SteemFest interview

Op 11, 12 en 13 november 2016 was het dan eindelijk zover: de eerste internationale Steemfest conferentie werd gehouden in Amsterdam! Ik heb genoten van de vele persoonlijke verhalen van mensen over hoe zij betrokken zijn geraakt bij Steemit en blockchain.

Het waren drie prachtige dagen waarop de Steemit gemeenschap haar ware gezicht kon laten zien. Tot dan toe kende de gemeenschap elkaar voornamelijk van het revolutionaire sociaal netwerk, Steemit. Het is een platform waar bloggers/schrijvers cryptogeld (Steem) kunnen verdienen met de content die zij creëren.

De conferentie toonde duidelijk de grote verscheidenheid aan mensen. Er waren 206 deelnemers uit 32 verschillende landen zoals Rusland, China, India, Japan, Panama, Litouwen, Cambodja, Mexico en de Verenigde Staten. Ongeveer 35% van de deelnemers was vrouw en 25% was software ontwikkelaar. De grote verscheidenheid is iets wat je zelden ziet bij andere crypto-evenementen.

Het evenement trok beroemde schrijvers als Neil Strauss (The Game), bitcoin artiesten als Tatiana Moroz en de Steemit oprichter Ned Scott. Ik heb ook een oude huisgenoot ontmoet van Vitalik Buterin, de oprichter van Ethereum, die enkele leuke anekdotes over hem heeft gedeelde met mij. Daarnaast ben ik goed bevriend geraakt met een dakloze die probeert te leven op Steem.

Ik genoot van de positieve sfeer die de gemeenschap uitstraalde. Ik was ook één van de 35 sprekers op dit evenement en werd geïnterviewd door de documentairemaker Matthijs Diederiks over mijn libertarisch  anarchistische filosofie. Het interview kun je hierboven zien. Jeff Berwick van Anarchast en Anarchopulco zou ook worden geïnterviewd, maar kon onverhoopt niet aanwezig zijn op SteemFest. Ik denk dat wij anders een prima duo zouden vormen waarin we konden discussiëren in hoeverre onze libertarisch anarchistische filosofiën elkaar complementeerden.

Mijn presentatie ging over Seasteading alszijnde een praktijk die parallel loopt aan het decentralisatieproces van overheidsmonopolie. Cryptogeld brengt competitie in de overheidsmonopolie over geld en Seasteading brengt politieke competitie in de industrie van overheden. Ik zal binnenkort nog een filmpje plaatsen van de presentatie.

Tot slot wil ik nog één interessante anekdote delen van de eerste grootinvesteerder in Steemit. Hij was ook aanwezig bij de eerste internationale Bitcoin conferentie in Londen 2011 en vertelde mij dat deze eerste Steemit conferentie vele malen grootser, mooier en leuker is dan de Bitcoin conferentie.

Als je mij wil volgen of meer van mij wil lezen op Steemit, ga dan naar @chhaylin.

Advertisements

De Genetica van Succes

In dit artikel verken ik de laatste wetenschappen in moleculaire biologie en hoe onze genetische makeup gelinkt is met ‘successen’ die we boeken in het leven.

Er zijn, vind ik, weinig wetenschappelijke velden die zo interessant zijn als deze. De kennis die we opdoen in genetisch onderzoek en specifieker de link tussen onze genen en onze intelligentie en gedragingen gaat razendsnel. Wellicht te snel voor het gewone volk in de westerse wereld vanwege associaties met de nazi’s en de Tweede Wereldoorlog, maar de wetenschap heeft niet stil gestaan. Zeker in China zijn ze al sinds 1999 met miljarden aan subsidies bezig met het sequencen van het menselijk genoom in de Beijing Genomics Institute en het proberen te vinden van genen die gerelateerd zijn aan onze intelligentie en gedrag. Het mappen van genen van het menselijk genoom kostte in 1990 nog $2,7 miljard, maar kan nu worden gedaan voor ongeveer $1.000. 

Je kan je ogen sluiten voor deze ontwikkelingen, maar het feit blijft deze wetenschap zich door blijft ontwikkelingen. Naar verwachting zullen er talloze toepassingen zijn die voort zullen komen uit de kennis in dit veld. Ik verwacht dat het ons in de toekomst medicijnen zal bieden tegen alzheimer en dementie, maar ook middelen zal voortbrengen die onze cognitieve capaciteiten een boost kunnen geven. Er zijn uiteraard ook ethische kwesties zoals de vraag of embryologen niet alleen embryo’s mogen screenen op ziektes, maar ook op een genetische makeup die optimaler is voor het boeken van successen in het leven.

In het artikel grijp ik voornamelijk terug naar het onderzoeksrapport van Belsky dat enkele maanden geleden was gepubliceerd. Dit onderzoek is een mijlpaal! Wetenschappers hadden in 2013 al wel een genetische map gemaakt van genen die van invloed zijn op onze intelligentie en de kansen waarop we school succesvol kunnen afronden, maar voor zover ik weet is dit het eerste onderzoek dat een link legt tussen onze genen en successen die verder gaan dan educatie alleen.

Ik heb het artikel in het Engels geschreven. Je kan het hieronder vinden.


Warning: this post is not for egalitarians who believe that everyone is equally beautiful and talented or that everyone can become an Aristotle through immense self-effort. No, this post argues that our genetic differences result in different expected life outcomes.


Image source

We are living in extremely interesting times. It seems that we have reached a tipping point in genomic research. We can now predict life outcomes based on genetic tests. Daniel Belsky from Duke University and his team of researchers have recently released a paper asserting that genetic tests can predict adult life outcomes. The magnitude of correlation between genomic tests and adult life outcomes is still modest, but the predictions will grow more accurate once we gain more knowledge about the genetic makeup of ‘success’. I believe that this is big news, since this is the first well-developed psychometric/genetic research I have read so far that proves that life success is too some extent related to our genetic makeup.

When Belsky et al looked at the genetic profiles and the people they studied, they found that people with higher polygenic scores did not only have greater educational attainments, but also had more prestigious occupations, higher incomes, more assets, greater upward social mobility, were more likable and friendly.

Main research findings

The main research findings can be summed up as follow:

  1. polygenic scores predicted adult economic outcomes even after accounting for educational attainments;
  2. genes and environments were correlated: Children with higher polygenic scores were born into better-off homes;
  3. children’s polygenic scores predicted their adult outcomes even when analyses accounted for their social-class origins; social-mobility analysis showed that children with higher polygenic scores were more upwardly mobile than children with lower scores;
  4. polygenic scores predicted behavior across the life course, from early acquisition of speech and reading skills through geographic mobility and mate choice and on to financial planning for retirement;
  5. polygenic-score associations were mediated by psychological characteristics, including intelligence, self-control, and interpersonal skill.

Belsky’s main research question

In 2013, Rietveld et al reported the first successful genome-wide association study (GWAS) of educational attainment. They analyzed millions of genetic variants in more than 100,000 individuals and found a genetic map that was related to people’s educational attainment. This genetic map could even explain differences in educational attainment between siblings in the same family.

The main research question that Belsky et al ask is: “do genetic discoveries for educational attainment predict outcomes beyond schooling?”

If so, what are the developmental and behavioral pathways that connect differences in DNA sequences with divergent life outcomes?


Image source

Belsky’s research methodology

1,037 people born between April 1972 and March 1973 in Dunedin, New Zealand, were tracked through a 38-year assessment of their socioeconomic development. This study became known as ‘the Dunedin study’. The cohort represented the full range of socioeconomic status (SES).

The researchers derived polygenic scores from the approximately 2.3 million genotypes that according to Rietveld et al would make up the genetic predisposition to educational attainment. In addition, adult-attainment scores were derived from extensive analyses of Dunedin members’ life developments. See table 1 for developments that were tracked and the methods through which these developments were measured.

The researchers have for example measured SES, determined from the higher of either parent’s occupational status throughout the Dunedin Study members’ childhoods. Educational attainment was measured, looking at the highest obtained degree. Attainment beyond education were measured by members’ reports of occupation, income, assets, credit problems when they were 38 years old and from social welfare and credit-score records. Reading abilities, taken when the Dunedin Study members were 7, 9, 11, 13, 15, and 18 years old, were measured as well. What I find extremely interesting is the fact that the researchers have measured not only cognitive ability through picture vocabulary tests and IQ tests, but also certain personal traits like self-control, impulsive aggression, hyperactivity, lack of persistence, inattention and interpersonal skills.

More substantive research results

I will list all research results here:

  1. people with higher polygenic scores tended to achieve higher degrees;
  2. people with higher polygenic scores tended to be more socioeconomically successful, holding more prestigious occupations, earning higher incomes, having more assets, relying less on social-welfare benefits, having higher credit scores and reporting fewer difficulties paying expenses;
  3. children with higher polygenic scores tended to come from families with higher SES;
  4. children with higher polygenic scores tended to attain more regardless of whether they began life in a family of low SES or high SES. Children from low SES with high polygenic scores tended to have greater upward social mobility than their low SES peers with low polygenic scores;
  5. children with higher polygenic scores were more likely to talk earlier and quicker to begin communicating using sentences;
  6. children with higher polygenic scores were able to read at younger ages;
  7. adolescents with higher polygenic scores had higher educational aspirations at the age of 15;
  8. adolescents with higher polygenic scores performed better academically and outperformed their peers on standardized tests;
  9. people with higher polygenic scores were more likely to pursue occupational opportunities outside of New Zealand;
  10. people with higher polygenic scores were more financially planful;
  11. people with higher polygenic scores tended to find partners with higher socioeconomic attainments;
  12. people with higher polygenic scores were not more satisfied with their lives;
  13. people with higher polygenic scores performed better on IQ tests and showed more rapid cognitive development during childhood;
  14. people with higher polygenic scores had stronger noncognitive skills, such as self-control, friendliness, confidence, being cooperative and communicative;
  15. children with higher polygenic scores were no healthier than their peers.

Tough questions

Knowing that our genetic makeup partly determine our success in life, would it be ethical to screen embryos for genetic signs of success in life? In some cases, embryologists already check embryos for major diseases, but should we allow parents to select embryos with the greatest genetic odds of future success?

These are interesting questions that, I believe, we will be facing in the near future.


Image source

Reference

Belsky et al – The genetics of success

Introductie tot Steemit – een platform waar je geld kunt verdienen voor je content

Zoals sommigen van jullie weten ben ik een fervent supporter van Bitcoin en blockchain technologie. Nu wil ik iets waar ik zelf razend enthousiast over ben en waar ik de afgelopen maanden intensief mee bezig ben geweest delen met jullie. Het heet Steemit en bestaat nog maar een half jaar. Steemit is een revolutionair social media platform waar je geld (cryptocurrency) kan verdienen d.m.v. bloggen of online content te creëren.

Facebook, Youtube en andere social media gebruiken jouw content voor advertentiedoeleinden en verdienen er miljarden mee. Ook al krijg je 1000’en likes voor je mooie foto’s of teksten op Facebook, je verdient er helemaal niets aan. Steemit daarentegen geeft jou geld voor elke like die je ontvangt.

Ik ben door mijn enthousiasme langzamerhand een Steemit evangelist geworden en heb laatst een video opgenomen om Steemit meer onder de aandacht te brengen onder mensen.

Waarom na de Brexit een Nexit goed zou zijn voor Nederland

Afgelopen vrijdag heeft het Britse volk gestemd om uit de Europese Unie te treden met 51.9% vóór de uittreding en 48.1% tegen. De details van de uitslag kun je vinden op BBC’s EU referendum pagina. Hoewel het nog onduidelijk is wat de relatie tussen Groot-Brittanië en de EU gaat worden, verwacht ik dat de Brexit goede economische mogelijkheden zal bieden voor Groot-Brittanië mits ze vrijhandelsverdragen kunnen sluiten met de EU en alle andere landen buiten de EU.

Een Nederlandse Exit, ofwel Nexit, zal wel meer gevolgen hebben dan een Brexit, omdat Nederland ook deelneemt aan de Europese Monetaire Unie en dit zou kunnen leiden tot het einde van de Euro. Een analyse van de EU is een politieke analyse en omdat politiek altijd gepaard gaat met macht moet deze analyse dan logischerwijs ook een analyse omvatten van machtsstrijden en concurrerende visies. Elk land heeft andere belangen bij de EU net zoals elk politicus binnen de EU ‘special interests’ heeft. Naar buiten toe wordt de EU vaak gebracht als een vorm van solidariteit en verbroedering, maar het is nog steeds politiek met de gebruikelijke lust tot zelfverrijking onder politici.

In The Tragedy of the Euro (2010) beschrijft Philipp Bagus dat er sinds het begin van de EU altijd al twee concurrerende visies zijn geweest. Ten eerste, een klassiek liberale visie geleid door de Duitssprekende Christelijke democraten Schuman (Frankrijk), Adenauer (Duitsland) en Alcide de Gasperi (Italië) met als hoogtepunt de Verdragen van Rome in 1957 waarmee er een vrijhandelszone kwam met de volgende vier vrijheden: vrij verkeer van personen, van goederen, van diensten en van kapitaal. De andere visie was een socialistische visie geleid door voornamelijk Franse politici als Jacques Delors en François Mitterrand die het doel hadden om een supranationale staat te creëren.

Verdrag van Rome ondertekend
Verdrag van Rome ondertekend (1957).

Klassiek liberale visie
De eerste visie was om politieke concurrentie tussen landen te bevorderen met open grenzen. Dat als een persoon ontevreden is over de hoge belastingen in het ene land, hij dan kon vertrekken naar een ander land. Concurrentie tussen landen zou leiden tot een kleinere overheid, lagere belastingen en politieke respect voor mensen die hun individuele vrijheden konden nastreven in een ander land als de ene hen niet aanstaat. De politieke concurrentie zou een terugkeer zijn naar het politieke model van de Middeleeuwen tot aan de 19e eeuw waar verschillende politieke systemen naast elkaar bestonden met onafhankelijke steden of stadsstaten in Vlaanderen, Duitsland en Noord-Italië. Er waren koninkrijken als Beieren, republieken als Venetië en stadsstaatjes als Gent die elk hun autonomie omarmden. De Duitse schrijver en dichter Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) heeft de schoonheid van zo’n politiek model mooi als volgt omschreven toen Duitsland nog versplinterd was in 36 onafhankelijke staten:

“I do not fear that Germany will not be united; … she is united, because the German Taler and Groschen have the same value throughout the entire Empire, and because my suitcase can pass through all thirty-six states without being opened. … Germany is united in the areas of weights and measures, trade and migration, and a hundred similar things. … One is mistaken, however, if one thinks that Germany’s unity should be expressed in the form of one large capital city, and that this great city might benefit the masses in the same way that it might benefit the development of a few outstanding individuals. … What makes Germany great is her admirable popular culture, which has penetrated all parts of the Empire evenly. And is it not the many different princely residences from whence this culture springs and which are its bearers and curators? … Germany has twenty universities strewn out across the entire Empire, more than one hundred public libraries, and a similar number of art collections and natural museums; for every prince wanted to attract such beauty and good. Gymnasia, and technical and industrial schools exist in abundance; indeed, there is hardly a German village without its own school. … Furthermore, look at the number of German theaters, which exceeds seventy. … The appreciation of music and song and their performance is nowhere as prevalent as in Germany, … Then think about cities such as Dresden, Munich, Stuttgart, Kassel, Braunschweig, Hannover, and similar ones; think about the energy that these cities represent; think about the effects they have on neighboring provinces, and ask yourself, if all of this would exist, if such cities had not been the residences of princes for a long time. … Frankfurt, Bremen, Hamburg, Lübeck are large and brilliant, and their impact on the prosperity of Germany is incalculable. Yet, would they remain what they are if they were to lose their independence and be incorporated as provincial cities into one great German Empire? I have reason to doubt this.”[1]

Naast bevordering van politieke concurrentie omvat de visie ook bevordering van economische concurrentie. Een Duitse werknemer zou niet meer worden belemmerd om te werken in Frankrijk, een Nederlander zou niet meer worden belast door de overheid als hij geld overboekt van een Nederlandse naar een Spaanse bank of wanneer hij besluit om te investeren in de Italiaanse aandelenmarkt. Niemand zou een Belgische brouwerij ervan kunnen weerhouden om bier te verkopen in andere landen binnen de Economische Gemeenschap.

Socialistische visie
De tweede visie was om een Europese zorgstaat te creëren met meer reguleringen, herverdeling van welvaart en harmonisatie van wetgeving binnen de hele Unie. Hiervoor is vanzelfsprekend een groter centraal orgaan nodig dat de harmonisatie van reguleringen kan coördineren. Het gevolg is dat deelstaten hun soevereiniteit moeten inleveren. Dit is duidelijk te zien in hoe Brussel landen als Griekenland en Ierland konden opleggen hoe ze moesten omgaan met hun begrotingstekorten midden in de financiële crisis. De socialistische visie voor Europa is een ideaal van de politieke klasse, bureaucraten, ‘interest groups’ en de gesubsidieerde sectoren die een machtige centrale staat willen voor zelfverrijking. Om dit te bewerkstelligen zal politieke competitie, iets waar de klassiek liberalen achter stonden, moeten worden vernietigd. Europa wordt hierdoor minder democratisch en politieke macht wordt steeds meer overgedragen aan bureaucraten en technocraten in Brussel. Historisch gezien werden zulke plannen van machtsconcentratie in Europa gerealiseerd door figuren als Karel de Grote, Napoleon en Hitler. Het verschil met deze tijd is dat er geen directe militaire middelen nodig zijn voor de installatie van een sterke centrale staat in Europa. Om grotere centralisatie van macht te realiseren moesten nieuwe instituten zoals de Europese Centrale Bank of een gemeenschappelijke munt, de Euro, worden opgericht en ingevoerd. Daarnaast zou de politieke macht van de Europese Commissie moeten worden uitgebreid. Soortgelijke socialistische intenties waren al duidelijk vanaf het begin van de Europese integratie en werden gedeeld door onder anderen Jean Monnet, de Franse intellectuele vader van de Europese gemeenschap. Vrezend voor een zelfstandig Duitse heropleving na de Tweede Wereldoorlog, werd er gedacht dat de integratie van Duitsland binnen Europa goed zou zijn. Daarnaast wilden de Fransen de controle hebben over het Rühr-gebied en andere vitale Duitse grondstoffen uit handen houden van enkel de Duitsers. Na de verliezen van haar koloniale machten in Indochina en Afrika zochten de Franse heersende elite ook naar nieuwe invloed en trots die ze uiteindelijk vonden de Europese gemeenschap.[2] Zo stelde de Franse premier al in 1950  voor om een Europees leger onder leiding van het Franse leiderschap op te richten.

Waarom het goed is voor Nederland om uit de EU te stappen
Ik ben van mening dat de EU nooit meerdere ambities had moeten hebben dan de vrijhandelszone. Voor een vrijhandelszone heb je geen supranationale instituten nodig, behalve het Europese gerechtshof dat de vier vrijheden zou waarborgen. De EU is door de sterke machtscentralisatie zo ver verwijderd geraakt van de klassiek liberale visie van politieke en economische concurrentie dat het niet meer loont om deel te nemen. Het is vervallen tot een kwaadaardig kartel dat al hun deelnemende landen kan opleggen met wie en hoe ze moeten handelen. Een goed voorbeeld waren de quota en invoerheffingen die werden gelegd op Chinese zonnepanelen in 2013 onder het mom van ‘anti-dumping’ – een anti-competitie idee dat producenten verbiedt om buiten hun landsgrenzen massaal producten te verkopen voor een zeer lage prijs om een groot marktaandeel weg te snoepen van de concurrentie binnen het betreffende land. Enkele landen zoals Nederland en Duitsland waren hier in eerste instantie op tegen, omdat ze goede relaties wilden onderhouden met China. Desondanks heeft de Europese Commissie, uiteraard onder invloed van zonnepanelenlobbyisten als die van de Duitse producent Solarworld AG, ‘anti-dumping’-maatregelen ingevoerd om ‘oneerlijke concurrentie’ tegen te gaan. De uiteindelijke winnaars van deze maatregelen zijn natuurlijk Europese zonnepanelenproducenten en het slachtoffer is het Europeaanse volk dat simpelweg goedkope zonnepanelen wil kunnen aanschaffen. Een ander voorbeeld zijn de sancties die op Rusland werden gelegd sinds het Oekraïense conflict – een conflict die overigens werd uitgelokt door Amerikaanse imperialisten en de NAVO – en die weer hebben geleid tot een Russische boycot op producten uit de EU.[3] De verslechtering in handelsrelaties tussen EU-landen en Rusland gaat uiteraard weer ten koste van het gewone volk. Wéér is het een EU-beleid die bepaalt dat elk deelnemend land zal deelnemen aan de sancties. Een ander recentelijk voorbeeld is het EU-verbod op stofzuigers met een bepaald vermogen en een mogelijk voorstel om andere huishoudelijke apparaten zoals ketels, haardrogers en toasters te verbieden om ‘green targets’ te behalen.[4] Degene die profiteren van zulke maatregelen zijn grote legacy bedrijven als Bosch en Siemens die de kapitaal hebben om te voldoen aan strikte regels binnen de EU. Door de alsmaar groter wordende regelgeving binnen de EU wordt het steeds lastiger voor kleinere bedrijven om mee te concurreren.

Een andere reden waarom een Nexit goed zou zijn voor Nederland is dat het Nederland de mogelijkheid biedt om zich te verlossen van de Euro en de impliciet toegezegde hulpverlening bij toekomstige financiële crises die Europa zal teisteren.

De tragedie van de Euro
De invoering van de Euro is een grote fout gebleken, omdat het economisch onverantwoordelijke landen zoals Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland etc. in staat hebben gesteld om ten koste van de economisch verantwoordelijke landen een beleid van onhoudbare begrotingstekorten te voeren. Vroeger, toen deze staten nog hun eigen valuta hadden, moesten begrotingstekorten van hun overheden opgevangen worden door staatsobligaties uit te schrijven om geld te lenen op de markt. De hogere schulden van deze overheden manifesteerden zich in hogere rentes op de staatsobligaties en het grotere geldaanbod dat in omloop werd gebracht doordat Centrale Banken deze obligaties als onderpand aannamen voor reserves voor het bankensysteem leidde tot devaluaties van hun valuta.

Om te illustreren hoe dit te werk gaat zullen we de renteontwikkelingen op 10-jarige overheidsobligaties moeten bekijken. De grafiek hieronder geeft de rentes die overheden betalen aan de financierders van hun 10-jarige staatsleningen vanaf 1995 tot en met 2011 weer:

Development in Interest Rates on 10-year Government Bonds
Ontwikkeling van 10-jarige staatsobligaties (1995-2011).

De y-as toont hoe hoog de rente is die een investeerder in 10-jarige staatsobligaties ontvangt. Landen die economisch sterker en fiscaal gezonder zijn worden door de markt beloond met lagere rentes, omdat er een lager risico is dat de overheden van deze landen de leningen niet terugbetalen. In het geval van Duitsland, een land met traditioneel een vrij sterke economie, een conservatieve Bundesbank en een fiscaal verantwoordelijker overheid dan vele andere Europese landen, krijgt een investeerder in Duitse 10-jarige staatsobligaties in 1995 ongeveer 7.5% aan jaarlijkse rente. Griekse staatsobligaties leverden daarentegen meer dan 18% op in 1995. 1995 was het jaar waarin de Europese Commissie aankondigde dat de Euro zou arriveren in 2002. Dit heeft ervoor gezorgd dat de rentes op staatsobligaties van deelnemende landen convergeerden. Aan het eind van 1997 waren de rentes van 10-jarige staatsobligaties van Portugal, Ierland, Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland min of meer gelijk ondanks het feit dat de overheden van de meeste van deze landen nog steeds aanzienlijk meer geld uitgaven dan ze via belastingen konden ophalen. Dat komt doordat met een gezamenlijke munt die wordt gedeeld met verantwoordelijker landen als Duitsland en Nederland, minder snel prijssignalen vrijkomen in de vorm van hogere rentes op de staatsleningen van onverantwoordelijke landen. Onverantwoordelijke overheden kunnen hierdoor staatsobligaties blijven uitschrijven aan de bankensector die deze obligaties weer als onderpand kunnen onderbrengen bij de Europese Centrale Bank in ruil voor leningen. De rente die banken betalen op de leningen aan de ECB worden weer als winsten uitgekeerd aan de overheden. Dit is in het kort hoe ‘seigniorage’ werkt, het principe waarbij inkomsten uit geldcreatie wordt gecreëerd doordat de productiekosten van geld lager zijn dan de waarde van het geld.

Money Creation ECB
Financiering van staatsobligaties in de EMU.

Dit proces leidt tot inflatie, maar de kosten van inflatie worden in de Europese Monetarie Unie niet gedragen door enkel het betreffende land dat staatsobligaties uitschrijft, maar door alle landen die deelnemen aan de EMU. Een land als Spanje kan bijvoorbeeld staatsobligaties uitschrijven wat traditioneel zou corresponderen met 10% inflatie. Echter, als andere landen zoals Nederland en Duitsland minder staatsobligaties uitschrijven wat zou corresponderen met 5% inflatie, heeft Spanje baat omdat hun winsten uit seigniorage hoger is dan de kosten die toch mede worden bekostigd door landen als Nederland en Duitsland. Hierdoor loont het voor overheden om zich fiscaal onverantwoordelijk op te stellen. De Euro is in dit opzicht een “Tragedie van de meent”. Misbruik maken van de Euro is exact wat landen als Portugal, Italië, Ierland, Griekenland, Spanje en Frankrijk hebben gedaan. Dit werkt totdat de markt, door een financiële crisis, door heeft hoe insolvent de overheden van deze landen eigenlijk wel niet zijn. Dat is in 2008 gebeurd, het moment waarop de rentes op staatsleningen weer divergeren. Omdat landen bijna geen staatsobligaties meer op de markt verkocht kregen, steeg de rente meer en had de ECB besloten om zelf de obligaties van bijvoorbeeld Griekenland in mei 2010 maar op te kopen wat de rente omlaag had gedrukt. Desondanks kwam er bij democratische verkiezingen de socialistische partij, de Syriza, aan de macht die de begroting niet op orde kon krijgen en het land verder werd geleid richting faillissement. Er is in juni 2010 ook een Europees Financieel Stabiliteitsfonds (EFSF) opgericht met een garantie tot €440 miljard om de Europese staatsschuldencrisis te bestrijden wat uiteindelijk is omgevormd tot het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een fonds van ongeveer €800 miljard waarin Nederland een kapitaaldeelname heeft van zo’n €40 miljard. De financiële toezeggingen van Nederland aan zulke onverantwoordelijke overheden als die van Griekenland zijn niet ten bate van het Nederlandse volk. Sterker nog, op de lange termijn zijn ze ook niet ten bate voor de EU, omdat het het socialistische systeem die diep verrot is ondersteunt. Wat de EU nodig heeft is een radicale terugkeer naar decentralisatie en politieke concurrentie.

De EU is een zinkend schip geworden en het lijkt me beter dat Nederland eruit stapt. Ik zie niet in hoe Europa zich veilig kan manoeuvreren door de financiële crisis die momenteel op losbarsten staat omdat er weer banken zijn die op omvallen staan.[5] Daarnaast verwacht ik dat de politieke macht binnen de EU alleen maar verder gecentraliseerd wordt ten koste van de soevereiniteit van deelnemende landen. Op 27 juni, 2016 heeft de Poolse media bericht dat Frankrijk en Duitsland op henzelf de verantwoordelijkheid willen nemen om ‘solidariteit’ en ‘cohesie’ binnen de Europese Unie te bevorderen door een ‘superstaat’ te creëren waarvan de centrale macht wordt gedeeld tussen Parijs en Berlijn. Onder dit voorstel van Frankrijk en Duitsland zullen EU-landen hun rechten op een eigen leger, een eigen strafrecht, belastingstelsel en centrale bank verliezen.[6]

Een verstandig Nederland stapt uit de EU en de EMU zodat ze haar eigen politieke soevereiniteit kan behouden en zelf kan beslissen hoe ze haar handel vorm kan geven. Ze zou vrijhandelsverdragen sluiten met alle landen – niet alleen met landen binnen de EU. EenVandaag heeft zondag 26 juni, 2016 al geplubliceerd dat uit haar online poll van 27.000 mensen 54% van de Nederlanders een referendum willen over de Nederlandse lidmaatschap in de EU en dat 48% voor uittreding is tegen 45% die een verblijf in de EU prefereren.[7] In de tussentijd zal het kamp dat tegen de referendum of uittreding is snobistisch het andere kamp ervan betichten dat het racistisch, nationalistisch of simpelweg onwetend is.

Referenties
Bagus, P. (2010). The Tragedy of the Euro.

BBC. (2016). EU referendum: The result in maps and charts.

China Courant. (2014). Mogelijk nieuwe straffen voor producenten Chinese zonnepanelen.

DutchNews.nl. (2016). Dutch PM rejects referendum calls: not in the Netherlands’ interest.

Fullfact.org. (2016). First they came for the vacuum cleaners: will it be kettles next?

Gutteridge, N. (2016). European SUPERSTATE to be unveiled: EU nations ‘to be morphed into one’ post-Brexit.

Hoppe, H.H. (2001). Democracy the god that failed.

Judt, T. (2006). Postwar: A History of Europe Since 1945.

McMurtry, J. (2016). Ukraine, America’s “Lebensraum”. Is Washington prepared to wage war on Russia?

Zerohedge.com. (2016). Deutsche Bank tumbles near record lows as yield curve crashes.

Voetnoten
[1] Uit Johann Peter Eckermanns Gesprekken met Goethe in de laatste jaren van zijn leven (1836-1848).

[2] Tony Judt schrijft in Postwar: A History of Europe Since 1945 (2006) dat “[U]nhappy and frustrated at being reduced to the least of the great powers, France had embarked upon a novel vocation as the initiator of a new Europe” (p. 153). Verder schrijft hij dat “[F]or Charles de Gaulle, the lesson of the twentieth century was that France could only hope to recover its lost glories by investing in the European project and shaping it into the service of French goals (p. 292).”

[3] Zie bijvoorbeeld dit artikel van Prof. John McMurtry voor een mooie analyse van het conflict in Oekraïne getiteld, “Ukraine, America’s “Lebensraum”. Is Washington prepared to wage war on Russia?

[4] Zie “First they came for the vacuum cleaners: will it be kettles next?

[5] Zie bijvoorbeeld “Deutsche Bank tumbles near record lows as yield curve crashes.”

[6] Zie “European SUPERSTATE to be unveiled: EU nations ‘to be morphed into one’ post-Brexit.”

[7] Zie “Dutch PM rejects referendum calls: not in the Netherlands’ interest.”

Keynes vs Hayek

Met een voortdurende economische crisis sinds 2007/2008, een mogelijke Brexit en enkele banken die weer op instorten staan is het goed om even met een breder perspectief te kijken naar economische theorieën. Er zijn grofweg 3 grote economische stromingen:

  • het Keynesianisme die zeer mainstream is en wat eigenlijk iedereen wordt geleerd op school;
  • het Monetarisme wat voornamelijk geassocieerd wordt met Milton Friedman;
  • en de Oostenrijke Economische School wat voornamelijk wordt geassocieerd met Ludwig von Mises en Friedrich Hayek (beiden Oostenrijkers).

Je zou ook Marxistische Economie als 4e stroming kunnen noemen, maar deze speelt vrijwel geen rol van betekenis meer onder economen.

Ik heb op youtube een mooie rap battle gevonden die gaat tussen John Maynard Keynes en Friedrich Hayek. Het geeft je een vrij goed beeld van de contrasten tussen het Keynesianisme en de Oostenrijke School. Keynes en Hayek waren overigens vrienden van elkaar, ondanks dat ze verwikkeld waren in een zeer verhitte en interessante intellectuele strijd in de jaren ’30. Toen Hayek van Oostenrijk naar de London School of Economics ging begin jaren ’30 en de theorieën van de Oostenrijke School onderwees, werden vrijwel alle economische academici in Engeland ‘Oostenrijks’. Dit veranderde in 1936 toen Keynes zijn “General Theory” uitbracht en zijn economische theorieën op handen werden gedragen. Zijn invloed is zo groot dat nog maar weinig economische studenten andere theorieën zullen leren buiten het Keynesianisme.
Kort gezegd is hoe we met de huidige economische crisis zijn omgegaan erg Keynesiaans. Om de economie te stimuleren moeten we GDP (BNP) omhoogkrikken. Mensen die economie hebben gehad kennen de volgende formule vast wel: Y = C + I + G + (X-M). Het doel van Keynes is om Y (GDP of Aggregate Demand) te stimuleren wat kan worden gedaan door C (consumption), I (investments), G (government spending) en X (export) omhoog te krijgen. Daarvoor moeten rentes worden verlaagd om mensen meer te laten lenen en investeren, moeten we meer uitgeven, minder sparen en moet de overheid stimulus plannen uitvoeren. M.a.w. Keynes is een social engineer of social planner die denkt dat de economie gestuurd kan worden van ‘top to bottom’.
Friedrich Hayek denkt daarentegen dat de economie organisch is en beter niet gestuurd kan worden door social planners. Hij denkt juist dat de ingrepen van de overheid en centrale banken die lage rentes, te weinig sparen en te veel uitgaves stimuleren hebben geleid tot de economische crisis en dat we de crisis alleen maar erger maken door meer van hetzelfde te doen. Hayek zegt dat als we doen wat Keynes zegt, de economie wel weer groeit op de korte termijn, maar de economische bubbel alleen maar groter wordt en in de nabije toekomst harder zal klappen. Hayek gelooft dat we beter niets kunnen doen, dus geen rente verlagen en geen failliete bedrijven ondersteunen.

Zie hier het filmpje:

Over de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen door discriminatie op de arbeidsmarkt

De mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen lijkt haast onsterfelijk te zijn en toch is het zo makkelijk om het onderuit te halen met een beetje logica. Stel je voor dat je een ondernemer bent, zou jij in een situatie waarin vrouwen ongeveer 25% minder verdienen niet drastisch meer vrouwen aannemen? Natuurlijk zou je dat doen, maar toch zie je in de echte wereld nergens grote ontslagen van mannen ter bevordering van vrouwen.

Je kan de mythe ook onderuit halen op de volgende deductieve wijze:

  1. Assumptie: vrouwen verdienen gemiddeld 75% van wat mannen verdienen.
  2. Ondernemers concurreren met elkaar voor arbeid.
  3. Ondernemers nemen meer vrouwen aan die in staat zijn om hetzelfde arbeid te verrichten als mannen.
  4. Vraag naar de arbeid van vrouwen stijgt totdat ondernemers geen baat meer hebben om mannen te discrimineren voor hun arbeid.
  5. De salarisverschillen dalen naar 0.
  6. Mannen en vrouwen verdienen even veel voor hetzelfde werk.

Dit hierboven beschrijft hoe de arbeidsmarkt zou werken als vrouwen daadwerkelijk gemiddeld maar 75% verdienen voor hetzelfde werk.

Hoe het komt dat vrouwen gemiddeld 25% minder verdienen ligt aan de manier waarop de statistieken zijn opgebouwd. Ja, het klopt dat vrouwen 25% minder verdienen dan mannen wanneer je de salarissen van alle vrouwen bij elkaar optelt en deze afzet tegen de totale salarissen van alle mannen. Dit zegt echter totaal niets over discriminatie tussen de twee geslachten. Om te kijken of er sprake is van discriminatie moeten we corrigeren voor leeftijd, carrière keuzes, ervaring, specifiek beroep, het aantal uren dat ze werken, ambities etc. Als we hierop corrigeren vallen de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen vrijwel geheel weg. Er is misschien een verschil van 1-2%, maar dit is denk ik prima te verklaren door het feit dat mannen over het algemeen fermer in hun schoenen staan bij salarisonderhandelingen.

Prof. Steve Horwitz weerlegt mooi de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen.