Category Archives: Samenleving

Over de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen door discriminatie op de arbeidsmarkt

De mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen lijkt haast onsterfelijk te zijn en toch is het zo makkelijk om het onderuit te halen met een beetje logica. Stel je voor dat je een ondernemer bent, zou jij in een situatie waarin vrouwen ongeveer 25% minder verdienen niet drastisch meer vrouwen aannemen? Natuurlijk zou je dat doen, maar toch zie je in de echte wereld nergens grote ontslagen van mannen ter bevordering van vrouwen.

Je kan de mythe ook onderuit halen op de volgende deductieve wijze:

  1. Assumptie: vrouwen verdienen gemiddeld 75% van wat mannen verdienen.
  2. Ondernemers concurreren met elkaar voor arbeid.
  3. Ondernemers nemen meer vrouwen aan die in staat zijn om hetzelfde arbeid te verrichten als mannen.
  4. Vraag naar de arbeid van vrouwen stijgt totdat ondernemers geen baat meer hebben om mannen te discrimineren voor hun arbeid.
  5. De salarisverschillen dalen naar 0.
  6. Mannen en vrouwen verdienen even veel voor hetzelfde werk.

Dit hierboven beschrijft hoe de arbeidsmarkt zou werken als vrouwen daadwerkelijk gemiddeld maar 75% verdienen voor hetzelfde werk.

Hoe het komt dat vrouwen gemiddeld 25% minder verdienen ligt aan de manier waarop de statistieken zijn opgebouwd. Ja, het klopt dat vrouwen 25% minder verdienen dan mannen wanneer je de salarissen van alle vrouwen bij elkaar optelt en deze afzet tegen de totale salarissen van alle mannen. Dit zegt echter totaal niets over discriminatie tussen de twee geslachten. Om te kijken of er sprake is van discriminatie moeten we corrigeren voor leeftijd, carrière keuzes, ervaring, specifiek beroep, het aantal uren dat ze werken, ambities etc. Als we hierop corrigeren vallen de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen vrijwel geheel weg. Er is misschien een verschil van 1-2%, maar dit is denk ik prima te verklaren door het feit dat mannen over het algemeen fermer in hun schoenen staan bij salarisonderhandelingen.

Prof. Steve Horwitz weerlegt mooi de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen.

Zwarte vrouwen zijn bij lange na niet de best onderwezen groep in de Verenigde Staten

Verscheidene nieuws media hebben de afgelopen weken gepubliceerd dat Zwarte Vrouwen de meest onderwezen groep is in de Verenigde Staten of dat ze de meest onderwezen groep zijn qua ras[1] en geslacht.

Zie bijvoorbeeld dit artikel: https://www.freespeech.org/video/report-black-women-have-become-most-educated-group-us

In deze post wil ik aantonen dat deze conclusie overtrokken is en dat de groep Zwarte Vrouwen bij lange na niet zo goed presteren als bijvoorbeeld Aziatische Vrouwen, Aziatische Mannen, Blanke Vrouwen en Blanke Mannen.

Wat wordt beweerd
Freespeech.org geeft een verkeerde interpretatie van de data van The National Center for Education Statistics. Ze schrijven dat de NCES het volgende heeft gevonden en dat men op basis hiervan kan concluderen dat Zwarte Vrouwen de meest onderwezen groep is in de Verenigde Staten:

“From 1999–2000 to 2009–10, the percentage of degrees earned by females remained between approximately 60 and 62 percent for associate’s degrees and between 57 and 58 percent for bachelor’s degrees. In contrast, the percentages of both master’s and doctor’s degrees earned by females increased from 1999–2000 to 2009–10. Within each racial/ethnic group, women earned the majority of degrees at all levels in 2009–10. For example, among U.S. residents, Black females earned 68 percent of associate’s degrees, 66 percent of bachelor’s degrees, 71 percent of master’s degrees, and 65 percent of all doctor’s degrees awarded to Black students.”

Wat dit aantoont is niet dat de groep Zwarte Vrouwen op zich de meest geëduceerd is, maar dat ze vergeleken met andere vrouwelijke groepen de hoogste proportie afgestudeerden hebben in verhouding tot mannen van hun respectievelijke ras. Zie ter illustratie de volgende data van de NCES:

Degrees conferred to females
Figuur 1: Number of degrees conferred to females

Wat de data zeggen is het volgende:

  • van de gehele Zwarte populatie die een Associate Degree heeft ontvangen is 68% vrouw en 32% man;
  • van de gehele Zwarte populatie die een Bachelor’s Degree heeft ontvangen is 66% vrouw en 34% man;
  • van de gehele Zwarte populatie die een Master’s Degree heeft ontvangen is 71% vrouw en 29% man;
  • van de gehele Zwarte populatie die een Doctor’s Degree heeft ontvangen is 65% vrouw en 35% man.

De data zeggen meer hoeveel succesvoller de Zwarte Vrouw is in vergelijking met de Zwarte Man in het behalen van een schooldiploma, maar zeggen niets over hoe goed de Zwarte Vrouw presteert vergeleken met andere geslachten van andere rassen.

Zie ook een andere weergave van de data hoe goed vrouwen presteren ten opzichte van mannen van hun respectievelijke rassen:

Degrees conferred to females vs males
Figuur 2: Degrees conferred to females

We kunnen hieruit concluderen dat vrouwen succesvoller zijn in het behalen van diploma’s in het Hoger Onderwijs ten opzichte van mannen, maar onder geen enkel ras is het verschil tussen het succes van mannen en vrouwen zo groot als onder de Zwarte ras. Het verschil van succes tussen mannen en vrouwen onder Aziaten en Pacific Islanders is het kleinst.

Waarom de bewering fout is
Om wat meer inzicht te verkrijgen in hoe goed onderwezen de Zwarte Vrouw is in vergelijking tot andere groepen moeten we ons beroepen op andere statistieken. Eén zo’n statistiek komt direct van de US Labour Department:

Educational attainment by race
Figuur 3: Educational attainment by race

Je ziet hier dat 53.4% van Aziaten die 25 jaar of ouder zijn minstens een Bachelor diploma heeft. Omdat het behalen van een Bachelor diploma en hoger afsnoept van de totale populatie die een Associate Degree heeft behaald is het betekenisvoller om te kijken naar de percentage behaalde Bachelor diploma of hoger dan naar de percentage behaalde AD’s. Zie hier trouwens dat de groep Zwarten die minstens een Bachelor hebben gehaald de laagste is van de 4 subgroepen. Dat ze percentueel meer AD’s behalen dan Blanken is niet zo verwonderlijk als we beseffen dat meer Blanken doorstromen in het behalen van een Bachelor of hoger. Deze statistieken hebben de verschillende rassen echter niet verder gespecifeerd naar geslacht. Ze kijken ook alleen naar de leeftijd van 25 en hoger.

Om de trend van pas afgestudeerden nader te bekijken heb ik deze statistieken gevonden die ook direct afkomen van de NCES:

Degrees conferred by race
Figuur 4: Bachelor’s degree or higher conferred by race

Dit zijn de statistieken die ik zal gebruiken om te laten zien dat Zwarte Vrouwen niet de best onderwezen groep is in de Verenigde Staten. Voordat ik hieraan toekom zal ik eerst aantonen hoe Zwarte Vrouwen presteren vergeleken met de gemiddelde Amerikaan.

De zwarte bevolking in Amerika maakt 14.3% van de totale populatie uit. Volgens de statistieken van de NCES is 14% van alle mensen die een Associate Degrees behaald hebben zwart. 10% heeft een Bachelor en 12% heeft een Master. Hoewel ze mooie stijgingen doormaken is dat allemaal nog onder de gemiddelde percentages van de totale bevolking die ze uitmaken. Deze statistieken geldt echter voor de gehele zwarte bevolking, dus voor zowel (vrouwen + mannen). Hierbij gaan we ervan uit dat 50% van de 14.3% een vrouw is – dus 7.15% is een vrouw en zwart.

Als 13.7% van alle Associate Degrees uitgereikt is aan vrouwen in 2009-2010 en daarvan 68.3% vrouw is, dan is 9.56% van de mensen met een Associate Degree een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 33.7% beter dan verwacht ((7.15/9.56)-1).

Als 10.3% van alle Bachelor diploma’s zijn uitgereikt aan de zwarte bevolking waarvan 65.9% een Zwarte Vrouw is, dan is 6.79% van alle Bachelor diploma’s uitgereikt aan een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 5% slechter dan verwacht (1-(7.15/6.79)).

Als 12.5% van alle Master diploma’s zijn uitgereikt aan de zwarte bevolking waarvan 71.1% een Zwarte Vrouw is, dan is 8.89% van alle Master diploma’s uitgereikt aan een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 24.3% beter dan verwacht ((8.89/7.15)-1).

Als 7.4% van alle Doctoraten zijn uitgereikt aan de zwarte bevolking waarvan 65.1% een Zwarte Vrouw is, dan is 4.82% van alle Doctoraten uitgereikt aan een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 32.6% slechter dan verwacht (1-(4.82/7.15)).

Black women doen het dus gemiddeld beter dan verwacht in het behalen van een Associate Degree en een Master, maar doen het gemiddeld slechter dan verwacht in het behalen van een Bachelor en Doctoraat.

Nu zal ik de prestaties van Zwarte Vrouwen afzetten tegen Aziatische Vrouwen. Ik heb geen statistieken kunnen vinden wat de proportie van diploma’s in het Hoger Onderwijs dat uitgereikt wordt aan Aziaten of Pacific Islanders uitgereikt wordt aan Aziatische Vrouwen, dus ik maak de assumptie dat de percentage die wordt uitgereikt aan Aziatische Vrouwen gelijk is aan de percentage die uitgereikt wordt aan vrouwen die Aziatisch of Pacific Islanders zijn zoals gemeld in het NCES rapport.

Ik kon geen statistieken vinden voor Aziaten en specifieke degrees maar wel statistieken voor Bachelor en hoger. Voor de vergelijking tussen Aziatische Vrouwen en Zwarte Vrouwen zal ik verwijzen naar de statistieken in figuur 4. Van de Aziatische groep heeft ongeveer 60.1% van hen tussen de 25-29 jaar een Bachelor of hoger. Van die 60%, als ik naar de statisteken van het NCES in figuur 1 kijk, zal ongeveer 55% vrouw zijn. Voor zwarten is het ongeveer 20.5% die een Bachelor of hoger hebben. Van deze 20.5% zal ongeveer 67% vrouw zijn. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Aziatische Vrouwen dan is ‘t ongeveer 13.74% tegenover 33%. Volgens mijn berekening scoort de Aziatische Vrouw dus een stuk beter dan de Zwarte Vrouw.

Wat als je Zwarte Vrouwen afzet tegen Blanke Vrouwen? Als we zeggen dat ongeveer 58% -dit is een niet precies berekend, maar zal ongeveer kloppen als ik zo naar de NCES statistieken kijk – van de Bachelor of hogere diploma’s worden uitgereikt aan Blanke Vrouwen, dan wordt ongeveer 23% van deze diploma’s uitgereikt aan Blanke Vrouwen. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Blanke Vrouwen dan is ’t ongeveer 13.74% tegenover 23%. Volgens mijn berekening scoort de Blanke Vrouw dus ook beter dan de Zwarte Vrouw.

Wat als je Zwarte Vrouwen afzet tegen Aziatische Mannen? Volgens mijn berekeningen zal ongeveer 27% van alle Bachelor diploma’s en hoger uitgereikt worden aan Aziatische Mannen. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Aziatische Mannen dan is ’t ongeveer 13.74% tegenover 27%.

Wat als je Zwarte Vrouwen afzet tegen Blanke Mannen? Volgens mijn berekeningen zal ongeveer 17.4% van alle Bachelor diploma’s en hoger uitgereikt worden aan Blanke Mannen. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Blanke Mannen dan is ’t ongeveer 13.74% tegenover 17.4%.

Conclusie
Zwarte Vrouwen zijn bij lange na niet de best onderwezen groep in de Verenigde Staten. Uit mijn berekeningen komt naar voren dat ze slechter presteren dan Aziatische Vrouwen, Aziatische Mannen, Blanke Vrouwen en Blanke Mannen. Het prestatieverschil tussen Zwarte Vrouwen en Aziatische Vrouwen is enórm (13.74% tegenover 33%). De kans dat een Aziatische Vrouw een Bachelor diploma of hoger heeft dan een Zwarte Vrouw is bijna 2.5x groter. De kans dat een Aziatische Man een Bachelor diploma of hoger heeft dan een Zwarte Vrouw is bijna 2x groter. Zwarte Vrouwen presteren ook opmerkelijk slechter dan Blanke Vrouwen en Blanke Mannen. Ik heb geen calculatie gemaakt voor Hispanics, maar ik kan in één oogopslag wel zien dat Zwarte Vrouwen beter presteren dan zowel vrouwelijke als mannelijke Hispanics.

Ik vind het jammer om te zien dat zoveel nieuws media de leugen verspreiden dat Zwarte Vrouwen de best onderwezen groep is in de Verenigde Staten.

Voetnoot
[1] Ik begrijp dat het woord ‘ras’ voor sommige mensen wat beladen kan zijn en dat mensen onderling biologisch zo weinig van elkaar verschillen dat ‘ras’ wellicht niet een juiste term is, maar omdat er historisch gezien veelvuldig gebruik wordt gemaakt van dit woord om Caucasians te onderscheiden van Blacks en Asians en omdat ze betekenisvolle verschillen kunnen weergeven gebruik ik voor het gemak ook dit woord.

Er gaan te veel mensen naar het Hoger Onderwijs

Deze post is niet bedoeld voor politiek correcte egalitairen die denken dat iedereen een Aristoteles, een Goethe of een Michael Jackson kan worden als ieder maar hard genoeg zijn best doet.

Dat gezegd hebbende, Charles Murray schrijft in zijn boek Real Education (2008) dat de onderwijswereld een leugen leeft. De leugen is dat élk kind kan worden wat hij wil worden. Er is haast niemand die dit gelooft, maar toch zijn we bang om hardop te zeggen dat kinderen verschillen in hun leervermogen. Het romantiseren van het onderwijs doet helaas, hoewel het uit de beste intenties wordt gedaan, meer kwaad dan goed. We vragen te veel van mensen met een laag leervermogen, we vragen verkeerde dingen van mensen met een gemiddeld leervermogen en te weinig van mensen met een sterk leervermogen. Murray attendeert ons erop dat wij in het belang van ons onderwijs de volgende vier simpele waarheden moeten accepteren:

  1. Vermogens variëren;
  2. De helft van de kinderen zijn beneden gemiddeld;
  3. Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs;
  4. De toekomst van ons land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De eerste twee waarheden spreken voor zich. De derde en vierde waarheid vereist echter wat meer uitleg.

Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs
We moeten ons afvragen wat de fractie van de populatie is die het vermogen heeft om zich de leerstof op een Bachelor of Master opleiding eigen kan maken. De fractie is een heel stuk lager dan de proportie mensen die het Hoger Onderwijs volgt.

Met een IQ van 100 is het heel lastig om een havo opleiding te volgen, laat staan om onderwezen te worden in het voortgezet wetenschappelijk onderwijs. Als je gemiddeld bent in wiskunde kun je wat simpele algebra begrijpen, maar je zal waarschijnlijk falen in differentiaalrekening. Dit zijn geen verpletterende tekortkomingen. Je bent intelligent genoeg om honderden verschillende taken en beroepen uit te voeren, maar je komt helaas tekort om een redelijke opleiding af te ronden in het Hoger Onderwijs. Het is mogelijk om met een IQ van 110 of zelfs 100 lezingen van Macro Economie 1 bij te wonen, om het tekstboek te lezen en om toetsen te maken. Ze nemen echter een mikmak van de helft van de informatie op die hen, zeker nadat zij de toets hebben gehaald, achterlaten met de illusie dat zij redelijke kennis bezitten van Macro Economie 1. Eén van de manieren van deze studenten is om zich tactisch te focussen op hoe ze een toets kunnen halen in plaats van hoe ze de leerstof daadwerkelijk kunnen begrijpen.

IQ distributie
Verdeling van IQ-scores onder de normaalverdeling. Bij een gemiddelde IQ-score van 100 valt ongeveer 68% binnen het bereik van één standaarddeviatie van het gemiddelde wat overeenkomt met een IQ-bereik van 85-115.

Er is geen magisch nummer waarmee iemand een redelijk goede opleiding op het Hoger Onderwijs kan doorlopen, maar een IQ van onder de 110 is vrij problematisch voor veel opleidingen. Als ze het goed willen doen, zouden ze minstens een IQ van 110 moeten hebben voor een Bachelor op het HBO en nog hoger voor een universitaire opleiding. Dit is echter ook afhankelijk van de opleiding die de persoon volgt. Voor de distributie van gemiddelde IQ’s per opleiding, kun je deze andere post lezen die ik in het verleden heb geschreven.[1] In 1990 lag de gemiddelde IQ van een student in het Hoger Onderwijs in Amerika nog op 113.[2] Als we zeggen dat het Hoger Onderwijs gemiddeld een IQ van 110-115 behoeft, dan zou het redelijk zijn om aan te nemen dat ongeveer 15% van de bevolking aan het Hoger Onderwijs zou moeten beginnen. Als je het wat verder uitstrekt, misschien 25%. Toch heeft momenteel 45% van iedereen boven de 30 een opleiding afgerond in het Hoger Onderwijs.[3] Ik vermoed dat dit alleen mogelijk is als het niveau van het onderwijs gemiddeld genomen omlaag is gegaan. De consequentie is niet alleen dat er meer studenten kunnen afstuderen, maar ook dat een onderwijsdiploma steeds minder zegt over het kunnen van de student. Dit zouden we ook kunnen terug zien in cijfer-inflatie cijfers. Echter heb ik geen statistieken kunnen vinden van cijfer-inflatie in Nederland, maar ik ben wel op de hoogte van de onstuimige cijfer-inflatie in Amerika en Engeland. Dit is ook een probleem in een tijd waarin ‘hoogopgeleiden’ moeilijk aan een baan kunnen komen. Als er steeds meer mensen ‘overgekwalificeerd’ zijn voor de banen die ze doen, hebben wij dan nog wel zoveel ‘hoogopgeleiden’ nodig en moeten we niet meer aandacht besteden aan het goed opleiden van mensen met lagere leervermogens?

Grade Inflation USA
Cijfer-inflatie in Amerika

Ik denk dat Murrays stelling dat er te veel mensen naar het Hoger Onderwijs gaan een erg redelijke stelling is. Als het ‘Hoger Onderwijs’ steeds toegankelijker wordt voor minder intelligente studenten, dan wordt het begrip zelf steeds meer een oxymoron.

Daarnaast stelt Murray dat de toekomst van het land afhankelijk is van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De toekomst van het land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen
Als we een ‘intellectueel begaafd’ persoon – ik weet dat dit begrip zeer relatief is, omdat het aannemelijk is dat een persoon met een IQ van 160 een persoon met een IQ van 130 niet begaafd vindt – definiëren als degene die de potentie heeft om een goede theoretische natuurkundige te worden, dan spreken we misschien over een proportie van 1 op 100.000.[4] Murray zelf zegt enkelen per 1.000, maar volgens mij is hij veel te optimistisch. Maar als ‘intellectueel begaafd’ correleert met een IQ van minstens 120, dan kunnen we zeggen dat ongeveer 10% van de bevolking onder deze groep valt. Dit is een IQ die benodigd is voor vrijwel alle hoge posities in de samenleving als beleidsmakers, dokters, schrijvers, onderzoekers etc. De top 10% van de intelligentie distributie heeft een enorme invloed op de gezondheid van onze economie, cultuur en sociale instituten. Zo gezegd kunnen we concluderen dat de toekomst van ons land afhankelijk is van hoe we de volgende generatie met opmerkelijk hoge intelligentie onderwijzen.

Referenties
[1] Ik had gekeken naar Amerika omdat ik geen statistieken heb kunnen vinden over de gemiddelde IQ per Nederlandse opleiding. Hierin heb ik gekeken naar de gemiddelde SAT scores van studenten per gevolgde opleiding die zijn omgezet naar corresponderende IQ-scores. Hierin zien we een grote afwijking in gemiddelde IQ-scores per opleiding. De laagst scorende zijn Social Work (103), Early Childhood (104), Student Counseling (105), Home Economics (106) en Administration (107). De vijf hoogst scorende zijn Physics & Astronomy (133), Mathematical Sciences (130), Philosophy (129), Economics (128), Chemical Engineering (128).

[2] Zie https://chhaylinlim.wordpress.com/2014/09/24/book-review-richard-j-herrnstein-charles-murray-the-bell-curve/

[3] Zie http://www.dub.uu.nl/plussen-en-minnen/2014/09/15/nederland-wordt-steeds-slimmer.html

[4] Zie http://infoproc.blogspot.nl/2005/02/out-on-tail.html

 

Achille Mbembe en de ‘vernegering’ van de mens

Ik las laatst een artikel in de correspondent waarin de post-koloniale filosoof Achille Mbembe wordt geïnterviewd.

In deze post wil ik beschrijven wat ik van het artikel denk en waarom Mbembe fout zit.

1. Het artikel zit vol statements en bevat vrijwel geen rationele argumenten die de statements ondersteunen. Dat is erg jammer.

2. Mbembe is een postkoloniaal denker, een stroming die voortkomt uit de Kritische Theorie van de neo-Marxistische Frankfurt School van begin 20e eeuw. Zijn denken is daardoor sterk beïnvloed door Karl Marx wiens ideeën weer sterk beïnvloed zijn door G.W. Hegel. Ik vertel dit omdat je met dit perspectief zijn ideeën beter kan plaatsen. Het idee van ‘vervreemding’ waar Mbembe het over heeft is ook terug te vinden in Hegel en het idee dat de arbeider vervreemd raakt van zijn eigen arbeid, van het product dat hij levert, van zichzelf en zijn natuur en van andere arbeiders doordat hij wordt ‘geobjectificeerd’ komt specifiek direct van Marx.

3. Volgens mij heeft hij, net als Marx en neo-Marxisten, een slecht begrip van wat kapitalisme is. Het kapitalisme zegt niks over wat een juist waardesysteem is – het is neutraal en maakt geen oordeel over wat een juiste of morele en onjuiste of immorele actie is. Mbembe zegt dat het kapitalisme als doel een burn-out en een gebrek aan slaap heeft. Dit is niet waar. Kapitalisme betekent alleen maar dat iedereen kapitaal kan bezitten. Kapitaal zijn productiemiddelen waarmee meer consumentengoederen kunnen worden geproduceerd per uur, per geleverde energie, per arbeider. De groter wordende productiviteit zorgt ervoor dat de mens voldoende levens- en entertainment middelen tot beschikking heeft met minder arbeid, waardoor hij meer vrije tijd overhoudt. Vergelijk de situatie van nu met 150 jaar geleden. Het aantal uren dat we werken is gehalveerd. Waar we voorheen misschien 70 uur/week werken is het nu 35 uur/week. Kapitalisme maakt mensen vrijer en het is in deze vrijheid dat de meeste mensen de tijd vinden om juist datgene wat hen vrijer heeft gemaakt, het kapitalisme, te bekritiseren.

4. Kapitalisme wordt ondersteund door de klassiek liberale filosofie. Deze filosofie zegt dat je het recht hebt op je eigen lichaam, vrijheid en bezittingen. Je bent vrij om je eigen waarden te kiezen en om je eigen doelen te kiezen zolang je maar niet het zelfbeschikkingsrecht, vrijheidsrecht, en eigendomsrecht van anderen ontneemt. Neem je iemands lichaam weg, dan is dat moord. Neem je iemands vrijheid weg, dan is dat slavernij. Neem je iemands bezittingen weg, dan is dat diefstal. Het ironische is dat Mbembe kapitalisme bekritiseert, maar blijkbaar niet beseft dat het idee van kapitalisme is gebaseerd op de klassiek liberale filosofie en dat het juist de klassiek liberale filosofen waren die van oudsher tegen slavernij waren. Zij zagen dat ieder mens gelijke rechten had.

5. Mbembe heeft het er steeds over dat het kapitalisme alles beperkt tot een ‘allesomvattend waardesysteem’. Nergens legt hij uit wat dit waardesysteem is. Marxisten zijn heel goed in het gebruiken van verhullende en vage termen. Zo ook is dit ‘allesomvattend waardesysteem’ van het kapitalisme een ondoorzichtige term. Als het kapitalisme niks zegt over welke waarden personen moeten aannemen, zorgt dat dan niet voor diversiteit in waarden? Kapitalisme laat je vrij om liefde te hebben voor de natuur, of spiritualiteit, of muziek, of beeldende kunst, of natuurkunde etc. De waarde van een product wordt uiteindelijk altijd door jou zelf bepaald. Dat is iets wat Marxisten altijd fout hebben gehad: zij denken dat producten en diensten objectieve waarden kunnen zijn, uitgedrukt in een vaste prijs. Als je er meer over wilt weten dan kun je je verdiepen Marx’ Labour Theory Of Value. Deze theorie klopt niet. Waarde is altijd subjectief en zit in hoofden van mensen. Dat een iPhone 500 euro kost betekent niet dat het product daadwerkelijk ook echt 500 euro waard is. Omdat waarden subjectief zijn, zal ik alleen het product kopen die ik waardevoller acht dan de prijs waarvoor de entrepreneur het aanbiedt.

6. Omdat iedereen onder kapitalisme vrij is om zijn eigen voorkeuren en waarden te hebben, werkt dit erg bevrijdend. Andere waarden leiden tot andere menselijke doelen, andere acties en andere manieren waarop wij onszelf manifesteren in de wereld. Dit zorgt voor diversiteit. Mensen worden niet beperkt tot één ‘allesomvattende waardesysteem’.

7. Mbembe spreekt uit tegen het korte-termijn denken van mensen. Kapitalisme heeft geen waardeoordeel over korte- vs lange-termijn denken. Een persoon die besluit om al zijn geld te besteden aan drinken en feesten heeft een voorkeur voor korte-termijn genot, terwijl een persoon die besluit om zijn geld te sparen om zichzelf te verdiepen in filosofie en spiritualiteit heeft weer de voorkeur aan de opbrengst van persoonlijke groei op de lange-termijn. Kapitalisme belet je niet in het maken van één van beide keuzes.

8. Toch wil ik benadrukken dat veel dingen in geld worden uitgedrukt, maar daar is niks mis mee. Geld en prijzen zijn een fenomeen die van nature zijn ontstaan, omdat mensen op efficiënte manier willen samenwerken. Om te kunnen samenwerken, moet je kunnen handelen. Als jij wilt dat ik voor jou appels pluk, dan wil ik 50 euro, maar kapitalisme laat mensen vrij om te handelen zonder er een prijs aan vast te plakken. Iedereen is bijvoorbeeld vrij om te doneren of om vrijwilligerswerk te doen. Om meer inzicht te krijgen in hoe het prijssysteem menselijke samenwerking bevordert, raad ik de lezer aan om “I, Pencil” van Leonard Read te lezen of op te zoeken op youtube.

9. Er schuilt onder post-koloniale en marxistische denkers een zeer pessimistisch en neerbuigend beeld over mensen. Zij hebben een ‘ideaal mens’ voor ogen die dezelfde waarden heeft als zij dat hebben. Mensen die niet aan hun beeld van de ‘ideale mens’ voldoen, lijden aan vervreemding, objectificatie of aan geestelijke en spirituele stoornissen die worden veroorzaakt door het kapitalisme. Mensen die een business willen starten en er zelf rijk mee willen worden zijn ‘vervreemd van zichzelf’. Maar wat is de ‘ik’ waar ze het over hebben? Wij zijn volgens hen alleen authentieke personen zodra wij aan hun beeld van de ‘ideale type mens’ voldoen. Zij plaatsen mensen die niet aan het beeld voldoen steeds weer in een minderwaardige positie. Is dit niet pure arrogantie? Puur stigmatiserend?

10. Volgens Mbembe worden mensen opzij gezet, omdat ze niet meer als slaaf kunnen worden uitgebuit zoals de Neger in het vroegkapitalisme. Dat is niet waar. Mensen worden niet opzij gezet. Mensen bezitten waardevolle eigenschappen: intelligentie, creativiteit, arbeid etc. Deze dingen zijn gewild en het is om deze reden dat ze worden gevraagd om deze eigenschappen om te ruilen voor loon. Kapitalisme sluit mensen economisch en maatschappelijk niet buiten. Zie hoe kapitalisme het leven van mensen heeft verrijkt. Als er geen kapitalisme was, zouden Cambodjanen nog steeds slaven van elkaar zijn of ze zouden allemaal op het platteland werken zonder landbouwmachines. Wij in het westen zijn zo rijk geworden door het kapitalisme dat we ons niet meer zoveel bezig hoeven te houden met werk, dat wij onze kinderen naar school kunnen sturen en wij tijd over houden om onszelf te verdiepen in dingen als kunst, literatuur en de geesteswetenschappen.

11. Mbembe wil vechten voor het behoud van faculteiten die de mens en zijn handelen kritisch bevragen. De geesteswetenschappen, net zoals de sociale wtenschappen, is doordrongen door ideologie. Deze ideologiën doen de maatschappij meer kwaad dan goed, omdat ze vaak niet berust zijn op rede en logica. De geesteswetenschappen en academici hebben zich ook zo ver afgezonderd van de maatschappij dat zij amper nog in staat zijn om een realistische blik te werpen op de samenleving. Daarnaast liggen academici in bed met de overheid. Natuurlijk willen zij dat er meer geld wordt besteed aan onderwijs en vecht een academicus als Mbembe ervoor om de geesteswetenschappen te laten bestaan, want op het eind van de dag is dat waar deze groep mensen hun brood mee verdienen. Daardoor zijn academici bij uitstek niet de juiste personen die onafhankelijk kunnen denken. Ik weet bijvoorbeeld dat filosofie faculteiten worden gestimuleerd om meer vrouwen aan te nemen, omdat zij hierdoor meer subsidies ontvangen. Het aantal onafhankelijke en objectieve academici wordt steeds kleiner.

12. Volgens Mbembe heeft het neoliberalisme ons vermogen to verbeelden beperkt. Voor post-koloniale denkers is het neoliberalisme de eeuwige ‘boogeyman’, maar ik lees zelden een goede uitleg wat het neoliberalisme volgens hun inhoudt – zo ook in dit artikel.

13. Mbembe wilt dat we van de aarde een ‘allesomvattende gemeenschap’ maken waar in de verbondenheid verscheidenheid kan plaatsvinden. Hoe ziet deze gemeenschap er dan uit?

14. Mbembe zegt ook dat er maar één wereld is en dat we er allemaal recht op hebben. Wat bedoelt hij hiermee? Als ik een appelboom in mijn tuin plant, heeft mijn buurman en de rest van de buurt ook recht om de appels van mijn appelboom te plukken?

15. Verder zegt Mbembe dat politici niet meer goed zijn in het aan het licht brengen van de boodschap dat we een allesomvattende gemeenschap moeten vormen waarin iedereen recht heeft op de ene wereld, omdat ze zich teveel op rationaliteit en zakelijkheid beroepen en te weinig op sentimenten. Volgens mij klopt ook deze statement niet. Politiek heeft zich altijd berust op het sentiment van het volk. Als ik zo naar de politiek kijk en terugdenk aan mijn ene debat met een D66-politicus, zie ik geen schrijntje rationaliteit. Het is altijd: hoe kan ik mezelf zo verwoorden en opstellen dat het publiek denkt dat de ander fout zit. De inhoud wordt ondergeschikt gemaakt aan populariteit.

16. Tot slot, Mbembe wilt graag dat de politicus passie mobiliseert. Dit lijkt me zeer gevaarlijk. Het publiek dat al zo onwetend is over politieke issues – waar ze trouwens alle recht op hebben, omdat ze rationeel onwetend zijn – is het laatste wat ik wil een publiek dat gepassioneerd hun onwetendheid manifesteert. Als je meer wil lezen over rationele onwetendheid en waarom de stemmer altijd onkundig is over maatschappelijke issues, dan raad ik je aan om het begrip ‘rational ignorance’ op te zoeken of om in te lezen in Public Choice Theory.

Megalomane Social Justice Warriors voeren een oorlog op je bewustzijn

Het woord ‘bossy’ was slechts één van de vele woorden die de belachelijke megalomane social justice warriors willen verbannen. Hun dictatoriale praktijken om de culturele psyche van een samenleving te veranderen heeft volgens hun te maken met het creëeren van ‘gelijkheid’, maar over wiens definitie van ‘gelijkheid’ hebben ze het eigenlijk? Natuurlijk is het hun definitie – zij definiëren wat fout en wat juist is en zoals je je wel kan voorstellen wordt de inhoud ervan ingevuld door de ideologie die ze aanhangen.

Hun ‘social justice’ ideologie die wordt bijgestaan door de immens intellectuele kracht van zulke beroemde filosofische figuren als Chomsky, Adorno, Marcuse, Horkheimer, Fromm, Gramsci, Sartre, Habermas en Zizek is niet ‘gelijke rechten’ of een ‘gelijke claim op burgerschapsrechten’ zoals werd geopperd in de tijd van de Verlichting. Het doel is een uitvoerige verandering van de samenleving waarin ‘oneerlijke’ privileges, hiërarchiën en distributie van goederen worden vernietigd. De radicale egalitaire mentaliteit van 19-eeuwse Marxisten en linkse anarchisten die het eigendomsrecht trachten af te schaffen zijn nu wellicht nog steeds niet wijdverbreid in trek, maar het heeft nu wel plaatsgemaakt voor een soortgelijke egalitaire mentaliteit die elke ongelijkheid in alle sferen van de samenleving – bezit, vrije tijd, sociale status, educatieve mogelijkheden etc. – wil elimineren. De hierboven genoemde filosofen, misschien geleerd hebbende dat Marx’ idee om private bezittingen te verbieden zoals werd gedaan in de Soviet Unie en andere communistische staten niet heeft geleid tot het gewenste resultaat in welvaart en welzijn, hebben Marx’ economische idee slechts herschreven en uitgebreid naar culturele termen. Ze zagen dat de kans dat het proletariaat een revolutie zou ontketenen zeer minimaal was en schrijven daarom een sluipende culturele revolutie voor. Geen enkele gewoonte, traditie, instituut, wet of hiërarchie zou ‘gelijkheid’ nog in de weg staan. Zelfs de menselijke taal zou veranderd moeten worden zodat het bewustzijn van het volk niets anders wil dan ‘gelijkheid’ en zich niet kan uitdrukken in termen van ‘ongelijkheid’.

Ze hebben alle lagen van de samenleving doordrongen. Ze zijn prominent aanwezig in academia, in de politiek, in activistische sferen en roepen ook om het verbannen van andere woorden en zinnen als “Je bent zo welbespraakt” omdat dit de boodschap geeft dat het ongewoon is dat iemand met zijn achtergrond niet intelligent zou zijn. Ze willen zelfs het woord “vriendje” of “vriendinnetje” verbannen, omdat deze woorden seksistisch zouden zijn en transseksuelen of hermafrodieten zich niet ‘gelijk’ voelen. Ze willen zelfs woorden als “vader” en “moeder” vervangen met “ouders”, omdat dit geslachtsneutraal zou zijn. Sommigen willen ook de term “hardwerkende” verbannen, omdat dit associaties van hardwerkende zwarte slaven op katoenvelden zou oproepen bij mensen met Afrikaanse voorouders – een associatie die vaak gepaard gaat met de associatie van de ‘agressor’, de blanke man die volgens hun zowel ‘geslachts- als witte privileges’ heeft.

De intellectuele argumentatie om zulke woorden te verbannen is beschreven in hun definitie van ‘micro-agressie’. Blijkbaar zijn zulke woorden beledigend, neerbuigend en veronderstellen ze een ongelijkheid tussen twee persona’s waardoor ze aangemerkt moeten worden als ‘micro-agressief’. Echter, niet alleen woorden kunnen aangemerkt worden als ‘micro-agressief’, maar ook gedragingen. Zo is het een vorm van ‘micro-agressie’ als je een Aziaat vraagt om je te helpen met wiskunde of om tegen een vrouw te zeggen dat ze meer moet lachen of wanneer je je handtas iets steviger vasthoudt, omdat je een groep Marokkanen passeert.

O, de idioterie van deze mensen kent geen grenzen!

Microaggression list