Category Archives: Economie

Rationele onwetendheid: verkiezingen 2017

“It’s rational to be ignorant about politics, because the act of voting itself is irrational.”

Kwam er gister achter dat we weer mogen stemmen op 15 maart. Ik wist wel dat er binnenkort verkiezingen zouden zijn, want daar is geen ontkomen aan als je regelmatig met de trein reist en zulke zwakke slogans als “Pak de macht” (SP), “Beter onderwijs” (D66) of “Plan B: Hou vast aan je idealen” (PvdD) ziet.

Het vulde me met trots om te weten dat ik zo rationeel onwetend ben over de verkiezingen. Dit geeft namelijk aan dat ik een leven heb – de tijd die ik besteed aan familie, vrienden, films, blockchain, filosofie, voetbal, werk en khmer lessen zijn voor mij persoonlijk een ontelbaar maal waardevoller. Als je meer wil weten wat ik hiermee bedoel, zoek dan het begrip “rational ignorance” op of bekijk volgend filmpje:

Olav Dirkmaat over Ludwig von Mises’ Human Action

In deze interessante video interviewt Lex Hoogduin de jonge professor Olav Dirkmaat over Ludwig von Mises’ geniale economisch-filosofische verhandeling Human Action:

Olav Dirkmaat is professor economie aan de Universiteit Francisco Marroquín in Guatemala en vertaler van het meesterwerk Human Action van Oostenrijks econoom Ludwig von Mises naar het Nederlands (‘Het menselijk handelen’). In dit interview vraagt Lex Hoogduin aan Olav Dirkmaat hoe hij ooit bij de Oostenrijkse school terecht is gekomen. Ook hebben ze het over de historische context van deze unieke denkstroming en met name over de crisis van 2008. Zo zegt Olav Dirkmaat dat het huidig monetair beleid opnieuw tot een enorme recessie zal leiden en laat hij zien hoe de lessen van Ludwig von Mises tot op de dag vandaag nog enorm relevant zijn. Hij heeft het over een 2008-crisis 2.0, het “grootste monetaire experiment ooit”, en vreest dat pensioenfondsen en spaarders de grote verliezers worden, met name vanwege de enorme publieke schuldenlast in de westerse wereld.

Mocht je interesse hebben in het hardcoverboek, dan kun je deze hier bestellen: http://www.hetmenselijkhandelen.nl

Waarom na de Brexit een Nexit goed zou zijn voor Nederland

Afgelopen vrijdag heeft het Britse volk gestemd om uit de Europese Unie te treden met 51.9% vóór de uittreding en 48.1% tegen. De details van de uitslag kun je vinden op BBC’s EU referendum pagina. Hoewel het nog onduidelijk is wat de relatie tussen Groot-Brittanië en de EU gaat worden, verwacht ik dat de Brexit goede economische mogelijkheden zal bieden voor Groot-Brittanië mits ze vrijhandelsverdragen kunnen sluiten met de EU en alle andere landen buiten de EU.

Een Nederlandse Exit, ofwel Nexit, zal wel meer gevolgen hebben dan een Brexit, omdat Nederland ook deelneemt aan de Europese Monetaire Unie en dit zou kunnen leiden tot het einde van de Euro. Een analyse van de EU is een politieke analyse en omdat politiek altijd gepaard gaat met macht moet deze analyse dan logischerwijs ook een analyse omvatten van machtsstrijden en concurrerende visies. Elk land heeft andere belangen bij de EU net zoals elk politicus binnen de EU ‘special interests’ heeft. Naar buiten toe wordt de EU vaak gebracht als een vorm van solidariteit en verbroedering, maar het is nog steeds politiek met de gebruikelijke lust tot zelfverrijking onder politici.

In The Tragedy of the Euro (2010) beschrijft Philipp Bagus dat er sinds het begin van de EU altijd al twee concurrerende visies zijn geweest. Ten eerste, een klassiek liberale visie geleid door de Duitssprekende Christelijke democraten Schuman (Frankrijk), Adenauer (Duitsland) en Alcide de Gasperi (Italië) met als hoogtepunt de Verdragen van Rome in 1957 waarmee er een vrijhandelszone kwam met de volgende vier vrijheden: vrij verkeer van personen, van goederen, van diensten en van kapitaal. De andere visie was een socialistische visie geleid door voornamelijk Franse politici als Jacques Delors en François Mitterrand die het doel hadden om een supranationale staat te creëren.

Verdrag van Rome ondertekend
Verdrag van Rome ondertekend (1957).

Klassiek liberale visie
De eerste visie was om politieke concurrentie tussen landen te bevorderen met open grenzen. Dat als een persoon ontevreden is over de hoge belastingen in het ene land, hij dan kon vertrekken naar een ander land. Concurrentie tussen landen zou leiden tot een kleinere overheid, lagere belastingen en politieke respect voor mensen die hun individuele vrijheden konden nastreven in een ander land als de ene hen niet aanstaat. De politieke concurrentie zou een terugkeer zijn naar het politieke model van de Middeleeuwen tot aan de 19e eeuw waar verschillende politieke systemen naast elkaar bestonden met onafhankelijke steden of stadsstaten in Vlaanderen, Duitsland en Noord-Italië. Er waren koninkrijken als Beieren, republieken als Venetië en stadsstaatjes als Gent die elk hun autonomie omarmden. De Duitse schrijver en dichter Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) heeft de schoonheid van zo’n politiek model mooi als volgt omschreven toen Duitsland nog versplinterd was in 36 onafhankelijke staten:

“I do not fear that Germany will not be united; … she is united, because the German Taler and Groschen have the same value throughout the entire Empire, and because my suitcase can pass through all thirty-six states without being opened. … Germany is united in the areas of weights and measures, trade and migration, and a hundred similar things. … One is mistaken, however, if one thinks that Germany’s unity should be expressed in the form of one large capital city, and that this great city might benefit the masses in the same way that it might benefit the development of a few outstanding individuals. … What makes Germany great is her admirable popular culture, which has penetrated all parts of the Empire evenly. And is it not the many different princely residences from whence this culture springs and which are its bearers and curators? … Germany has twenty universities strewn out across the entire Empire, more than one hundred public libraries, and a similar number of art collections and natural museums; for every prince wanted to attract such beauty and good. Gymnasia, and technical and industrial schools exist in abundance; indeed, there is hardly a German village without its own school. … Furthermore, look at the number of German theaters, which exceeds seventy. … The appreciation of music and song and their performance is nowhere as prevalent as in Germany, … Then think about cities such as Dresden, Munich, Stuttgart, Kassel, Braunschweig, Hannover, and similar ones; think about the energy that these cities represent; think about the effects they have on neighboring provinces, and ask yourself, if all of this would exist, if such cities had not been the residences of princes for a long time. … Frankfurt, Bremen, Hamburg, Lübeck are large and brilliant, and their impact on the prosperity of Germany is incalculable. Yet, would they remain what they are if they were to lose their independence and be incorporated as provincial cities into one great German Empire? I have reason to doubt this.”[1]

Naast bevordering van politieke concurrentie omvat de visie ook bevordering van economische concurrentie. Een Duitse werknemer zou niet meer worden belemmerd om te werken in Frankrijk, een Nederlander zou niet meer worden belast door de overheid als hij geld overboekt van een Nederlandse naar een Spaanse bank of wanneer hij besluit om te investeren in de Italiaanse aandelenmarkt. Niemand zou een Belgische brouwerij ervan kunnen weerhouden om bier te verkopen in andere landen binnen de Economische Gemeenschap.

Socialistische visie
De tweede visie was om een Europese zorgstaat te creëren met meer reguleringen, herverdeling van welvaart en harmonisatie van wetgeving binnen de hele Unie. Hiervoor is vanzelfsprekend een groter centraal orgaan nodig dat de harmonisatie van reguleringen kan coördineren. Het gevolg is dat deelstaten hun soevereiniteit moeten inleveren. Dit is duidelijk te zien in hoe Brussel landen als Griekenland en Ierland konden opleggen hoe ze moesten omgaan met hun begrotingstekorten midden in de financiële crisis. De socialistische visie voor Europa is een ideaal van de politieke klasse, bureaucraten, ‘interest groups’ en de gesubsidieerde sectoren die een machtige centrale staat willen voor zelfverrijking. Om dit te bewerkstelligen zal politieke competitie, iets waar de klassiek liberalen achter stonden, moeten worden vernietigd. Europa wordt hierdoor minder democratisch en politieke macht wordt steeds meer overgedragen aan bureaucraten en technocraten in Brussel. Historisch gezien werden zulke plannen van machtsconcentratie in Europa gerealiseerd door figuren als Karel de Grote, Napoleon en Hitler. Het verschil met deze tijd is dat er geen directe militaire middelen nodig zijn voor de installatie van een sterke centrale staat in Europa. Om grotere centralisatie van macht te realiseren moesten nieuwe instituten zoals de Europese Centrale Bank of een gemeenschappelijke munt, de Euro, worden opgericht en ingevoerd. Daarnaast zou de politieke macht van de Europese Commissie moeten worden uitgebreid. Soortgelijke socialistische intenties waren al duidelijk vanaf het begin van de Europese integratie en werden gedeeld door onder anderen Jean Monnet, de Franse intellectuele vader van de Europese gemeenschap. Vrezend voor een zelfstandig Duitse heropleving na de Tweede Wereldoorlog, werd er gedacht dat de integratie van Duitsland binnen Europa goed zou zijn. Daarnaast wilden de Fransen de controle hebben over het Rühr-gebied en andere vitale Duitse grondstoffen uit handen houden van enkel de Duitsers. Na de verliezen van haar koloniale machten in Indochina en Afrika zochten de Franse heersende elite ook naar nieuwe invloed en trots die ze uiteindelijk vonden de Europese gemeenschap.[2] Zo stelde de Franse premier al in 1950  voor om een Europees leger onder leiding van het Franse leiderschap op te richten.

Waarom het goed is voor Nederland om uit de EU te stappen
Ik ben van mening dat de EU nooit meerdere ambities had moeten hebben dan de vrijhandelszone. Voor een vrijhandelszone heb je geen supranationale instituten nodig, behalve het Europese gerechtshof dat de vier vrijheden zou waarborgen. De EU is door de sterke machtscentralisatie zo ver verwijderd geraakt van de klassiek liberale visie van politieke en economische concurrentie dat het niet meer loont om deel te nemen. Het is vervallen tot een kwaadaardig kartel dat al hun deelnemende landen kan opleggen met wie en hoe ze moeten handelen. Een goed voorbeeld waren de quota en invoerheffingen die werden gelegd op Chinese zonnepanelen in 2013 onder het mom van ‘anti-dumping’ – een anti-competitie idee dat producenten verbiedt om buiten hun landsgrenzen massaal producten te verkopen voor een zeer lage prijs om een groot marktaandeel weg te snoepen van de concurrentie binnen het betreffende land. Enkele landen zoals Nederland en Duitsland waren hier in eerste instantie op tegen, omdat ze goede relaties wilden onderhouden met China. Desondanks heeft de Europese Commissie, uiteraard onder invloed van zonnepanelenlobbyisten als die van de Duitse producent Solarworld AG, ‘anti-dumping’-maatregelen ingevoerd om ‘oneerlijke concurrentie’ tegen te gaan. De uiteindelijke winnaars van deze maatregelen zijn natuurlijk Europese zonnepanelenproducenten en het slachtoffer is het Europeaanse volk dat simpelweg goedkope zonnepanelen wil kunnen aanschaffen. Een ander voorbeeld zijn de sancties die op Rusland werden gelegd sinds het Oekraïense conflict – een conflict die overigens werd uitgelokt door Amerikaanse imperialisten en de NAVO – en die weer hebben geleid tot een Russische boycot op producten uit de EU.[3] De verslechtering in handelsrelaties tussen EU-landen en Rusland gaat uiteraard weer ten koste van het gewone volk. Wéér is het een EU-beleid die bepaalt dat elk deelnemend land zal deelnemen aan de sancties. Een ander recentelijk voorbeeld is het EU-verbod op stofzuigers met een bepaald vermogen en een mogelijk voorstel om andere huishoudelijke apparaten zoals ketels, haardrogers en toasters te verbieden om ‘green targets’ te behalen.[4] Degene die profiteren van zulke maatregelen zijn grote legacy bedrijven als Bosch en Siemens die de kapitaal hebben om te voldoen aan strikte regels binnen de EU. Door de alsmaar groter wordende regelgeving binnen de EU wordt het steeds lastiger voor kleinere bedrijven om mee te concurreren.

Een andere reden waarom een Nexit goed zou zijn voor Nederland is dat het Nederland de mogelijkheid biedt om zich te verlossen van de Euro en de impliciet toegezegde hulpverlening bij toekomstige financiële crises die Europa zal teisteren.

De tragedie van de Euro
De invoering van de Euro is een grote fout gebleken, omdat het economisch onverantwoordelijke landen zoals Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland etc. in staat hebben gesteld om ten koste van de economisch verantwoordelijke landen een beleid van onhoudbare begrotingstekorten te voeren. Vroeger, toen deze staten nog hun eigen valuta hadden, moesten begrotingstekorten van hun overheden opgevangen worden door staatsobligaties uit te schrijven om geld te lenen op de markt. De hogere schulden van deze overheden manifesteerden zich in hogere rentes op de staatsobligaties en het grotere geldaanbod dat in omloop werd gebracht doordat Centrale Banken deze obligaties als onderpand aannamen voor reserves voor het bankensysteem leidde tot devaluaties van hun valuta.

Om te illustreren hoe dit te werk gaat zullen we de renteontwikkelingen op 10-jarige overheidsobligaties moeten bekijken. De grafiek hieronder geeft de rentes die overheden betalen aan de financierders van hun 10-jarige staatsleningen vanaf 1995 tot en met 2011 weer:

Development in Interest Rates on 10-year Government Bonds
Ontwikkeling van 10-jarige staatsobligaties (1995-2011).

De y-as toont hoe hoog de rente is die een investeerder in 10-jarige staatsobligaties ontvangt. Landen die economisch sterker en fiscaal gezonder zijn worden door de markt beloond met lagere rentes, omdat er een lager risico is dat de overheden van deze landen de leningen niet terugbetalen. In het geval van Duitsland, een land met traditioneel een vrij sterke economie, een conservatieve Bundesbank en een fiscaal verantwoordelijker overheid dan vele andere Europese landen, krijgt een investeerder in Duitse 10-jarige staatsobligaties in 1995 ongeveer 7.5% aan jaarlijkse rente. Griekse staatsobligaties leverden daarentegen meer dan 18% op in 1995. 1995 was het jaar waarin de Europese Commissie aankondigde dat de Euro zou arriveren in 2002. Dit heeft ervoor gezorgd dat de rentes op staatsobligaties van deelnemende landen convergeerden. Aan het eind van 1997 waren de rentes van 10-jarige staatsobligaties van Portugal, Ierland, Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland min of meer gelijk ondanks het feit dat de overheden van de meeste van deze landen nog steeds aanzienlijk meer geld uitgaven dan ze via belastingen konden ophalen. Dat komt doordat met een gezamenlijke munt die wordt gedeeld met verantwoordelijker landen als Duitsland en Nederland, minder snel prijssignalen vrijkomen in de vorm van hogere rentes op de staatsleningen van onverantwoordelijke landen. Onverantwoordelijke overheden kunnen hierdoor staatsobligaties blijven uitschrijven aan de bankensector die deze obligaties weer als onderpand kunnen onderbrengen bij de Europese Centrale Bank in ruil voor leningen. De rente die banken betalen op de leningen aan de ECB worden weer als winsten uitgekeerd aan de overheden. Dit is in het kort hoe ‘seigniorage’ werkt, het principe waarbij inkomsten uit geldcreatie wordt gecreëerd doordat de productiekosten van geld lager zijn dan de waarde van het geld.

Money Creation ECB
Financiering van staatsobligaties in de EMU.

Dit proces leidt tot inflatie, maar de kosten van inflatie worden in de Europese Monetarie Unie niet gedragen door enkel het betreffende land dat staatsobligaties uitschrijft, maar door alle landen die deelnemen aan de EMU. Een land als Spanje kan bijvoorbeeld staatsobligaties uitschrijven wat traditioneel zou corresponderen met 10% inflatie. Echter, als andere landen zoals Nederland en Duitsland minder staatsobligaties uitschrijven wat zou corresponderen met 5% inflatie, heeft Spanje baat omdat hun winsten uit seigniorage hoger is dan de kosten die toch mede worden bekostigd door landen als Nederland en Duitsland. Hierdoor loont het voor overheden om zich fiscaal onverantwoordelijk op te stellen. De Euro is in dit opzicht een “Tragedie van de meent”. Misbruik maken van de Euro is exact wat landen als Portugal, Italië, Ierland, Griekenland, Spanje en Frankrijk hebben gedaan. Dit werkt totdat de markt, door een financiële crisis, door heeft hoe insolvent de overheden van deze landen eigenlijk wel niet zijn. Dat is in 2008 gebeurd, het moment waarop de rentes op staatsleningen weer divergeren. Omdat landen bijna geen staatsobligaties meer op de markt verkocht kregen, steeg de rente meer en had de ECB besloten om zelf de obligaties van bijvoorbeeld Griekenland in mei 2010 maar op te kopen wat de rente omlaag had gedrukt. Desondanks kwam er bij democratische verkiezingen de socialistische partij, de Syriza, aan de macht die de begroting niet op orde kon krijgen en het land verder werd geleid richting faillissement. Er is in juni 2010 ook een Europees Financieel Stabiliteitsfonds (EFSF) opgericht met een garantie tot €440 miljard om de Europese staatsschuldencrisis te bestrijden wat uiteindelijk is omgevormd tot het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een fonds van ongeveer €800 miljard waarin Nederland een kapitaaldeelname heeft van zo’n €40 miljard. De financiële toezeggingen van Nederland aan zulke onverantwoordelijke overheden als die van Griekenland zijn niet ten bate van het Nederlandse volk. Sterker nog, op de lange termijn zijn ze ook niet ten bate voor de EU, omdat het het socialistische systeem die diep verrot is ondersteunt. Wat de EU nodig heeft is een radicale terugkeer naar decentralisatie en politieke concurrentie.

De EU is een zinkend schip geworden en het lijkt me beter dat Nederland eruit stapt. Ik zie niet in hoe Europa zich veilig kan manoeuvreren door de financiële crisis die momenteel op losbarsten staat omdat er weer banken zijn die op omvallen staan.[5] Daarnaast verwacht ik dat de politieke macht binnen de EU alleen maar verder gecentraliseerd wordt ten koste van de soevereiniteit van deelnemende landen. Op 27 juni, 2016 heeft de Poolse media bericht dat Frankrijk en Duitsland op henzelf de verantwoordelijkheid willen nemen om ‘solidariteit’ en ‘cohesie’ binnen de Europese Unie te bevorderen door een ‘superstaat’ te creëren waarvan de centrale macht wordt gedeeld tussen Parijs en Berlijn. Onder dit voorstel van Frankrijk en Duitsland zullen EU-landen hun rechten op een eigen leger, een eigen strafrecht, belastingstelsel en centrale bank verliezen.[6]

Een verstandig Nederland stapt uit de EU en de EMU zodat ze haar eigen politieke soevereiniteit kan behouden en zelf kan beslissen hoe ze haar handel vorm kan geven. Ze zou vrijhandelsverdragen sluiten met alle landen – niet alleen met landen binnen de EU. EenVandaag heeft zondag 26 juni, 2016 al geplubliceerd dat uit haar online poll van 27.000 mensen 54% van de Nederlanders een referendum willen over de Nederlandse lidmaatschap in de EU en dat 48% voor uittreding is tegen 45% die een verblijf in de EU prefereren.[7] In de tussentijd zal het kamp dat tegen de referendum of uittreding is snobistisch het andere kamp ervan betichten dat het racistisch, nationalistisch of simpelweg onwetend is.

Referenties
Bagus, P. (2010). The Tragedy of the Euro.

BBC. (2016). EU referendum: The result in maps and charts.

China Courant. (2014). Mogelijk nieuwe straffen voor producenten Chinese zonnepanelen.

DutchNews.nl. (2016). Dutch PM rejects referendum calls: not in the Netherlands’ interest.

Fullfact.org. (2016). First they came for the vacuum cleaners: will it be kettles next?

Gutteridge, N. (2016). European SUPERSTATE to be unveiled: EU nations ‘to be morphed into one’ post-Brexit.

Hoppe, H.H. (2001). Democracy the god that failed.

Judt, T. (2006). Postwar: A History of Europe Since 1945.

McMurtry, J. (2016). Ukraine, America’s “Lebensraum”. Is Washington prepared to wage war on Russia?

Zerohedge.com. (2016). Deutsche Bank tumbles near record lows as yield curve crashes.

Voetnoten
[1] Uit Johann Peter Eckermanns Gesprekken met Goethe in de laatste jaren van zijn leven (1836-1848).

[2] Tony Judt schrijft in Postwar: A History of Europe Since 1945 (2006) dat “[U]nhappy and frustrated at being reduced to the least of the great powers, France had embarked upon a novel vocation as the initiator of a new Europe” (p. 153). Verder schrijft hij dat “[F]or Charles de Gaulle, the lesson of the twentieth century was that France could only hope to recover its lost glories by investing in the European project and shaping it into the service of French goals (p. 292).”

[3] Zie bijvoorbeeld dit artikel van Prof. John McMurtry voor een mooie analyse van het conflict in Oekraïne getiteld, “Ukraine, America’s “Lebensraum”. Is Washington prepared to wage war on Russia?

[4] Zie “First they came for the vacuum cleaners: will it be kettles next?

[5] Zie bijvoorbeeld “Deutsche Bank tumbles near record lows as yield curve crashes.”

[6] Zie “European SUPERSTATE to be unveiled: EU nations ‘to be morphed into one’ post-Brexit.”

[7] Zie “Dutch PM rejects referendum calls: not in the Netherlands’ interest.”

Keynes vs Hayek

Met een voortdurende economische crisis sinds 2007/2008, een mogelijke Brexit en enkele banken die weer op instorten staan is het goed om even met een breder perspectief te kijken naar economische theorieën. Er zijn grofweg 3 grote economische stromingen:

  • het Keynesianisme die zeer mainstream is en wat eigenlijk iedereen wordt geleerd op school;
  • het Monetarisme wat voornamelijk geassocieerd wordt met Milton Friedman;
  • en de Oostenrijke Economische School wat voornamelijk wordt geassocieerd met Ludwig von Mises en Friedrich Hayek (beiden Oostenrijkers).

Je zou ook Marxistische Economie als 4e stroming kunnen noemen, maar deze speelt vrijwel geen rol van betekenis meer onder economen.

Ik heb op youtube een mooie rap battle gevonden die gaat tussen John Maynard Keynes en Friedrich Hayek. Het geeft je een vrij goed beeld van de contrasten tussen het Keynesianisme en de Oostenrijke School. Keynes en Hayek waren overigens vrienden van elkaar, ondanks dat ze verwikkeld waren in een zeer verhitte en interessante intellectuele strijd in de jaren ’30. Toen Hayek van Oostenrijk naar de London School of Economics ging begin jaren ’30 en de theorieën van de Oostenrijke School onderwees, werden vrijwel alle economische academici in Engeland ‘Oostenrijks’. Dit veranderde in 1936 toen Keynes zijn “General Theory” uitbracht en zijn economische theorieën op handen werden gedragen. Zijn invloed is zo groot dat nog maar weinig economische studenten andere theorieën zullen leren buiten het Keynesianisme.
Kort gezegd is hoe we met de huidige economische crisis zijn omgegaan erg Keynesiaans. Om de economie te stimuleren moeten we GDP (BNP) omhoogkrikken. Mensen die economie hebben gehad kennen de volgende formule vast wel: Y = C + I + G + (X-M). Het doel van Keynes is om Y (GDP of Aggregate Demand) te stimuleren wat kan worden gedaan door C (consumption), I (investments), G (government spending) en X (export) omhoog te krijgen. Daarvoor moeten rentes worden verlaagd om mensen meer te laten lenen en investeren, moeten we meer uitgeven, minder sparen en moet de overheid stimulus plannen uitvoeren. M.a.w. Keynes is een social engineer of social planner die denkt dat de economie gestuurd kan worden van ‘top to bottom’.
Friedrich Hayek denkt daarentegen dat de economie organisch is en beter niet gestuurd kan worden door social planners. Hij denkt juist dat de ingrepen van de overheid en centrale banken die lage rentes, te weinig sparen en te veel uitgaves stimuleren hebben geleid tot de economische crisis en dat we de crisis alleen maar erger maken door meer van hetzelfde te doen. Hayek zegt dat als we doen wat Keynes zegt, de economie wel weer groeit op de korte termijn, maar de economische bubbel alleen maar groter wordt en in de nabije toekomst harder zal klappen. Hayek gelooft dat we beter niets kunnen doen, dus geen rente verlagen en geen failliete bedrijven ondersteunen.

Zie hier het filmpje:

Over de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen door discriminatie op de arbeidsmarkt

De mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen lijkt haast onsterfelijk te zijn en toch is het zo makkelijk om het onderuit te halen met een beetje logica. Stel je voor dat je een ondernemer bent, zou jij in een situatie waarin vrouwen ongeveer 25% minder verdienen niet drastisch meer vrouwen aannemen? Natuurlijk zou je dat doen, maar toch zie je in de echte wereld nergens grote ontslagen van mannen ter bevordering van vrouwen.

Je kan de mythe ook onderuit halen op de volgende deductieve wijze:

  1. Assumptie: vrouwen verdienen gemiddeld 75% van wat mannen verdienen.
  2. Ondernemers concurreren met elkaar voor arbeid.
  3. Ondernemers nemen meer vrouwen aan die in staat zijn om hetzelfde arbeid te verrichten als mannen.
  4. Vraag naar de arbeid van vrouwen stijgt totdat ondernemers geen baat meer hebben om mannen te discrimineren voor hun arbeid.
  5. De salarisverschillen dalen naar 0.
  6. Mannen en vrouwen verdienen even veel voor hetzelfde werk.

Dit hierboven beschrijft hoe de arbeidsmarkt zou werken als vrouwen daadwerkelijk gemiddeld maar 75% verdienen voor hetzelfde werk.

Hoe het komt dat vrouwen gemiddeld 25% minder verdienen ligt aan de manier waarop de statistieken zijn opgebouwd. Ja, het klopt dat vrouwen 25% minder verdienen dan mannen wanneer je de salarissen van alle vrouwen bij elkaar optelt en deze afzet tegen de totale salarissen van alle mannen. Dit zegt echter totaal niets over discriminatie tussen de twee geslachten. Om te kijken of er sprake is van discriminatie moeten we corrigeren voor leeftijd, carrière keuzes, ervaring, specifiek beroep, het aantal uren dat ze werken, ambities etc. Als we hierop corrigeren vallen de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen vrijwel geheel weg. Er is misschien een verschil van 1-2%, maar dit is denk ik prima te verklaren door het feit dat mannen over het algemeen fermer in hun schoenen staan bij salarisonderhandelingen.

Prof. Steve Horwitz weerlegt mooi de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen.

Achille Mbembe en de ‘vernegering’ van de mens

Ik las laatst een artikel in de correspondent waarin de post-koloniale filosoof Achille Mbembe wordt geïnterviewd.

In deze post wil ik beschrijven wat ik van het artikel denk en waarom Mbembe fout zit.

1. Het artikel zit vol statements en bevat vrijwel geen rationele argumenten die de statements ondersteunen. Dat is erg jammer.

2. Mbembe is een postkoloniaal denker, een stroming die voortkomt uit de Kritische Theorie van de neo-Marxistische Frankfurt School van begin 20e eeuw. Zijn denken is daardoor sterk beïnvloed door Karl Marx wiens ideeën weer sterk beïnvloed zijn door G.W. Hegel. Ik vertel dit omdat je met dit perspectief zijn ideeën beter kan plaatsen. Het idee van ‘vervreemding’ waar Mbembe het over heeft is ook terug te vinden in Hegel en het idee dat de arbeider vervreemd raakt van zijn eigen arbeid, van het product dat hij levert, van zichzelf en zijn natuur en van andere arbeiders doordat hij wordt ‘geobjectificeerd’ komt specifiek direct van Marx.

3. Volgens mij heeft hij, net als Marx en neo-Marxisten, een slecht begrip van wat kapitalisme is. Het kapitalisme zegt niks over wat een juist waardesysteem is – het is neutraal en maakt geen oordeel over wat een juiste of morele en onjuiste of immorele actie is. Mbembe zegt dat het kapitalisme als doel een burn-out en een gebrek aan slaap heeft. Dit is niet waar. Kapitalisme betekent alleen maar dat iedereen kapitaal kan bezitten. Kapitaal zijn productiemiddelen waarmee meer consumentengoederen kunnen worden geproduceerd per uur, per geleverde energie, per arbeider. De groter wordende productiviteit zorgt ervoor dat de mens voldoende levens- en entertainment middelen tot beschikking heeft met minder arbeid, waardoor hij meer vrije tijd overhoudt. Vergelijk de situatie van nu met 150 jaar geleden. Het aantal uren dat we werken is gehalveerd. Waar we voorheen misschien 70 uur/week werken is het nu 35 uur/week. Kapitalisme maakt mensen vrijer en het is in deze vrijheid dat de meeste mensen de tijd vinden om juist datgene wat hen vrijer heeft gemaakt, het kapitalisme, te bekritiseren.

4. Kapitalisme wordt ondersteund door de klassiek liberale filosofie. Deze filosofie zegt dat je het recht hebt op je eigen lichaam, vrijheid en bezittingen. Je bent vrij om je eigen waarden te kiezen en om je eigen doelen te kiezen zolang je maar niet het zelfbeschikkingsrecht, vrijheidsrecht, en eigendomsrecht van anderen ontneemt. Neem je iemands lichaam weg, dan is dat moord. Neem je iemands vrijheid weg, dan is dat slavernij. Neem je iemands bezittingen weg, dan is dat diefstal. Het ironische is dat Mbembe kapitalisme bekritiseert, maar blijkbaar niet beseft dat het idee van kapitalisme is gebaseerd op de klassiek liberale filosofie en dat het juist de klassiek liberale filosofen waren die van oudsher tegen slavernij waren. Zij zagen dat ieder mens gelijke rechten had.

5. Mbembe heeft het er steeds over dat het kapitalisme alles beperkt tot een ‘allesomvattend waardesysteem’. Nergens legt hij uit wat dit waardesysteem is. Marxisten zijn heel goed in het gebruiken van verhullende en vage termen. Zo ook is dit ‘allesomvattend waardesysteem’ van het kapitalisme een ondoorzichtige term. Als het kapitalisme niks zegt over welke waarden personen moeten aannemen, zorgt dat dan niet voor diversiteit in waarden? Kapitalisme laat je vrij om liefde te hebben voor de natuur, of spiritualiteit, of muziek, of beeldende kunst, of natuurkunde etc. De waarde van een product wordt uiteindelijk altijd door jou zelf bepaald. Dat is iets wat Marxisten altijd fout hebben gehad: zij denken dat producten en diensten objectieve waarden kunnen zijn, uitgedrukt in een vaste prijs. Als je er meer over wilt weten dan kun je je verdiepen Marx’ Labour Theory Of Value. Deze theorie klopt niet. Waarde is altijd subjectief en zit in hoofden van mensen. Dat een iPhone 500 euro kost betekent niet dat het product daadwerkelijk ook echt 500 euro waard is. Omdat waarden subjectief zijn, zal ik alleen het product kopen die ik waardevoller acht dan de prijs waarvoor de entrepreneur het aanbiedt.

6. Omdat iedereen onder kapitalisme vrij is om zijn eigen voorkeuren en waarden te hebben, werkt dit erg bevrijdend. Andere waarden leiden tot andere menselijke doelen, andere acties en andere manieren waarop wij onszelf manifesteren in de wereld. Dit zorgt voor diversiteit. Mensen worden niet beperkt tot één ‘allesomvattende waardesysteem’.

7. Mbembe spreekt uit tegen het korte-termijn denken van mensen. Kapitalisme heeft geen waardeoordeel over korte- vs lange-termijn denken. Een persoon die besluit om al zijn geld te besteden aan drinken en feesten heeft een voorkeur voor korte-termijn genot, terwijl een persoon die besluit om zijn geld te sparen om zichzelf te verdiepen in filosofie en spiritualiteit heeft weer de voorkeur aan de opbrengst van persoonlijke groei op de lange-termijn. Kapitalisme belet je niet in het maken van één van beide keuzes.

8. Toch wil ik benadrukken dat veel dingen in geld worden uitgedrukt, maar daar is niks mis mee. Geld en prijzen zijn een fenomeen die van nature zijn ontstaan, omdat mensen op efficiënte manier willen samenwerken. Om te kunnen samenwerken, moet je kunnen handelen. Als jij wilt dat ik voor jou appels pluk, dan wil ik 50 euro, maar kapitalisme laat mensen vrij om te handelen zonder er een prijs aan vast te plakken. Iedereen is bijvoorbeeld vrij om te doneren of om vrijwilligerswerk te doen. Om meer inzicht te krijgen in hoe het prijssysteem menselijke samenwerking bevordert, raad ik de lezer aan om “I, Pencil” van Leonard Read te lezen of op te zoeken op youtube.

9. Er schuilt onder post-koloniale en marxistische denkers een zeer pessimistisch en neerbuigend beeld over mensen. Zij hebben een ‘ideaal mens’ voor ogen die dezelfde waarden heeft als zij dat hebben. Mensen die niet aan hun beeld van de ‘ideale mens’ voldoen, lijden aan vervreemding, objectificatie of aan geestelijke en spirituele stoornissen die worden veroorzaakt door het kapitalisme. Mensen die een business willen starten en er zelf rijk mee willen worden zijn ‘vervreemd van zichzelf’. Maar wat is de ‘ik’ waar ze het over hebben? Wij zijn volgens hen alleen authentieke personen zodra wij aan hun beeld van de ‘ideale type mens’ voldoen. Zij plaatsen mensen die niet aan het beeld voldoen steeds weer in een minderwaardige positie. Is dit niet pure arrogantie? Puur stigmatiserend?

10. Volgens Mbembe worden mensen opzij gezet, omdat ze niet meer als slaaf kunnen worden uitgebuit zoals de Neger in het vroegkapitalisme. Dat is niet waar. Mensen worden niet opzij gezet. Mensen bezitten waardevolle eigenschappen: intelligentie, creativiteit, arbeid etc. Deze dingen zijn gewild en het is om deze reden dat ze worden gevraagd om deze eigenschappen om te ruilen voor loon. Kapitalisme sluit mensen economisch en maatschappelijk niet buiten. Zie hoe kapitalisme het leven van mensen heeft verrijkt. Als er geen kapitalisme was, zouden Cambodjanen nog steeds slaven van elkaar zijn of ze zouden allemaal op het platteland werken zonder landbouwmachines. Wij in het westen zijn zo rijk geworden door het kapitalisme dat we ons niet meer zoveel bezig hoeven te houden met werk, dat wij onze kinderen naar school kunnen sturen en wij tijd over houden om onszelf te verdiepen in dingen als kunst, literatuur en de geesteswetenschappen.

11. Mbembe wil vechten voor het behoud van faculteiten die de mens en zijn handelen kritisch bevragen. De geesteswetenschappen, net zoals de sociale wtenschappen, is doordrongen door ideologie. Deze ideologiën doen de maatschappij meer kwaad dan goed, omdat ze vaak niet berust zijn op rede en logica. De geesteswetenschappen en academici hebben zich ook zo ver afgezonderd van de maatschappij dat zij amper nog in staat zijn om een realistische blik te werpen op de samenleving. Daarnaast liggen academici in bed met de overheid. Natuurlijk willen zij dat er meer geld wordt besteed aan onderwijs en vecht een academicus als Mbembe ervoor om de geesteswetenschappen te laten bestaan, want op het eind van de dag is dat waar deze groep mensen hun brood mee verdienen. Daardoor zijn academici bij uitstek niet de juiste personen die onafhankelijk kunnen denken. Ik weet bijvoorbeeld dat filosofie faculteiten worden gestimuleerd om meer vrouwen aan te nemen, omdat zij hierdoor meer subsidies ontvangen. Het aantal onafhankelijke en objectieve academici wordt steeds kleiner.

12. Volgens Mbembe heeft het neoliberalisme ons vermogen to verbeelden beperkt. Voor post-koloniale denkers is het neoliberalisme de eeuwige ‘boogeyman’, maar ik lees zelden een goede uitleg wat het neoliberalisme volgens hun inhoudt – zo ook in dit artikel.

13. Mbembe wilt dat we van de aarde een ‘allesomvattende gemeenschap’ maken waar in de verbondenheid verscheidenheid kan plaatsvinden. Hoe ziet deze gemeenschap er dan uit?

14. Mbembe zegt ook dat er maar één wereld is en dat we er allemaal recht op hebben. Wat bedoelt hij hiermee? Als ik een appelboom in mijn tuin plant, heeft mijn buurman en de rest van de buurt ook recht om de appels van mijn appelboom te plukken?

15. Verder zegt Mbembe dat politici niet meer goed zijn in het aan het licht brengen van de boodschap dat we een allesomvattende gemeenschap moeten vormen waarin iedereen recht heeft op de ene wereld, omdat ze zich teveel op rationaliteit en zakelijkheid beroepen en te weinig op sentimenten. Volgens mij klopt ook deze statement niet. Politiek heeft zich altijd berust op het sentiment van het volk. Als ik zo naar de politiek kijk en terugdenk aan mijn ene debat met een D66-politicus, zie ik geen schrijntje rationaliteit. Het is altijd: hoe kan ik mezelf zo verwoorden en opstellen dat het publiek denkt dat de ander fout zit. De inhoud wordt ondergeschikt gemaakt aan populariteit.

16. Tot slot, Mbembe wilt graag dat de politicus passie mobiliseert. Dit lijkt me zeer gevaarlijk. Het publiek dat al zo onwetend is over politieke issues – waar ze trouwens alle recht op hebben, omdat ze rationeel onwetend zijn – is het laatste wat ik wil een publiek dat gepassioneerd hun onwetendheid manifesteert. Als je meer wil lezen over rationele onwetendheid en waarom de stemmer altijd onkundig is over maatschappelijke issues, dan raad ik je aan om het begrip ‘rational ignorance’ op te zoeken of om in te lezen in Public Choice Theory.

Waar Keynes de mis in ging: 1. Rentestanden

John Maynard Keynes is de invloedrijkste econoom van de 20e eeuw geweest die zowel grote invloed heeft gehad op het politiek beleid als op het economisch denken. Het is om deze reden dat het cruciaal is voor de moderne denker om bekend te zijn met zijn ideeën – met name met zijn The General Theory Of Employment, Interest, and Money (1936) – als hij het economisch politieke klimaat wilt begrijpen, ongeacht of hij het eens is met Keynes of niet.

Toen Keynes stierf werd hij als volgt benoemd door de London Times,

“a very great Englishman… a man of genius, who as a political economist had a world-wide influence on the thinking both of specialists and of the general public… To find an economist of comparable influence one would have to go back to Adam Smith.” (Hazlitt, 1959, p. 1)

De invloed van Keynes zijn ideeën leeft ook door in hoe de meeste economen en overheden omgaan met de huidige economische crisis. Gregory Mankiw, professor economie aan Harvard, zegt

“If you [are] going to turn to only one economist to understand the problems facing the economy, there is little doubt that the economist would be John Maynard Keynes. Although Keynes died more than a half century ago, his diagnosis of recessions and depressions remains the foundation of modern macroeconomics.” (Lewis, 2009, p. 6)

Wat Keynes in het kort voorschrijft in een economische recessie is:
1. de Centrale Banken moeten de geldhoeveelheid vergroten;
2. zodat het aanbod van loanable funds toeneemt;
3. waardoor de rente omlaag gaat;
4. en het aantrekkelijker wordt voor banken om het nieuw gecreëerde geld te lenen;
5. die het dan weer beschikbaar stellen voor consumentenleningen en investeringen;
6. zodat er meer geïnvesteerd en geconsumeerd wordt;
7. en er meer vraag komt naar consumentengoederen;
8. en de economie dus weer groeit.

De kern van Keynes zijn boek is dat de rente naar beneden moest worden gedreven.

Keynes als theoreticus en beleidsmaker
De General Theory is zowel een economisch theoretisch boek als een politiek beleidsmatig boek. Volgens de econoom John H. Williams die Keynes persoonlijk goed kende was het het Beleid wat heeft geleid tot de Theorie. Robert Skidelsky, een biograaf van Keynes, is ermee eens en zegt: “He invented Theory to justify what he wanted to do.” (Lewis, 2009, p. 11)

Er schuilt een groot gevaar wanneer academici zichzelf bezig gaan houden met beleid: de objectiviteit van academici kan hiermee in het geding komen. Academici zouden objectief moeten zijn – een soort van profetische bewaarder van de realiteit en de toekomst.

Er is nu wel voldoende gezegd over Keynes, zijn invloed en welk beleid hij in het algemeen voorschrijft in tijden van economische crisis. Laten we nu kijken naar één van de onderwerpen waar hij de mis in ging: rentestanden. Hierbij zal ik voornamelijk gebruik maken van Hunter Lewis’ Where Keynes Went Wrong (2009), het originele werk van Keynes’ General Theory (1936) en Ludwig von Mises’ Human Action (1949).

Keynes en rentestanden
In de General Theory schrijft Keynes het volgende:

“There remains an allied, but distinct, matter… which deserves rehabilitation and honour. I mean the doctrine that the rate of interest is not self-adjusting at a level best suited to the social advantage but constantly tends to rise too high, so that a wise government is concerned to curb it by statute and custom and even by invoking the sanctions of the moral law.” (p. 218).

Het is dus de taak voor de overheid om rentestanden te verlagen. Echter, beschrijft hij nergens hoe hij erop is gekomen wat de beste rentestand is dat leidt tot gewenste sociale voordeel. Het idee dat de rentestand die wordt bepaald door de markt niet optimaal is is daarnaast een regelrechte aanval op het prijssysteem.

Zijn kritiek op de rentestanden wordt ook geuit in de volgende passage:

“That the world after several millennia of steady individual saving, is so poor … is to be explained … by the high liquidity-premiums … attaching to money.” (p. 152)

Verder noemt Keynes de hoge rentes een “outstanding evil” en de primaire obstakel voor groei en welvaart (p. 281).

Wat is dan de ideale rentestand? Keynes schrijft:

“I should guess that a properly run community … ought to be able to bring down the marginal efficiency of capital in equilibrium approximately to zero within a single generation”. (p. 140)

Juist, de ideale rentestand zou ongeveer 0 moeten zijn.

Waarom Keynes fout zit over rentestanden
Het is belangrijk om te beseffen wat rente werkelijk is. Het is een vrij complex fenomeen die afhankelijk is van verscheidene factoren. De rente beweegt met de vraag en aanbod voor krediet. Als de Centrale Bank het aanbod van krediet verhoogt, dan neigt de rente te dalen. Als het aanbod wordt verlaagt, dan neigt de rente te stijgen. En wat bepaalt dan de vraag en aanbod voor krediet? Dat is op de eerste plaats de individuele tijdsvoorkeuren die mensen hebben voor het houden van geld: het geld uit het inkomen dat mensen in de economie wensen te sparen en te investeren in plaats van te consumeren. Hoe meer er wordt gespaard,  hoe minder vraag er is naar geld en hoe meer geld er beschikbaar komt voor investeringen, hoe groter het aanbod van loanable funds en hoe lager de rente wordt. Hoe meer er wordt geconsumeerd, hoe groter de vraag naar geld komt en lager het aanbod van loanable funds wordt en hoe hoger de rente wordt.

Rente is om deze reden een prijs op geleend geld. Het is de prijs die op geld is gelegd, omdat de spaarder – het spaargeld van spaarders spekt de loanable funds op – zijn huidige consumptie opgeeft voor een later consumptie. De essentie van het rente-fenomeen ligt dus in de kosten die de leningverstrekker draagt. Ludwig von Mises legt het mooi uit in Human Action (1949):

“What gratifies less is abandoned in order to attain something that pleases more. That which is abandoned is called the price paid for the attainment of the end sought. The value of the price paid is called costs. Costs are equal to the value attached to the satisfaction which one must forego in order to attain the end aimed at.” (p. 97)

Wanneer de Centrale Bank de krediethoeveelheid vergroot, geld creëert uit het niets, dan reflecteert dit niet de onderliggende spaar- en consumptievoorkeuren van het volk. Zodra de opgespekte geldhoeveelheid verder in de economie stroomt zullen prijzen voor goederen en diensten ook verder stijgen en zal de rente weer terugkeren naar het originele niveau. Dat betekent dat als Keynes de rente op ongeveer 0 wilt houden, de Centrale Bank continue geld moet blijven injecteren in de economie.

Maar het verhaal is hierbij nog niet afgelopen. Als de prijzen blijven stijgen, anticipeert het volk verdere prijsstijgingen en hebben ze een neiging om hun tijdsvoorkeur voor geld te verlagen, omdat ze dan het onmiddelijke geld kunnen uitgeven tegen een waarde die hoger ligt dan in de toekomst. Hierdoor wordt de beschikbare krediet weer kleiner en neigt de rente naar een hoger niveau.

Als we Keynes zijn advies van ongeveer 0% rente zouden opvolgen, dan moet de Centrale Bank voortdurend meer en meer geld in de economie blijven pompen en zouden mensen zoveel mogelijk belet moeten worden om geld te sparen. We zouden leven in een wereld van hoge inflatie, zelfs hyperinflatie wat de kapitaalstructuur van onze samenleving totaal zou vernietigen. We zouden ook leven in een continue creatie van economische zeepbellen en crashes. Het nieuwe geld dat vrij komt met kredietgroei kan doorstromen naar bijvoorbeeld aandelen waardoor aandeelprijzen stijgen of naar huizen waardoor huizenprijzen stijgen en bubbles creëren in deze twee plaatsen wat overigens ook de prominente veroorzaker was van de huidige financiële crisis. De uiteindelijke consequentie van Keynes zijn beleid is een totale wantrouwen in geld en de totale vernietiging van het geldsysteem.

Bibliografie
Hazlitt, H. (1959). The Failure of the “New Economics”. Opgehaald van https://mises.org

Keynes, J.M. (1936). The General Theory of Employment, Interest, and Money. Opgehaald van https://cas.umkc.edu

Lewis, H. (2009). Where Keynes went wrong: … and why world governments keep creating inflation, bubbles, and busts …. Mount Jackson: Axios Press.

Mises von, L. (1949). Human Action: The Scholar’s Edition. Opgehaald van https://mises.org