspot.nl/2005/02/out-on-tail.html

 

Achille Mbembe en de ‘vernegering’ van de mens

Ik las laatst een artikel in de correspondent waarin de post-koloniale filosoof Achille Mbembe wordt geïnterviewd.

In deze post wil ik beschrijven wat ik van het artikel denk en waarom Mbembe fout zit.

1. Het artikel zit vol statements en bevat vrijwel geen rationele argumenten die de statements ondersteunen. Dat is erg jammer.

2. Mbembe is een postkoloniaal denker, een stroming die voortkomt uit de Kritische Theorie van de neo-Marxistische Frankfurt School van begin 20e eeuw. Zijn denken is daardoor sterk beïnvloed door Karl Marx wiens ideeën weer sterk beïnvloed zijn door G.W. Hegel. Ik vertel dit omdat je met dit perspectief zijn ideeën beter kan plaatsen. Het idee van ‘vervreemding’ waar Mbembe het over heeft is ook terug te vinden in Hegel en het idee dat de arbeider vervreemd raakt van zijn eigen arbeid, van het product dat hij levert, van zichzelf en zijn natuur en van andere arbeiders doordat hij wordt ‘geobjectificeerd’ komt specifiek direct van Marx.

3. Volgens mij heeft hij, net als Marx en neo-Marxisten, een slecht begrip van wat kapitalisme is. Het kapitalisme zegt niks over wat een juist waardesysteem is – het is neutraal en maakt geen oordeel over wat een juiste of morele en onjuiste of immorele actie is. Mbembe zegt dat het kapitalisme als doel een burn-out en een gebrek aan slaap heeft. Dit is niet waar. Kapitalisme betekent alleen maar dat iedereen kapitaal kan bezitten. Kapitaal zijn productiemiddelen waarmee meer consumentengoederen kunnen worden geproduceerd per uur, per geleverde energie, per arbeider. De groter wordende productiviteit zorgt ervoor dat de mens voldoende levens- en entertainment middelen tot beschikking heeft met minder arbeid, waardoor hij meer vrije tijd overhoudt. Vergelijk de situatie van nu met 150 jaar geleden. Het aantal uren dat we werken is gehalveerd. Waar we voorheen misschien 70 uur/week werken is het nu 35 uur/week. Kapitalisme maakt mensen vrijer en het is in deze vrijheid dat de meeste mensen de tijd vinden om juist datgene wat hen vrijer heeft gemaakt, het kapitalisme, te bekritiseren.

4. Kapitalisme wordt ondersteund door de klassiek liberale filosofie. Deze filosofie zegt dat je het recht hebt op je eigen lichaam, vrijheid en bezittingen. Je bent vrij om je eigen waarden te kiezen en om je eigen doelen te kiezen zolang je maar niet het zelfbeschikkingsrecht, vrijheidsrecht, en eigendomsrecht van anderen ontneemt. Neem je iemands lichaam weg, dan is dat moord. Neem je iemands vrijheid weg, dan is dat slavernij. Neem je iemands bezittingen weg, dan is dat diefstal. Het ironische is dat Mbembe kapitalisme bekritiseert, maar blijkbaar niet beseft dat het idee van kapitalisme is gebaseerd op de klassiek liberale filosofie en dat het juist de klassiek liberale filosofen waren die van oudsher tegen slavernij waren. Zij zagen dat ieder mens gelijke rechten had.

5. Mbembe heeft het er steeds over dat het kapitalisme alles beperkt tot een ‘allesomvattend waardesysteem’. Nergens legt hij uit wat dit waardesysteem is. Marxisten zijn heel goed in het gebruiken van verhullende en vage termen. Zo ook is dit ‘allesomvattend waardesysteem’ van het kapitalisme een ondoorzichtige term. Als het kapitalisme niks zegt over welke waarden personen moeten aannemen, zorgt dat dan niet voor diversiteit in waarden? Kapitalisme laat je vrij om liefde te hebben voor de natuur, of spiritualiteit, of muziek, of beeldende kunst, of natuurkunde etc. De waarde van een product wordt uiteindelijk altijd door jou zelf bepaald. Dat is iets wat Marxisten altijd fout hebben gehad: zij denken dat producten en diensten objectieve waarden kunnen zijn, uitgedrukt in een vaste prijs. Als je er meer over wilt weten dan kun je je verdiepen Marx’ Labour Theory Of Value. Deze theorie klopt niet. Waarde is altijd subjectief en zit in hoofden van mensen. Dat een iPhone 500 euro kost betekent niet dat het product daadwerkelijk ook echt 500 euro waard is. Omdat waarden subjectief zijn, zal ik alleen het product kopen die ik waardevoller acht dan de prijs waarvoor de entrepreneur het aanbiedt.

6. Omdat iedereen onder kapitalisme vrij is om zijn eigen voorkeuren en waarden te hebben, werkt dit erg bevrijdend. Andere waarden leiden tot andere menselijke doelen, andere acties en andere manieren waarop wij onszelf manifesteren in de wereld. Dit zorgt voor diversiteit. Mensen worden niet beperkt tot één ‘allesomvattende waardesysteem’.

7. Mbembe spreekt uit tegen het korte-termijn denken van mensen. Kapitalisme heeft geen waardeoordeel over korte- vs lange-termijn denken. Een persoon die besluit om al zijn geld te besteden aan drinken en feesten heeft een voorkeur voor korte-termijn genot, terwijl een persoon die besluit om zijn geld te sparen om zichzelf te verdiepen in filosofie en spiritualiteit heeft weer de voorkeur aan de opbrengst van persoonlijke groei op de lange-termijn. Kapitalisme belet je niet in het maken van één van beide keuzes.

8. Toch wil ik benadrukken dat veel dingen in geld worden uitgedrukt, maar daar is niks mis mee. Geld en prijzen zijn een fenomeen die van nature zijn ontstaan, omdat mensen op efficiënte manier willen samenwerken. Om te kunnen samenwerken, moet je kunnen handelen. Als jij wilt dat ik voor jou appels pluk, dan wil ik 50 euro, maar kapitalisme laat mensen vrij om te handelen zonder er een prijs aan vast te plakken. Iedereen is bijvoorbeeld vrij om te doneren of om vrijwilligerswerk te doen. Om meer inzicht te krijgen in hoe het prijssysteem menselijke samenwerking bevordert, raad ik de lezer aan om “I, Pencil” van Leonard Read te lezen of op te zoeken op youtube.

9. Er schuilt onder post-koloniale en marxistische denkers een zeer pessimistisch en neerbuigend beeld over mensen. Zij hebben een ‘ideaal mens’ voor ogen die dezelfde waarden heeft als zij dat hebben. Mensen die niet aan hun beeld van de ‘ideale mens’ voldoen, lijden aan vervreemding, objectificatie of aan geestelijke en spirituele stoornissen die worden veroorzaakt door het kapitalisme. Mensen die een business willen starten en er zelf rijk mee willen worden zijn ‘vervreemd van zichzelf’. Maar wat is de ‘ik’ waar ze het over hebben? Wij zijn volgens hen alleen authentieke personen zodra wij aan hun beeld van de ‘ideale type mens’ voldoen. Zij plaatsen mensen die niet aan het beeld voldoen steeds weer in een minderwaardige positie. Is dit niet pure arrogantie? Puur stigmatiserend?

10. Volgens Mbembe worden mensen opzij gezet, omdat ze niet meer als slaaf kunnen worden uitgebuit zoals de Neger in het vroegkapitalisme. Dat is niet waar. Mensen worden niet opzij gezet. Mensen bezitten waardevolle eigenschappen: intelligentie, creativiteit, arbeid etc. Deze dingen zijn gewild en het is om deze reden dat ze worden gevraagd om deze eigenschappen om te ruilen voor loon. Kapitalisme sluit mensen economisch en maatschappelijk niet buiten. Zie hoe kapitalisme het leven van mensen heeft verrijkt. Als er geen kapitalisme was, zouden Cambodjanen nog steeds slaven van elkaar zijn of ze zouden allemaal op het platteland werken zonder landbouwmachines. Wij in het westen zijn zo rijk geworden door het kapitalisme dat we ons niet meer zoveel bezig hoeven te houden met werk, dat wij onze kinderen naar school kunnen sturen en wij tijd over houden om onszelf te verdiepen in dingen als kunst, literatuur en de geesteswetenschappen.

11. Mbembe wil vechten voor het behoud van faculteiten die de mens en zijn handelen kritisch bevragen. De geesteswetenschappen, net zoals de sociale wtenschappen, is doordrongen door ideologie. Deze ideologiën doen de maatschappij meer kwaad dan goed, omdat ze vaak niet berust zijn op rede en logica. De geesteswetenschappen en academici hebben zich ook zo ver afgezonderd van de maatschappij dat zij amper nog in staat zijn om een realistische blik te werpen op de samenleving. Daarnaast liggen academici in bed met de overheid. Natuurlijk willen zij dat er meer geld wordt besteed aan onderwijs en vecht een academicus als Mbembe ervoor om de geesteswetenschappen te laten bestaan, want op het eind van de dag is dat waar deze groep mensen hun brood mee verdienen. Daardoor zijn academici bij uitstek niet de juiste personen die onafhankelijk kunnen denken. Ik weet bijvoorbeeld dat filosofie faculteiten worden gestimuleerd om meer vrouwen aan te nemen, omdat zij hierdoor meer subsidies ontvangen. Het aantal onafhankelijke en objectieve academici wordt steeds kleiner.

12. Volgens Mbembe heeft het neoliberalisme ons vermogen to verbeelden beperkt. Voor post-koloniale denkers is het neoliberalisme de eeuwige ‘boogeyman’, maar ik lees zelden een goede uitleg wat het neoliberalisme volgens hun inhoudt – zo ook in dit artikel.

13. Mbembe wilt dat we van de aarde een ‘allesomvattende gemeenschap’ maken waar in de verbondenheid verscheidenheid kan plaatsvinden. Hoe ziet deze gemeenschap er dan uit?

14. Mbembe zegt ook dat er maar één wereld is en dat we er allemaal recht op hebben. Wat bedoelt hij hiermee? Als ik een appelboom in mijn tuin plant, heeft mijn buurman en de rest van de buurt ook recht om de appels van mijn appelboom te plukken?

15. Verder zegt Mbembe dat politici niet meer goed zijn in het aan het licht brengen van de boodschap dat we een allesomvattende gemeenschap moeten vormen waarin iedereen recht heeft op de ene wereld, omdat ze zich teveel op rationaliteit en zakelijkheid beroepen en te weinig op sentimenten. Volgens mij klopt ook deze statement niet. Politiek heeft zich altijd berust op het sentiment van het volk. Als ik zo naar de politiek kijk en terugdenk aan mijn ene debat met een D66-politicus, zie ik geen schrijntje rationaliteit. Het is altijd: hoe kan ik mezelf zo verwoorden en opstellen dat het publiek denkt dat de ander fout zit. De inhoud wordt ondergeschikt gemaakt aan populariteit.

16. Tot slot, Mbembe wilt graag dat de politicus passie mobiliseert. Dit lijkt me zeer gevaarlijk. Het publiek dat al zo onwetend is over politieke issues – waar ze trouwens alle recht op hebben, omdat ze rationeel onwetend zijn – is het laatste wat ik wil een publiek dat gepassioneerd hun onwetendheid manifesteert. Als je meer wil lezen over rationele onwetendheid en waarom de stemmer altijd onkundig is over maatschappelijke issues, dan raad ik je aan om het begrip ‘rational ignorance’ op te zoeken of om in te lezen in Public Choice Theory.

Zijn Cambodjanen ‘Anti-fragile’?

Een vriendin van me bracht tijdens een discussie eens het begrip ‘Anti-fragility’ naar boven. Om uit te leggen wat het betekent gaf ze als voorbeeld het porceleinen kopje dat fragiel is. Als we het kopje laten vallen, breekt het. De meesten zouden denken dat als we het niet meer willen laten breken, we het moeten verharden. Het verharden is het creëren van ‘Resilience’. Maar wat als we het niet verharden, maar de structuur ervan zo maken dat het kopje telkens zou groeien wanneer het zou vallen? Dat is ‘Anti-fragility’. Voor een verdere uitleg wat het inhoudt, verwijs ik je graag door naar de wikipedia website.

Ter illustratie, kunnen we drie mythes nemen die elk symbool staan voor ‘Fragility’, ‘Resilience’ en ‘Anti-fragility’. De eerste is de mythe van het zwaard van Damocles, de tweede is de mythe van de Phoenix en de derde de mythe van de Hydra.

Fragile vs Resilient vs Antifragile

Ik kan me wel goed in de gedachte vinden ‘Anti-fragility’ en zie parallellen met de pre-Socratische filosoof Heraclites en Nietzsche. Alle twee zien immense waarde in pijn en innerlijke oorlog.

Heraclites zei “Oorlog is de vader van alles en de koning van alles”. Alles wat ontstaat, dus ook het goede in ons leven, komt uit een constante oorlog en vernietiging van iets.
Nietzsche heeft filosofen ervan beschuldigd dat zij ‘goedheid’ en ‘moraliteit’ gelijkstellen aan de afwezigheid van pijn en verdriet. In ‘De Vrolijke Wetenschap’ schrijft hij dat alleen immense pijn kan leiden tot de ultieme emancipatie van de geest. Dat je uit ernstige ziekte, zelf-twijfel en andere kwellingen sterker wordt en een verfijnder smaak krijgt voor vreugde. Negatieve emoties en slechte ervaringen hebben om die reden veel nut zolang we ze gebruiken om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Vandaar dus ook zijn beroemde uitspraak “What does not kill me, only makes me stronger”. Zijn ideale mens is de mens die van het leven houdt en die door zijn gevoeligheid voor het leven in staat is om continue af te breken en zichzelf weer op te bouwen. Dat proces noemt hij ‘zelfoverkoming’.

Als ik zo kijk naar Cambodjanen en me afvraag of ze ‘Anti-fragile’ zijn dan denk ik van niet, hoewel ze in een unieke situatie zitten waarin ze als bijna geen ander de mogelijkheid hebben om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Ik had ergens ooit een onderzoek gelezen dat eind jaren ’90 nog ongeveer 60% van de Cambodjaanse volwassen vluchtelingen lijdt aan PTSD en ongeveer 50% lijdt aan depressie. En dat wanneer beide ouders aan PTSD lijden, ongeveer 40% van de kinderen lijdt aan PTSD in hun jeugd. Als alleen één ouder lijdt aan PTSD, dan lijdt ongeveer 25% van de kinderen in hun jeugd aan PTSD. Dat vond ik als 2e-generatie Cambodjaan best wel schokkende cijfers.

Hoe bouwt een gemeenschap ‘Anti-fragility’ op? Door te leren omgaan met pijn. Dit betekent dat we niet moeten vluchten voor onze pijnen in drugs, alcohol en gokken. Niet vluchten in het collectief, niet in het vaderland, niet in nationalistische trots, niet in de verering van het Khmerrijk, niet in oude normen en waarden, maar dat we focussen op ons heden en onszelf alszijnde individuen versterken. We moeten geen zelfmedelijden hebben. We moeten ons waken voor de misinterpretatie van karma en niet denken, zoals sommige ouderen doen, dat ons sobere leven het gevolg is van slechte acties die wij hebben gedaan in een vorig leven. Zijn Cambodjanen resilient/veerkrachtig? Eerlijk gezegd heb ik ’t idee van niet. Wij hebben best wel een cultuur van zelf-medelijden, jaloezie, afgunst en beschuldiging. Wij vinden trots in nutteloze dingen als oude cultuur en nationalisme. Ik vind het jammer dat ik dit moet zeggen als Cambodjaans zijnde, maar ons cultuur is best wel ziek. De enige manier om een cultuur beter te maken is het te bekritiseren en erover in dialoog gaan. Kritiek is essentieel voor ‘Anti-fragility’, want het breekt je waarna je jezelf weer kan opbouwen.

Megalomane Social Justice Warriors voeren een oorlog op je bewustzijn

Het woord ‘bossy’ was slechts één van de vele woorden die de belachelijke megalomane social justice warriors willen verbannen. Hun dictatoriale praktijken om de culturele psyche van een samenleving te veranderen heeft volgens hun te maken met het creëeren van ‘gelijkheid’, maar over wiens definitie van ‘gelijkheid’ hebben ze het eigenlijk? Natuurlijk is het hun definitie – zij definiëren wat fout en wat juist is en zoals je je wel kan voorstellen wordt de inhoud ervan ingevuld door de ideologie die ze aanhangen.

Hun ‘social justice’ ideologie die wordt bijgestaan door de immens intellectuele kracht van zulke beroemde filosofische figuren als Chomsky, Adorno, Marcuse, Horkheimer, Fromm, Gramsci, Sartre, Habermas en Zizek is niet ‘gelijke rechten’ of een ‘gelijke claim op burgerschapsrechten’ zoals werd geopperd in de tijd van de Verlichting. Het doel is een uitvoerige verandering van de samenleving waarin ‘oneerlijke’ privileges, hiërarchiën en distributie van goederen worden vernietigd. De radicale egalitaire mentaliteit van 19-eeuwse Marxisten en linkse anarchisten die het eigendomsrecht trachten af te schaffen zijn nu wellicht nog steeds niet wijdverbreid in trek, maar het heeft nu wel plaatsgemaakt voor een soortgelijke egalitaire mentaliteit die elke ongelijkheid in alle sferen van de samenleving – bezit, vrije tijd, sociale status, educatieve mogelijkheden etc. – wil elimineren. De hierboven genoemde filosofen, misschien geleerd hebbende dat Marx’ idee om private bezittingen te verbieden zoals werd gedaan in de Soviet Unie en andere communistische staten niet heeft geleid tot het gewenste resultaat in welvaart en welzijn, hebben Marx’ economische idee slechts herschreven en uitgebreid naar culturele termen. Ze zagen dat de kans dat het proletariaat een revolutie zou ontketenen zeer minimaal was en schrijven daarom een sluipende culturele revolutie voor. Geen enkele gewoonte, traditie, instituut, wet of hiërarchie zou ‘gelijkheid’ nog in de weg staan. Zelfs de menselijke taal zou veranderd moeten worden zodat het bewustzijn van het volk niets anders wil dan ‘gelijkheid’ en zich niet kan uitdrukken in termen van ‘ongelijkheid’.

Ze hebben alle lagen van de samenleving doordrongen. Ze zijn prominent aanwezig in academia, in de politiek, in activistische sferen en roepen ook om het verbannen van andere woorden en zinnen als “Je bent zo welbespraakt” omdat dit de boodschap geeft dat het ongewoon is dat iemand met zijn achtergrond niet intelligent zou zijn. Ze willen zelfs het woord “vriendje” of “vriendinnetje” verbannen, omdat deze woorden seksistisch zouden zijn en transseksuelen of hermafrodieten zich niet ‘gelijk’ voelen. Ze willen zelfs woorden als “vader” en “moeder” vervangen met “ouders”, omdat dit geslachtsneutraal zou zijn. Sommigen willen ook de term “hardwerkende” verbannen, omdat dit associaties van hardwerkende zwarte slaven op katoenvelden zou oproepen bij mensen met Afrikaanse voorouders – een associatie die vaak gepaard gaat met de associatie van de ‘agressor’, de blanke man die volgens hun zowel ‘geslachts- als witte privileges’ heeft.

De intellectuele argumentatie om zulke woorden te verbannen is beschreven in hun definitie van ‘micro-agressie’. Blijkbaar zijn zulke woorden beledigend, neerbuigend en veronderstellen ze een ongelijkheid tussen twee persona’s waardoor ze aangemerkt moeten worden als ‘micro-agressief’. Echter, niet alleen woorden kunnen aangemerkt worden als ‘micro-agressief’, maar ook gedragingen. Zo is het een vorm van ‘micro-agressie’ als je een Aziaat vraagt om je te helpen met wiskunde of om tegen een vrouw te zeggen dat ze meer moet lachen of wanneer je je handtas iets steviger vasthoudt, omdat je een groep Marokkanen passeert.

O, de idioterie van deze mensen kent geen grenzen!

Microaggression list

Spontane orde

Velen denken dat de samenleving uiteenvalt zonder een groot sociologisch plan, uitgevoerd en opgelegd door een centraal orgaan. Echter, niets is minder waar. Een leuk voorbeeld is te zien in dit korte filmpje van een verkeerspunt onder spitstijd, terwijl de verkeerslichten het niet doen:

Het is een interessant microkosmisch voorbeeld van hoe orde spontaan kan ontstaan vanuit individuen die allen uit eigen interesse ageren. Deze spontane orde staat, naar mijn mening, analoog met een anarchistische samenleving. Het proces zelf is een evolutionair proces dat de mens onmogelijk op voorhand kan bevatten. Het filmpje herinnert me aan het Taoistische concept van “wu wei” (niet handelen tegen de aard der dingen) en Lao Tze’s gezegde dat wanneer de heerser niks doet, het volk zichzelf verandert en zichzelf corrigeert. Heersers worden om deze reden ontmoedigd om mensen te coördineren door middel van een veelvoud aan wetten en regels – tenminste, als zij een harmonieuse samenleving nastreven.

Ik ben sterk overtuigd dat de mens mentaal onkundig is om een samenleving volgens een groot sociologisch plan te ontwerpen zoals bv fascisten en socialisten willen, omdat de samenleving zelf het resultaat is van de interacties van ontelbare menselijke acties dat niemand, tenzij hij alwetend is, kan begrijpen. De totstandkoming van het resultaat van deze talloze menselijke acties is daarvoor veel te complex. Andere voorbeelden van spontane orde zijn taal en de vrije markt. De mens zou nooit een taal dat zo complex en gerafinneerd is kunnen designen door centraal bewuste interventies. Zo ook is er geen enkel persoon die schijnbaar iets simpels als een potloot kan maken zoals Leonard Read heeft geschreven in I, Pencil (1958). Desondanks is de mens toch in staat om potloden te produceren via een spontaan ontstane productieve orde waarin talloze mensen, ieder agerend vanuit eigen interesse, samenwerken:

Zulke voorbeelden tonen aan dat het simpelweg niet waar is dat de samenleving centraal gestuurd moet worden om tot een harmonisch geheel te komen. De mens is een zelf-regulerend organisme dat zo nodig elkaar en zichzelf regels oplegt om harmonieus samen te leven.

Ik Dans De Roamvong

Zaterdagavond, 14 november, was het dan eindelijk zover: het ‘Ik dans de Roamvong’ event zou starten om 18:00. Het zou een eenmalig experimentele avond worden waarin Cambodjaanse jongeren, wonend in Nederland en België, hun kunsten ter gehore of ten tonele zou stellen.

Het event was in één woord “fenomenaal!” Ondanks de regenbuien en de harde winden, ontfermde de avond zich als een warme deken over het evenement. De opkomst, waarvan initieel werd verwacht dat het voornamelijk zou bestaan uit jongeren, was uiteindelijk een mooie mix van jong en oud geworden. De eerste generatie Cambodjanen konden op deze avond zien wat de tweede generatie onder andere beweegt: kunst.

Het publiek werd geweldig vermaakt met het optreden van Témy Phem die na een welkomstwoord van de hoofdorganisatrice, Samboleap Tol, de avond aftrapte met een drietal nummers die mij persoonlijk diep ontroerden. De nummers waren zoals hij tevens ook al had omschreven vrij melancholisch, wat overigens misschien ook wel paste bij het feit dat de avond ervoor een aanslag heeft plaats gevonden in Parijs. Tijdens het overweldigende optreden van Témy, werd ik overwelmd met het gevoel dat dit een speciale avond zou worden. Alle aanwezigen zouden getuige zijn van wat naar mijn idee een verbroedering werd van Cambodjaanse Nederlanders en Belgen. Het was een avond waarin we konden genieten van mensen binnen onze gemeenschap – mensen die ik of al lang geleden uit het oog ben verloren of nooit heb gekend, mensen met diepe passies, mensen die aantonen dat er ook binnen onze gemeenschap een verlangen heerst om een hogere expressie te geven aan hun persoonlijke identiteit. Ik wist niet dat er in onze Cambodjaans-Nederlandse gemeenschap zulke leuke opzienbarende artiesten waren. Na Témy, kreeg Cheerted Keo de gelegenheid om zijn twee kunstwerken – een schildering waarbij een persoon de horizon optilt en een illustere illustratie gebaseerd op het Cambodjaanse verhaal van de monnik en de krokodil – toe te lichten. Cheerted’s werken zijn zeer aansprekend. Ze zijn vaak zwaar beladen, gevuld met mysterie en hebben een merkwaardig magisch realistische uitstraling. Alhoewel hij beweert dat zijn werken ontstaan uit een spontaan creatief proces zonder diepere betekenis, krijgt de toeschouwer toch vaak het gevoel dat er een boodschap verscholen ligt door het opmerkelijke gebruik van perspectieven en kleuren waarmee de werkelijkheid wordt gemanipuleerd. Ze zouden voor filosofen het middelpunt van ellenlange esthetische analyses en discussies kunnen zijn. Om een voorbeeld te noemen: wat betekent het dat de persoon op het zwart-witte doek de horizon optilt? Wilt Cheerted hiermee aangeven dat er achter onze direct zintuiglijk waarneembare werkelijkheid een hogere realiteit verscholen zit – twee werelden die door Immanuel Kant onderscheiden wordt in een fenomenale en een noumenale wereld of door Plato in een vergankelijke en een ideeënwereld?

Cheerted horizon

Cheerted Keo Monk Crocodile

Vervolgens stond Sophie Ek op het programma. Ze was speciaal vanuit Londen naar Breda gekomen om deel te nemen aan het evenement. Ze greep in haar opvoering mooi terug op de Cambodjaanse geschiedenis, vertelde dat Cambodja in korte tijd verscheidene volksliederen heeft gehad en heeft er één ten gehore gebracht, liet een interview met haar vader horen over Cambodjaanse liedjes van voor de oorlog en zong tot slot a capella twee klassieke nummers – Bopha Lockey en Chuncheat Khmer. Beide liederen zijn volgens mij alom bekend onder Cambodjanen. Het was prachtig om te zien dat het hele publiek op de maat meeklapte. Ze riepen bij mij een sterk nostalgisch en vredig gevoel op, zeker Bopha Lockey, en onderstreepten nogmaals het feit dat wij een gemeenschappelijke geschiedenis hebben en dat wij voortgekomen zijn uit een moederland dat duizenden kilometers verderop ligt. Na Sophie, vertelde Settia Tin de achterliggende verhalen van de foto’s die ze aan het publiek ten toon heeft gesteld. Ze heeft geprobeerd om in de vier getoonde foto’s de emotionele kanten van mannen op de plaat vast te leggen. Dit heeft geresulteerd in een reeks foto’s van tranende en genaakbare mannen van wie hun emoties op kundige wijze zijn geschoten. De tranen vloeiden voort uit de dialogen die Settia met de mannen heeft gehad. Vervolgens trad Kim’s Funky Corporation, een band bestaande uit een mix van Nederlanders en één Cambodjaan, op. KFC speelde afwisselend Engelstalig en Cambodjaanstalige nummers. Hun optreden zat vol energie. Het publiek – zowel de ouderen als de jongeren – swingde heerlijk mee op de funky muziek. Enkele nummers die de revue passeerden waren Chnam Oun Dobpram Mouy, Come Together en Ches Cyclo. Aansluitend speelden de DJ’s Lop Ahtar (Ratha Pol) en K-Soul tot aan het einde van de avond.

12232668_10207957912524477_4443424541033935035_o

Naarmate de avond vorderde, ontviel me langzaamaan het diepere besef dat er zich inderdaad een speciale avond aan het ontvouwen was. Nu ik terug reflecteer op de avond en het succes erachter probeer te begrijpen, besef ik me dat een meervoud van factoren hebben bijgedragen. Het evenement wekte een zekere vorm van nostalgie op bij blijkbaar niet alleen mij, maar ook bij andere Cambodjanen. Het werd die avond al geuit toen Kimberley Chhay tijdens haar loofwoord voor Samboleap op het podium vertelde dat ze het jammerlijk vond dat de tweede generatie niet meer met elkaar omgaan zoals ze vroeger deden op Cambodjaanse feesten. Dat waren de zorgeloze tijden waarin we als jonge kinderen werden meegenomen naar Cambodjaanse feesten door onze ouders. Dit zijn feesten die zeer rigide zijn in hun structuur en weinig vernieuwends te bieden hebben. De traditioneel opgezette Cambodjaanse feesten zijn hun aantrekkingskracht op de jongeren al lang verloren. De lagere opkomst onder de jeugd voor zulke feesten zou een indicatie kunnen zijn voor ouderen dat de tweede generatie zich niet meer verbonden voelt met de eerste generatie en de Cambodjaanse cultuur. ‘Roamvong’ bewijst juist het tegendeel en is aldus een geruststellende affirmatie voor de ouderen dat de jongere generatie zich nog sterk geëngageerd voelt met het Cambodjaanse cultuurgoed. Vergeleken met andere Cambodjaanse feesten, was ‘Roamvong’ een frisse wind – er zat diepgang in het programma, het thema was niet-traditioneel en organisatorisch gezien getuigde het van enorme dapperheid. De zaal was klein, het was onzeker of het evenement wel genoeg Cambodjanen zou aanspreken en of ouderen zich wel konden vinden in de gehele opzet. Uiteindelijk is gebleken dat de avond symbolisch stond voor verbroedering en wederzijds begrip tussen de tweede en eerste generatie Cambodjanen. Het ironische is dat juist datgene, kunst, dat in de Cambodjaanse cultuur volgens mij niet genoeg gewaardeerd wordt, het middel was dat jong en oud bond. Kunst was het middel waarmee de jongeren de geruststellende boodschap hebben afgegeven aan de eerste generatie dat de Cambodjaanse cultuur voortleeft in hun kinderen. Het heeft ons een vorm van escapisme gegeven waarin de alledaagse werkelijkheid en onderlinge verschillen even vergeten werden.

‘Roamvong’ heeft zich duidelijk overtroffen in haar doelstelling: het werd niet slechts een gezellige avond waarin jongeren samen waren gekomen om de artistieke bezigheden van mede-Cambodjanen te bewonderen, maar het werd ook een intergenerationele verbroedering. Dit was een avond waarin kunst elk individu onder ons heeft verheven boven zichzelf en waarin de onderliggende essentie, het oerverlangen tot eenheid, werd aangesproken. Hier stonden we dan, middels transfiguratie gesublimeerd tot een eenheid van Cambodjaanse Nederlanders.

Achter in de ruimte stond overigens ook een whiteboard waarop mensen ideeën voor toekomstige events konden voordragen. Ik hoop van harte dat het niet alleen bij ideeën zal blijven en dat dit event de eerste draai heeft gegeven aan een zelf voortdraaiende wiel van initiatieven, een nieuw begin voor Cambodjanen in Nederland en België om elkaar op te zoeken.

Roamvong ideeën