Waarom na de Brexit een Nexit goed zou zijn voor Nederland

Afgelopen vrijdag heeft het Britse volk gestemd om uit de Europese Unie te treden met 51.9% vóór de uittreding en 48.1% tegen. De details van de uitslag kun je vinden op BBC’s EU referendum pagina. Hoewel het nog onduidelijk is wat de relatie tussen Groot-Brittanië en de EU gaat worden, verwacht ik dat de Brexit goede economische mogelijkheden zal bieden voor Groot-Brittanië mits ze vrijhandelsverdragen kunnen sluiten met de EU en alle andere landen buiten de EU.

Een Nederlandse Exit, ofwel Nexit, zal wel meer gevolgen hebben dan een Brexit, omdat Nederland ook deelneemt aan de Europese Monetaire Unie en dit zou kunnen leiden tot het einde van de Euro. Een analyse van de EU is een politieke analyse en omdat politiek altijd gepaard gaat met macht moet deze analyse dan logischerwijs ook een analyse omvatten van machtsstrijden en concurrerende visies. Elk land heeft andere belangen bij de EU net zoals elk politicus binnen de EU ‘special interests’ heeft. Naar buiten toe wordt de EU vaak gebracht als een vorm van solidariteit en verbroedering, maar het is nog steeds politiek met de gebruikelijke lust tot zelfverrijking onder politici.

In The Tragedy of the Euro (2010) beschrijft Philipp Bagus dat er sinds het begin van de EU altijd al twee concurrerende visies zijn geweest. Ten eerste, een klassiek liberale visie geleid door de Duitssprekende Christelijke democraten Schuman (Frankrijk), Adenauer (Duitsland) en Alcide de Gasperi (Italië) met als hoogtepunt de Verdragen van Rome in 1957 waarmee er een vrijhandelszone kwam met de volgende vier vrijheden: vrij verkeer van personen, van goederen, van diensten en van kapitaal. De andere visie was een socialistische visie geleid door voornamelijk Franse politici als Jacques Delors en François Mitterrand die het doel hadden om een supranationale staat te creëren.

Verdrag van Rome ondertekend
Verdrag van Rome ondertekend (1957).

Klassiek liberale visie
De eerste visie was om politieke concurrentie tussen landen te bevorderen met open grenzen. Dat als een persoon ontevreden is over de hoge belastingen in het ene land, hij dan kon vertrekken naar een ander land. Concurrentie tussen landen zou leiden tot een kleinere overheid, lagere belastingen en politieke respect voor mensen die hun individuele vrijheden konden nastreven in een ander land als de ene hen niet aanstaat. De politieke concurrentie zou een terugkeer zijn naar het politieke model van de Middeleeuwen tot aan de 19e eeuw waar verschillende politieke systemen naast elkaar bestonden met onafhankelijke steden of stadsstaten in Vlaanderen, Duitsland en Noord-Italië. Er waren koninkrijken als Beieren, republieken als Venetië en stadsstaatjes als Gent die elk hun autonomie omarmden. De Duitse schrijver en dichter Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) heeft de schoonheid van zo’n politiek model mooi als volgt omschreven toen Duitsland nog versplinterd was in 36 onafhankelijke staten:

“I do not fear that Germany will not be united; … she is united, because the German Taler and Groschen have the same value throughout the entire Empire, and because my suitcase can pass through all thirty-six states without being opened. … Germany is united in the areas of weights and measures, trade and migration, and a hundred similar things. … One is mistaken, however, if one thinks that Germany’s unity should be expressed in the form of one large capital city, and that this great city might benefit the masses in the same way that it might benefit the development of a few outstanding individuals. … What makes Germany great is her admirable popular culture, which has penetrated all parts of the Empire evenly. And is it not the many different princely residences from whence this culture springs and which are its bearers and curators? … Germany has twenty universities strewn out across the entire Empire, more than one hundred public libraries, and a similar number of art collections and natural museums; for every prince wanted to attract such beauty and good. Gymnasia, and technical and industrial schools exist in abundance; indeed, there is hardly a German village without its own school. … Furthermore, look at the number of German theaters, which exceeds seventy. … The appreciation of music and song and their performance is nowhere as prevalent as in Germany, … Then think about cities such as Dresden, Munich, Stuttgart, Kassel, Braunschweig, Hannover, and similar ones; think about the energy that these cities represent; think about the effects they have on neighboring provinces, and ask yourself, if all of this would exist, if such cities had not been the residences of princes for a long time. … Frankfurt, Bremen, Hamburg, Lübeck are large and brilliant, and their impact on the prosperity of Germany is incalculable. Yet, would they remain what they are if they were to lose their independence and be incorporated as provincial cities into one great German Empire? I have reason to doubt this.”[1]

Naast bevordering van politieke concurrentie omvat de visie ook bevordering van economische concurrentie. Een Duitse werknemer zou niet meer worden belemmerd om te werken in Frankrijk, een Nederlander zou niet meer worden belast door de overheid als hij geld overboekt van een Nederlandse naar een Spaanse bank of wanneer hij besluit om te investeren in de Italiaanse aandelenmarkt. Niemand zou een Belgische brouwerij ervan kunnen weerhouden om bier te verkopen in andere landen binnen de Economische Gemeenschap.

Socialistische visie
De tweede visie was om een Europese zorgstaat te creëren met meer reguleringen, herverdeling van welvaart en harmonisatie van wetgeving binnen de hele Unie. Hiervoor is vanzelfsprekend een groter centraal orgaan nodig dat de harmonisatie van reguleringen kan coördineren. Het gevolg is dat deelstaten hun soevereiniteit moeten inleveren. Dit is duidelijk te zien in hoe Brussel landen als Griekenland en Ierland konden opleggen hoe ze moesten omgaan met hun begrotingstekorten midden in de financiële crisis. De socialistische visie voor Europa is een ideaal van de politieke klasse, bureaucraten, ‘interest groups’ en de gesubsidieerde sectoren die een machtige centrale staat willen voor zelfverrijking. Om dit te bewerkstelligen zal politieke competitie, iets waar de klassiek liberalen achter stonden, moeten worden vernietigd. Europa wordt hierdoor minder democratisch en politieke macht wordt steeds meer overgedragen aan bureaucraten en technocraten in Brussel. Historisch gezien werden zulke plannen van machtsconcentratie in Europa gerealiseerd door figuren als Karel de Grote, Napoleon en Hitler. Het verschil met deze tijd is dat er geen directe militaire middelen nodig zijn voor de installatie van een sterke centrale staat in Europa. Om grotere centralisatie van macht te realiseren moesten nieuwe instituten zoals de Europese Centrale Bank of een gemeenschappelijke munt, de Euro, worden opgericht en ingevoerd. Daarnaast zou de politieke macht van de Europese Commissie moeten worden uitgebreid. Soortgelijke socialistische intenties waren al duidelijk vanaf het begin van de Europese integratie en werden gedeeld door onder anderen Jean Monnet, de Franse intellectuele vader van de Europese gemeenschap. Vrezend voor een zelfstandig Duitse heropleving na de Tweede Wereldoorlog, werd er gedacht dat de integratie van Duitsland binnen Europa goed zou zijn. Daarnaast wilden de Fransen de controle hebben over het Rühr-gebied en andere vitale Duitse grondstoffen uit handen houden van enkel de Duitsers. Na de verliezen van haar koloniale machten in Indochina en Afrika zochten de Franse heersende elite ook naar nieuwe invloed en trots die ze uiteindelijk vonden de Europese gemeenschap.[2] Zo stelde de Franse premier al in 1950  voor om een Europees leger onder leiding van het Franse leiderschap op te richten.

Waarom het goed is voor Nederland om uit de EU te stappen
Ik ben van mening dat de EU nooit meerdere ambities had moeten hebben dan de vrijhandelszone. Voor een vrijhandelszone heb je geen supranationale instituten nodig, behalve het Europese gerechtshof dat de vier vrijheden zou waarborgen. De EU is door de sterke machtscentralisatie zo ver verwijderd geraakt van de klassiek liberale visie van politieke en economische concurrentie dat het niet meer loont om deel te nemen. Het is vervallen tot een kwaadaardig kartel dat al hun deelnemende landen kan opleggen met wie en hoe ze moeten handelen. Een goed voorbeeld waren de quota en invoerheffingen die werden gelegd op Chinese zonnepanelen in 2013 onder het mom van ‘anti-dumping’ – een anti-competitie idee dat producenten verbiedt om buiten hun landsgrenzen massaal producten te verkopen voor een zeer lage prijs om een groot marktaandeel weg te snoepen van de concurrentie binnen het betreffende land. Enkele landen zoals Nederland en Duitsland waren hier in eerste instantie op tegen, omdat ze goede relaties wilden onderhouden met China. Desondanks heeft de Europese Commissie, uiteraard onder invloed van zonnepanelenlobbyisten als die van de Duitse producent Solarworld AG, ‘anti-dumping’-maatregelen ingevoerd om ‘oneerlijke concurrentie’ tegen te gaan. De uiteindelijke winnaars van deze maatregelen zijn natuurlijk Europese zonnepanelenproducenten en het slachtoffer is het Europeaanse volk dat simpelweg goedkope zonnepanelen wil kunnen aanschaffen. Een ander voorbeeld zijn de sancties die op Rusland werden gelegd sinds het Oekraïense conflict – een conflict die overigens werd uitgelokt door Amerikaanse imperialisten en de NAVO – en die weer hebben geleid tot een Russische boycot op producten uit de EU.[3] De verslechtering in handelsrelaties tussen EU-landen en Rusland gaat uiteraard weer ten koste van het gewone volk. Wéér is het een EU-beleid die bepaalt dat elk deelnemend land zal deelnemen aan de sancties. Een ander recentelijk voorbeeld is het EU-verbod op stofzuigers met een bepaald vermogen en een mogelijk voorstel om andere huishoudelijke apparaten zoals ketels, haardrogers en toasters te verbieden om ‘green targets’ te behalen.[4] Degene die profiteren van zulke maatregelen zijn grote legacy bedrijven als Bosch en Siemens die de kapitaal hebben om te voldoen aan strikte regels binnen de EU. Door de alsmaar groter wordende regelgeving binnen de EU wordt het steeds lastiger voor kleinere bedrijven om mee te concurreren.

Een andere reden waarom een Nexit goed zou zijn voor Nederland is dat het Nederland de mogelijkheid biedt om zich te verlossen van de Euro en de impliciet toegezegde hulpverlening bij toekomstige financiële crises die Europa zal teisteren.

De tragedie van de Euro
De invoering van de Euro is een grote fout gebleken, omdat het economisch onverantwoordelijke landen zoals Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland etc. in staat hebben gesteld om ten koste van de economisch verantwoordelijke landen een beleid van onhoudbare begrotingstekorten te voeren. Vroeger, toen deze staten nog hun eigen valuta hadden, moesten begrotingstekorten van hun overheden opgevangen worden door staatsobligaties uit te schrijven om geld te lenen op de markt. De hogere schulden van deze overheden manifesteerden zich in hogere rentes op de staatsobligaties en het grotere geldaanbod dat in omloop werd gebracht doordat Centrale Banken deze obligaties als onderpand aannamen voor reserves voor het bankensysteem leidde tot devaluaties van hun valuta.

Om te illustreren hoe dit te werk gaat zullen we de renteontwikkelingen op 10-jarige overheidsobligaties moeten bekijken. De grafiek hieronder geeft de rentes die overheden betalen aan de financierders van hun 10-jarige staatsleningen vanaf 1995 tot en met 2011 weer:

Development in Interest Rates on 10-year Government Bonds
Ontwikkeling van 10-jarige staatsobligaties (1995-2011).

De y-as toont hoe hoog de rente is die een investeerder in 10-jarige staatsobligaties ontvangt. Landen die economisch sterker en fiscaal gezonder zijn worden door de markt beloond met lagere rentes, omdat er een lager risico is dat de overheden van deze landen de leningen niet terugbetalen. In het geval van Duitsland, een land met traditioneel een vrij sterke economie, een conservatieve Bundesbank en een fiscaal verantwoordelijker overheid dan vele andere Europese landen, krijgt een investeerder in Duitse 10-jarige staatsobligaties in 1995 ongeveer 7.5% aan jaarlijkse rente. Griekse staatsobligaties leverden daarentegen meer dan 18% op in 1995. 1995 was het jaar waarin de Europese Commissie aankondigde dat de Euro zou arriveren in 2002. Dit heeft ervoor gezorgd dat de rentes op staatsobligaties van deelnemende landen convergeerden. Aan het eind van 1997 waren de rentes van 10-jarige staatsobligaties van Portugal, Ierland, Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland min of meer gelijk ondanks het feit dat de overheden van de meeste van deze landen nog steeds aanzienlijk meer geld uitgaven dan ze via belastingen konden ophalen. Dat komt doordat met een gezamenlijke munt die wordt gedeeld met verantwoordelijker landen als Duitsland en Nederland, minder snel prijssignalen vrijkomen in de vorm van hogere rentes op de staatsleningen van onverantwoordelijke landen. Onverantwoordelijke overheden kunnen hierdoor staatsobligaties blijven uitschrijven aan de bankensector die deze obligaties weer als onderpand kunnen onderbrengen bij de Europese Centrale Bank in ruil voor leningen. De rente die banken betalen op de leningen aan de ECB worden weer als winsten uitgekeerd aan de overheden. Dit is in het kort hoe ‘seigniorage’ werkt, het principe waarbij inkomsten uit geldcreatie wordt gecreëerd doordat de productiekosten van geld lager zijn dan de waarde van het geld.

Money Creation ECB
Financiering van staatsobligaties in de EMU.

Dit proces leidt tot inflatie, maar de kosten van inflatie worden in de Europese Monetarie Unie niet gedragen door enkel het betreffende land dat staatsobligaties uitschrijft, maar door alle landen die deelnemen aan de EMU. Een land als Spanje kan bijvoorbeeld staatsobligaties uitschrijven wat traditioneel zou corresponderen met 10% inflatie. Echter, als andere landen zoals Nederland en Duitsland minder staatsobligaties uitschrijven wat zou corresponderen met 5% inflatie, heeft Spanje baat omdat hun winsten uit seigniorage hoger is dan de kosten die toch mede worden bekostigd door landen als Nederland en Duitsland. Hierdoor loont het voor overheden om zich fiscaal onverantwoordelijk op te stellen. De Euro is in dit opzicht een “Tragedie van de meent”. Misbruik maken van de Euro is exact wat landen als Portugal, Italië, Ierland, Griekenland, Spanje en Frankrijk hebben gedaan. Dit werkt totdat de markt, door een financiële crisis, door heeft hoe insolvent de overheden van deze landen eigenlijk wel niet zijn. Dat is in 2008 gebeurd, het moment waarop de rentes op staatsleningen weer divergeren. Omdat landen bijna geen staatsobligaties meer op de markt verkocht kregen, steeg de rente meer en had de ECB besloten om zelf de obligaties van bijvoorbeeld Griekenland in mei 2010 maar op te kopen wat de rente omlaag had gedrukt. Desondanks kwam er bij democratische verkiezingen de socialistische partij, de Syriza, aan de macht die de begroting niet op orde kon krijgen en het land verder werd geleid richting faillissement. Er is in juni 2010 ook een Europees Financieel Stabiliteitsfonds (EFSF) opgericht met een garantie tot €440 miljard om de Europese staatsschuldencrisis te bestrijden wat uiteindelijk is omgevormd tot het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een fonds van ongeveer €800 miljard waarin Nederland een kapitaaldeelname heeft van zo’n €40 miljard. De financiële toezeggingen van Nederland aan zulke onverantwoordelijke overheden als die van Griekenland zijn niet ten bate van het Nederlandse volk. Sterker nog, op de lange termijn zijn ze ook niet ten bate voor de EU, omdat het het socialistische systeem die diep verrot is ondersteunt. Wat de EU nodig heeft is een radicale terugkeer naar decentralisatie en politieke concurrentie.

De EU is een zinkend schip geworden en het lijkt me beter dat Nederland eruit stapt. Ik zie niet in hoe Europa zich veilig kan manoeuvreren door de financiële crisis die momenteel op losbarsten staat omdat er weer banken zijn die op omvallen staan.[5] Daarnaast verwacht ik dat de politieke macht binnen de EU alleen maar verder gecentraliseerd wordt ten koste van de soevereiniteit van deelnemende landen. Op 27 juni, 2016 heeft de Poolse media bericht dat Frankrijk en Duitsland op henzelf de verantwoordelijkheid willen nemen om ‘solidariteit’ en ‘cohesie’ binnen de Europese Unie te bevorderen door een ‘superstaat’ te creëren waarvan de centrale macht wordt gedeeld tussen Parijs en Berlijn. Onder dit voorstel van Frankrijk en Duitsland zullen EU-landen hun rechten op een eigen leger, een eigen strafrecht, belastingstelsel en centrale bank verliezen.[6]

Een verstandig Nederland stapt uit de EU en de EMU zodat ze haar eigen politieke soevereiniteit kan behouden en zelf kan beslissen hoe ze haar handel vorm kan geven. Ze zou vrijhandelsverdragen sluiten met alle landen – niet alleen met landen binnen de EU. EenVandaag heeft zondag 26 juni, 2016 al geplubliceerd dat uit haar online poll van 27.000 mensen 54% van de Nederlanders een referendum willen over de Nederlandse lidmaatschap in de EU en dat 48% voor uittreding is tegen 45% die een verblijf in de EU prefereren.[7] In de tussentijd zal het kamp dat tegen de referendum of uittreding is snobistisch het andere kamp ervan betichten dat het racistisch, nationalistisch of simpelweg onwetend is.

Referenties
Bagus, P. (2010). The Tragedy of the Euro.

BBC. (2016). EU referendum: The result in maps and charts.

China Courant. (2014). Mogelijk nieuwe straffen voor producenten Chinese zonnepanelen.

DutchNews.nl. (2016). Dutch PM rejects referendum calls: not in the Netherlands’ interest.

Fullfact.org. (2016). First they came for the vacuum cleaners: will it be kettles next?

Gutteridge, N. (2016). European SUPERSTATE to be unveiled: EU nations ‘to be morphed into one’ post-Brexit.

Hoppe, H.H. (2001). Democracy the god that failed.

Judt, T. (2006). Postwar: A History of Europe Since 1945.

McMurtry, J. (2016). Ukraine, America’s “Lebensraum”. Is Washington prepared to wage war on Russia?

Zerohedge.com. (2016). Deutsche Bank tumbles near record lows as yield curve crashes.

Voetnoten
[1] Uit Johann Peter Eckermanns Gesprekken met Goethe in de laatste jaren van zijn leven (1836-1848).

[2] Tony Judt schrijft in Postwar: A History of Europe Since 1945 (2006) dat “[U]nhappy and frustrated at being reduced to the least of the great powers, France had embarked upon a novel vocation as the initiator of a new Europe” (p. 153). Verder schrijft hij dat “[F]or Charles de Gaulle, the lesson of the twentieth century was that France could only hope to recover its lost glories by investing in the European project and shaping it into the service of French goals (p. 292).”

[3] Zie bijvoorbeeld dit artikel van Prof. John McMurtry voor een mooie analyse van het conflict in Oekraïne getiteld, “Ukraine, America’s “Lebensraum”. Is Washington prepared to wage war on Russia?

[4] Zie “First they came for the vacuum cleaners: will it be kettles next?

[5] Zie bijvoorbeeld “Deutsche Bank tumbles near record lows as yield curve crashes.”

[6] Zie “European SUPERSTATE to be unveiled: EU nations ‘to be morphed into one’ post-Brexit.”

[7] Zie “Dutch PM rejects referendum calls: not in the Netherlands’ interest.”

Keynes vs Hayek

Met een voortdurende economische crisis sinds 2007/2008, een mogelijke Brexit en enkele banken die weer op instorten staan is het goed om even met een breder perspectief te kijken naar economische theorieën. Er zijn grofweg 3 grote economische stromingen:

  • het Keynesianisme die zeer mainstream is en wat eigenlijk iedereen wordt geleerd op school;
  • het Monetarisme wat voornamelijk geassocieerd wordt met Milton Friedman;
  • en de Oostenrijke Economische School wat voornamelijk wordt geassocieerd met Ludwig von Mises en Friedrich Hayek (beiden Oostenrijkers).

Je zou ook Marxistische Economie als 4e stroming kunnen noemen, maar deze speelt vrijwel geen rol van betekenis meer onder economen.

Ik heb op youtube een mooie rap battle gevonden die gaat tussen John Maynard Keynes en Friedrich Hayek. Het geeft je een vrij goed beeld van de contrasten tussen het Keynesianisme en de Oostenrijke School. Keynes en Hayek waren overigens vrienden van elkaar, ondanks dat ze verwikkeld waren in een zeer verhitte en interessante intellectuele strijd in de jaren ’30. Toen Hayek van Oostenrijk naar de London School of Economics ging begin jaren ’30 en de theorieën van de Oostenrijke School onderwees, werden vrijwel alle economische academici in Engeland ‘Oostenrijks’. Dit veranderde in 1936 toen Keynes zijn “General Theory” uitbracht en zijn economische theorieën op handen werden gedragen. Zijn invloed is zo groot dat nog maar weinig economische studenten andere theorieën zullen leren buiten het Keynesianisme.
Kort gezegd is hoe we met de huidige economische crisis zijn omgegaan erg Keynesiaans. Om de economie te stimuleren moeten we GDP (BNP) omhoogkrikken. Mensen die economie hebben gehad kennen de volgende formule vast wel: Y = C + I + G + (X-M). Het doel van Keynes is om Y (GDP of Aggregate Demand) te stimuleren wat kan worden gedaan door C (consumption), I (investments), G (government spending) en X (export) omhoog te krijgen. Daarvoor moeten rentes worden verlaagd om mensen meer te laten lenen en investeren, moeten we meer uitgeven, minder sparen en moet de overheid stimulus plannen uitvoeren. M.a.w. Keynes is een social engineer of social planner die denkt dat de economie gestuurd kan worden van ‘top to bottom’.
Friedrich Hayek denkt daarentegen dat de economie organisch is en beter niet gestuurd kan worden door social planners. Hij denkt juist dat de ingrepen van de overheid en centrale banken die lage rentes, te weinig sparen en te veel uitgaves stimuleren hebben geleid tot de economische crisis en dat we de crisis alleen maar erger maken door meer van hetzelfde te doen. Hayek zegt dat als we doen wat Keynes zegt, de economie wel weer groeit op de korte termijn, maar de economische bubbel alleen maar groter wordt en in de nabije toekomst harder zal klappen. Hayek gelooft dat we beter niets kunnen doen, dus geen rente verlagen en geen failliete bedrijven ondersteunen.

Zie hier het filmpje:

Over de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen door discriminatie op de arbeidsmarkt

De mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen lijkt haast onsterfelijk te zijn en toch is het zo makkelijk om het onderuit te halen met een beetje logica. Stel je voor dat je een ondernemer bent, zou jij in een situatie waarin vrouwen ongeveer 25% minder verdienen niet drastisch meer vrouwen aannemen? Natuurlijk zou je dat doen, maar toch zie je in de echte wereld nergens grote ontslagen van mannen ter bevordering van vrouwen.

Je kan de mythe ook onderuit halen op de volgende deductieve wijze:

  1. Assumptie: vrouwen verdienen gemiddeld 75% van wat mannen verdienen.
  2. Ondernemers concurreren met elkaar voor arbeid.
  3. Ondernemers nemen meer vrouwen aan die in staat zijn om hetzelfde arbeid te verrichten als mannen.
  4. Vraag naar de arbeid van vrouwen stijgt totdat ondernemers geen baat meer hebben om mannen te discrimineren voor hun arbeid.
  5. De salarisverschillen dalen naar 0.
  6. Mannen en vrouwen verdienen even veel voor hetzelfde werk.

Dit hierboven beschrijft hoe de arbeidsmarkt zou werken als vrouwen daadwerkelijk gemiddeld maar 75% verdienen voor hetzelfde werk.

Hoe het komt dat vrouwen gemiddeld 25% minder verdienen ligt aan de manier waarop de statistieken zijn opgebouwd. Ja, het klopt dat vrouwen 25% minder verdienen dan mannen wanneer je de salarissen van alle vrouwen bij elkaar optelt en deze afzet tegen de totale salarissen van alle mannen. Dit zegt echter totaal niets over discriminatie tussen de twee geslachten. Om te kijken of er sprake is van discriminatie moeten we corrigeren voor leeftijd, carrière keuzes, ervaring, specifiek beroep, het aantal uren dat ze werken, ambities etc. Als we hierop corrigeren vallen de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen vrijwel geheel weg. Er is misschien een verschil van 1-2%, maar dit is denk ik prima te verklaren door het feit dat mannen over het algemeen fermer in hun schoenen staan bij salarisonderhandelingen.

Prof. Steve Horwitz weerlegt mooi de onsterfelijke mythe dat vrouwen minder verdienen dan mannen.

Zwarte vrouwen zijn bij lange na niet de best onderwezen groep in de Verenigde Staten

Verscheidene nieuws media hebben de afgelopen weken gepubliceerd dat Zwarte Vrouwen de meest onderwezen groep is in de Verenigde Staten of dat ze de meest onderwezen groep zijn qua ras[1] en geslacht.

Zie bijvoorbeeld dit artikel: https://www.freespeech.org/video/report-black-women-have-become-most-educated-group-us

In deze post wil ik aantonen dat deze conclusie overtrokken is en dat de groep Zwarte Vrouwen bij lange na niet zo goed presteren als bijvoorbeeld Aziatische Vrouwen, Aziatische Mannen, Blanke Vrouwen en Blanke Mannen.

Wat wordt beweerd
Freespeech.org geeft een verkeerde interpretatie van de data van The National Center for Education Statistics. Ze schrijven dat de NCES het volgende heeft gevonden en dat men op basis hiervan kan concluderen dat Zwarte Vrouwen de meest onderwezen groep is in de Verenigde Staten:

“From 1999–2000 to 2009–10, the percentage of degrees earned by females remained between approximately 60 and 62 percent for associate’s degrees and between 57 and 58 percent for bachelor’s degrees. In contrast, the percentages of both master’s and doctor’s degrees earned by females increased from 1999–2000 to 2009–10. Within each racial/ethnic group, women earned the majority of degrees at all levels in 2009–10. For example, among U.S. residents, Black females earned 68 percent of associate’s degrees, 66 percent of bachelor’s degrees, 71 percent of master’s degrees, and 65 percent of all doctor’s degrees awarded to Black students.”

Wat dit aantoont is niet dat de groep Zwarte Vrouwen op zich de meest geëduceerd is, maar dat ze vergeleken met andere vrouwelijke groepen de hoogste proportie afgestudeerden hebben in verhouding tot mannen van hun respectievelijke ras. Zie ter illustratie de volgende data van de NCES:

Degrees conferred to females
Figuur 1: Number of degrees conferred to females

Wat de data zeggen is het volgende:

  • van de gehele Zwarte populatie die een Associate Degree heeft ontvangen is 68% vrouw en 32% man;
  • van de gehele Zwarte populatie die een Bachelor’s Degree heeft ontvangen is 66% vrouw en 34% man;
  • van de gehele Zwarte populatie die een Master’s Degree heeft ontvangen is 71% vrouw en 29% man;
  • van de gehele Zwarte populatie die een Doctor’s Degree heeft ontvangen is 65% vrouw en 35% man.

De data zeggen meer hoeveel succesvoller de Zwarte Vrouw is in vergelijking met de Zwarte Man in het behalen van een schooldiploma, maar zeggen niets over hoe goed de Zwarte Vrouw presteert vergeleken met andere geslachten van andere rassen.

Zie ook een andere weergave van de data hoe goed vrouwen presteren ten opzichte van mannen van hun respectievelijke rassen:

Degrees conferred to females vs males
Figuur 2: Degrees conferred to females

We kunnen hieruit concluderen dat vrouwen succesvoller zijn in het behalen van diploma’s in het Hoger Onderwijs ten opzichte van mannen, maar onder geen enkel ras is het verschil tussen het succes van mannen en vrouwen zo groot als onder de Zwarte ras. Het verschil van succes tussen mannen en vrouwen onder Aziaten en Pacific Islanders is het kleinst.

Waarom de bewering fout is
Om wat meer inzicht te verkrijgen in hoe goed onderwezen de Zwarte Vrouw is in vergelijking tot andere groepen moeten we ons beroepen op andere statistieken. Eén zo’n statistiek komt direct van de US Labour Department:

Educational attainment by race
Figuur 3: Educational attainment by race

Je ziet hier dat 53.4% van Aziaten die 25 jaar of ouder zijn minstens een Bachelor diploma heeft. Omdat het behalen van een Bachelor diploma en hoger afsnoept van de totale populatie die een Associate Degree heeft behaald is het betekenisvoller om te kijken naar de percentage behaalde Bachelor diploma of hoger dan naar de percentage behaalde AD’s. Zie hier trouwens dat de groep Zwarten die minstens een Bachelor hebben gehaald de laagste is van de 4 subgroepen. Dat ze percentueel meer AD’s behalen dan Blanken is niet zo verwonderlijk als we beseffen dat meer Blanken doorstromen in het behalen van een Bachelor of hoger. Deze statistieken hebben de verschillende rassen echter niet verder gespecifeerd naar geslacht. Ze kijken ook alleen naar de leeftijd van 25 en hoger.

Om de trend van pas afgestudeerden nader te bekijken heb ik deze statistieken gevonden die ook direct afkomen van de NCES:

Degrees conferred by race
Figuur 4: Bachelor’s degree or higher conferred by race

Dit zijn de statistieken die ik zal gebruiken om te laten zien dat Zwarte Vrouwen niet de best onderwezen groep is in de Verenigde Staten. Voordat ik hieraan toekom zal ik eerst aantonen hoe Zwarte Vrouwen presteren vergeleken met de gemiddelde Amerikaan.

De zwarte bevolking in Amerika maakt 14.3% van de totale populatie uit. Volgens de statistieken van de NCES is 14% van alle mensen die een Associate Degrees behaald hebben zwart. 10% heeft een Bachelor en 12% heeft een Master. Hoewel ze mooie stijgingen doormaken is dat allemaal nog onder de gemiddelde percentages van de totale bevolking die ze uitmaken. Deze statistieken geldt echter voor de gehele zwarte bevolking, dus voor zowel (vrouwen + mannen). Hierbij gaan we ervan uit dat 50% van de 14.3% een vrouw is – dus 7.15% is een vrouw en zwart.

Als 13.7% van alle Associate Degrees uitgereikt is aan vrouwen in 2009-2010 en daarvan 68.3% vrouw is, dan is 9.56% van de mensen met een Associate Degree een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 33.7% beter dan verwacht ((7.15/9.56)-1).

Als 10.3% van alle Bachelor diploma’s zijn uitgereikt aan de zwarte bevolking waarvan 65.9% een Zwarte Vrouw is, dan is 6.79% van alle Bachelor diploma’s uitgereikt aan een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 5% slechter dan verwacht (1-(7.15/6.79)).

Als 12.5% van alle Master diploma’s zijn uitgereikt aan de zwarte bevolking waarvan 71.1% een Zwarte Vrouw is, dan is 8.89% van alle Master diploma’s uitgereikt aan een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 24.3% beter dan verwacht ((8.89/7.15)-1).

Als 7.4% van alle Doctoraten zijn uitgereikt aan de zwarte bevolking waarvan 65.1% een Zwarte Vrouw is, dan is 4.82% van alle Doctoraten uitgereikt aan een Zwarte Vrouw. Dit is ongeveer 32.6% slechter dan verwacht (1-(4.82/7.15)).

Black women doen het dus gemiddeld beter dan verwacht in het behalen van een Associate Degree en een Master, maar doen het gemiddeld slechter dan verwacht in het behalen van een Bachelor en Doctoraat.

Nu zal ik de prestaties van Zwarte Vrouwen afzetten tegen Aziatische Vrouwen. Ik heb geen statistieken kunnen vinden wat de proportie van diploma’s in het Hoger Onderwijs dat uitgereikt wordt aan Aziaten of Pacific Islanders uitgereikt wordt aan Aziatische Vrouwen, dus ik maak de assumptie dat de percentage die wordt uitgereikt aan Aziatische Vrouwen gelijk is aan de percentage die uitgereikt wordt aan vrouwen die Aziatisch of Pacific Islanders zijn zoals gemeld in het NCES rapport.

Ik kon geen statistieken vinden voor Aziaten en specifieke degrees maar wel statistieken voor Bachelor en hoger. Voor de vergelijking tussen Aziatische Vrouwen en Zwarte Vrouwen zal ik verwijzen naar de statistieken in figuur 4. Van de Aziatische groep heeft ongeveer 60.1% van hen tussen de 25-29 jaar een Bachelor of hoger. Van die 60%, als ik naar de statisteken van het NCES in figuur 1 kijk, zal ongeveer 55% vrouw zijn. Voor zwarten is het ongeveer 20.5% die een Bachelor of hoger hebben. Van deze 20.5% zal ongeveer 67% vrouw zijn. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Aziatische Vrouwen dan is ‘t ongeveer 13.74% tegenover 33%. Volgens mijn berekening scoort de Aziatische Vrouw dus een stuk beter dan de Zwarte Vrouw.

Wat als je Zwarte Vrouwen afzet tegen Blanke Vrouwen? Als we zeggen dat ongeveer 58% -dit is een niet precies berekend, maar zal ongeveer kloppen als ik zo naar de NCES statistieken kijk – van de Bachelor of hogere diploma’s worden uitgereikt aan Blanke Vrouwen, dan wordt ongeveer 23% van deze diploma’s uitgereikt aan Blanke Vrouwen. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Blanke Vrouwen dan is ’t ongeveer 13.74% tegenover 23%. Volgens mijn berekening scoort de Blanke Vrouw dus ook beter dan de Zwarte Vrouw.

Wat als je Zwarte Vrouwen afzet tegen Aziatische Mannen? Volgens mijn berekeningen zal ongeveer 27% van alle Bachelor diploma’s en hoger uitgereikt worden aan Aziatische Mannen. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Aziatische Mannen dan is ’t ongeveer 13.74% tegenover 27%.

Wat als je Zwarte Vrouwen afzet tegen Blanke Mannen? Volgens mijn berekeningen zal ongeveer 17.4% van alle Bachelor diploma’s en hoger uitgereikt worden aan Blanke Mannen. Als je Zwarte Vrouwen dan afzet tegen Blanke Mannen dan is ’t ongeveer 13.74% tegenover 17.4%.

Conclusie
Zwarte Vrouwen zijn bij lange na niet de best onderwezen groep in de Verenigde Staten. Uit mijn berekeningen komt naar voren dat ze slechter presteren dan Aziatische Vrouwen, Aziatische Mannen, Blanke Vrouwen en Blanke Mannen. Het prestatieverschil tussen Zwarte Vrouwen en Aziatische Vrouwen is enórm (13.74% tegenover 33%). De kans dat een Aziatische Vrouw een Bachelor diploma of hoger heeft dan een Zwarte Vrouw is bijna 2.5x groter. De kans dat een Aziatische Man een Bachelor diploma of hoger heeft dan een Zwarte Vrouw is bijna 2x groter. Zwarte Vrouwen presteren ook opmerkelijk slechter dan Blanke Vrouwen en Blanke Mannen. Ik heb geen calculatie gemaakt voor Hispanics, maar ik kan in één oogopslag wel zien dat Zwarte Vrouwen beter presteren dan zowel vrouwelijke als mannelijke Hispanics.

Ik vind het jammer om te zien dat zoveel nieuws media de leugen verspreiden dat Zwarte Vrouwen de best onderwezen groep is in de Verenigde Staten.

Voetnoot
[1] Ik begrijp dat het woord ‘ras’ voor sommige mensen wat beladen kan zijn en dat mensen onderling biologisch zo weinig van elkaar verschillen dat ‘ras’ wellicht niet een juiste term is, maar omdat er historisch gezien veelvuldig gebruik wordt gemaakt van dit woord om Caucasians te onderscheiden van Blacks en Asians en omdat ze betekenisvolle verschillen kunnen weergeven gebruik ik voor het gemak ook dit woord.

Er gaan te veel mensen naar het Hoger Onderwijs

Deze post is niet bedoeld voor politiek correcte egalitairen die denken dat iedereen een Aristoteles, een Goethe of een Michael Jackson kan worden als ieder maar hard genoeg zijn best doet.

Dat gezegd hebbende, Charles Murray schrijft in zijn boek Real Education (2008) dat de onderwijswereld een leugen leeft. De leugen is dat élk kind kan worden wat hij wil worden. Er is haast niemand die dit gelooft, maar toch zijn we bang om hardop te zeggen dat kinderen verschillen in hun leervermogen. Het romantiseren van het onderwijs doet helaas, hoewel het uit de beste intenties wordt gedaan, meer kwaad dan goed. We vragen te veel van mensen met een laag leervermogen, we vragen verkeerde dingen van mensen met een gemiddeld leervermogen en te weinig van mensen met een sterk leervermogen. Murray attendeert ons erop dat wij in het belang van ons onderwijs de volgende vier simpele waarheden moeten accepteren:

  1. Vermogens variëren;
  2. De helft van de kinderen zijn beneden gemiddeld;
  3. Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs;
  4. De toekomst van ons land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De eerste twee waarheden spreken voor zich. De derde en vierde waarheid vereist echter wat meer uitleg.

Te veel mensen gaan naar het Hoger Onderwijs
We moeten ons afvragen wat de fractie van de populatie is die het vermogen heeft om zich de leerstof op een Bachelor of Master opleiding eigen kan maken. De fractie is een heel stuk lager dan de proportie mensen die het Hoger Onderwijs volgt.

Met een IQ van 100 is het heel lastig om een havo opleiding te volgen, laat staan om onderwezen te worden in het voortgezet wetenschappelijk onderwijs. Als je gemiddeld bent in wiskunde kun je wat simpele algebra begrijpen, maar je zal waarschijnlijk falen in differentiaalrekening. Dit zijn geen verpletterende tekortkomingen. Je bent intelligent genoeg om honderden verschillende taken en beroepen uit te voeren, maar je komt helaas tekort om een redelijke opleiding af te ronden in het Hoger Onderwijs. Het is mogelijk om met een IQ van 110 of zelfs 100 lezingen van Macro Economie 1 bij te wonen, om het tekstboek te lezen en om toetsen te maken. Ze nemen echter een mikmak van de helft van de informatie op die hen, zeker nadat zij de toets hebben gehaald, achterlaten met de illusie dat zij redelijke kennis bezitten van Macro Economie 1. Eén van de manieren van deze studenten is om zich tactisch te focussen op hoe ze een toets kunnen halen in plaats van hoe ze de leerstof daadwerkelijk kunnen begrijpen.

IQ distributie
Verdeling van IQ-scores onder de normaalverdeling. Bij een gemiddelde IQ-score van 100 valt ongeveer 68% binnen het bereik van één standaarddeviatie van het gemiddelde wat overeenkomt met een IQ-bereik van 85-115.

Er is geen magisch nummer waarmee iemand een redelijk goede opleiding op het Hoger Onderwijs kan doorlopen, maar een IQ van onder de 110 is vrij problematisch voor veel opleidingen. Als ze het goed willen doen, zouden ze minstens een IQ van 110 moeten hebben voor een Bachelor op het HBO en nog hoger voor een universitaire opleiding. Dit is echter ook afhankelijk van de opleiding die de persoon volgt. Voor de distributie van gemiddelde IQ’s per opleiding, kun je deze andere post lezen die ik in het verleden heb geschreven.[1] In 1990 lag de gemiddelde IQ van een student in het Hoger Onderwijs in Amerika nog op 113.[2] Als we zeggen dat het Hoger Onderwijs gemiddeld een IQ van 110-115 behoeft, dan zou het redelijk zijn om aan te nemen dat ongeveer 15% van de bevolking aan het Hoger Onderwijs zou moeten beginnen. Als je het wat verder uitstrekt, misschien 25%. Toch heeft momenteel 45% van iedereen boven de 30 een opleiding afgerond in het Hoger Onderwijs.[3] Ik vermoed dat dit alleen mogelijk is als het niveau van het onderwijs gemiddeld genomen omlaag is gegaan. De consequentie is niet alleen dat er meer studenten kunnen afstuderen, maar ook dat een onderwijsdiploma steeds minder zegt over het kunnen van de student. Dit zouden we ook kunnen terug zien in cijfer-inflatie cijfers. Echter heb ik geen statistieken kunnen vinden van cijfer-inflatie in Nederland, maar ik ben wel op de hoogte van de onstuimige cijfer-inflatie in Amerika en Engeland. Dit is ook een probleem in een tijd waarin ‘hoogopgeleiden’ moeilijk aan een baan kunnen komen. Als er steeds meer mensen ‘overgekwalificeerd’ zijn voor de banen die ze doen, hebben wij dan nog wel zoveel ‘hoogopgeleiden’ nodig en moeten we niet meer aandacht besteden aan het goed opleiden van mensen met lagere leervermogens?

Grade Inflation USA
Cijfer-inflatie in Amerika

Ik denk dat Murrays stelling dat er te veel mensen naar het Hoger Onderwijs gaan een erg redelijke stelling is. Als het ‘Hoger Onderwijs’ steeds toegankelijker wordt voor minder intelligente studenten, dan wordt het begrip zelf steeds meer een oxymoron.

Daarnaast stelt Murray dat de toekomst van het land afhankelijk is van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen.

De toekomst van het land is afhankelijk van hoe we de intellectueel begaafden onderwijzen
Als we een ‘intellectueel begaafd’ persoon – ik weet dat dit begrip zeer relatief is, omdat het aannemelijk is dat een persoon met een IQ van 160 een persoon met een IQ van 130 niet begaafd vindt – definiëren als degene die de potentie heeft om een goede theoretische natuurkundige te worden, dan spreken we misschien over een proportie van 1 op 100.000.[4] Murray zelf zegt enkelen per 1.000, maar volgens mij is hij veel te optimistisch. Maar als ‘intellectueel begaafd’ correleert met een IQ van minstens 120, dan kunnen we zeggen dat ongeveer 10% van de bevolking onder deze groep valt. Dit is een IQ die benodigd is voor vrijwel alle hoge posities in de samenleving als beleidsmakers, dokters, schrijvers, onderzoekers etc. De top 10% van de intelligentie distributie heeft een enorme invloed op de gezondheid van onze economie, cultuur en sociale instituten. Zo gezegd kunnen we concluderen dat de toekomst van ons land afhankelijk is van hoe we de volgende generatie met opmerkelijk hoge intelligentie onderwijzen.

Referenties
[1] Ik had gekeken naar Amerika omdat ik geen statistieken heb kunnen vinden over de gemiddelde IQ per Nederlandse opleiding. Hierin heb ik gekeken naar de gemiddelde SAT scores van studenten per gevolgde opleiding die zijn omgezet naar corresponderende IQ-scores. Hierin zien we een grote afwijking in gemiddelde IQ-scores per opleiding. De laagst scorende zijn Social Work (103), Early Childhood (104), Student Counseling (105), Home Economics (106) en Administration (107). De vijf hoogst scorende zijn Physics & Astronomy (133), Mathematical Sciences (130), Philosophy (129), Economics (128), Chemical Engineering (128).

[2] Zie https://chhaylinlim.wordpress.com/2014/09/24/book-review-richard-j-herrnstein-charles-murray-the-bell-curve/

[3] Zie http://www.dub.uu.nl/plussen-en-minnen/2014/09/15/nederland-wordt-steeds-slimmer.html

[4] Zie http://infoproc.blogspot.nl/2005/02/out-on-tail.html

 

Achille Mbembe en de ‘vernegering’ van de mens

Ik las laatst een artikel in de correspondent waarin de post-koloniale filosoof Achille Mbembe wordt geïnterviewd.

In deze post wil ik beschrijven wat ik van het artikel denk en waarom Mbembe fout zit.

1. Het artikel zit vol statements en bevat vrijwel geen rationele argumenten die de statements ondersteunen. Dat is erg jammer.

2. Mbembe is een postkoloniaal denker, een stroming die voortkomt uit de Kritische Theorie van de neo-Marxistische Frankfurt School van begin 20e eeuw. Zijn denken is daardoor sterk beïnvloed door Karl Marx wiens ideeën weer sterk beïnvloed zijn door G.W. Hegel. Ik vertel dit omdat je met dit perspectief zijn ideeën beter kan plaatsen. Het idee van ‘vervreemding’ waar Mbembe het over heeft is ook terug te vinden in Hegel en het idee dat de arbeider vervreemd raakt van zijn eigen arbeid, van het product dat hij levert, van zichzelf en zijn natuur en van andere arbeiders doordat hij wordt ‘geobjectificeerd’ komt specifiek direct van Marx.

3. Volgens mij heeft hij, net als Marx en neo-Marxisten, een slecht begrip van wat kapitalisme is. Het kapitalisme zegt niks over wat een juist waardesysteem is – het is neutraal en maakt geen oordeel over wat een juiste of morele en onjuiste of immorele actie is. Mbembe zegt dat het kapitalisme als doel een burn-out en een gebrek aan slaap heeft. Dit is niet waar. Kapitalisme betekent alleen maar dat iedereen kapitaal kan bezitten. Kapitaal zijn productiemiddelen waarmee meer consumentengoederen kunnen worden geproduceerd per uur, per geleverde energie, per arbeider. De groter wordende productiviteit zorgt ervoor dat de mens voldoende levens- en entertainment middelen tot beschikking heeft met minder arbeid, waardoor hij meer vrije tijd overhoudt. Vergelijk de situatie van nu met 150 jaar geleden. Het aantal uren dat we werken is gehalveerd. Waar we voorheen misschien 70 uur/week werken is het nu 35 uur/week. Kapitalisme maakt mensen vrijer en het is in deze vrijheid dat de meeste mensen de tijd vinden om juist datgene wat hen vrijer heeft gemaakt, het kapitalisme, te bekritiseren.

4. Kapitalisme wordt ondersteund door de klassiek liberale filosofie. Deze filosofie zegt dat je het recht hebt op je eigen lichaam, vrijheid en bezittingen. Je bent vrij om je eigen waarden te kiezen en om je eigen doelen te kiezen zolang je maar niet het zelfbeschikkingsrecht, vrijheidsrecht, en eigendomsrecht van anderen ontneemt. Neem je iemands lichaam weg, dan is dat moord. Neem je iemands vrijheid weg, dan is dat slavernij. Neem je iemands bezittingen weg, dan is dat diefstal. Het ironische is dat Mbembe kapitalisme bekritiseert, maar blijkbaar niet beseft dat het idee van kapitalisme is gebaseerd op de klassiek liberale filosofie en dat het juist de klassiek liberale filosofen waren die van oudsher tegen slavernij waren. Zij zagen dat ieder mens gelijke rechten had.

5. Mbembe heeft het er steeds over dat het kapitalisme alles beperkt tot een ‘allesomvattend waardesysteem’. Nergens legt hij uit wat dit waardesysteem is. Marxisten zijn heel goed in het gebruiken van verhullende en vage termen. Zo ook is dit ‘allesomvattend waardesysteem’ van het kapitalisme een ondoorzichtige term. Als het kapitalisme niks zegt over welke waarden personen moeten aannemen, zorgt dat dan niet voor diversiteit in waarden? Kapitalisme laat je vrij om liefde te hebben voor de natuur, of spiritualiteit, of muziek, of beeldende kunst, of natuurkunde etc. De waarde van een product wordt uiteindelijk altijd door jou zelf bepaald. Dat is iets wat Marxisten altijd fout hebben gehad: zij denken dat producten en diensten objectieve waarden kunnen zijn, uitgedrukt in een vaste prijs. Als je er meer over wilt weten dan kun je je verdiepen Marx’ Labour Theory Of Value. Deze theorie klopt niet. Waarde is altijd subjectief en zit in hoofden van mensen. Dat een iPhone 500 euro kost betekent niet dat het product daadwerkelijk ook echt 500 euro waard is. Omdat waarden subjectief zijn, zal ik alleen het product kopen die ik waardevoller acht dan de prijs waarvoor de entrepreneur het aanbiedt.

6. Omdat iedereen onder kapitalisme vrij is om zijn eigen voorkeuren en waarden te hebben, werkt dit erg bevrijdend. Andere waarden leiden tot andere menselijke doelen, andere acties en andere manieren waarop wij onszelf manifesteren in de wereld. Dit zorgt voor diversiteit. Mensen worden niet beperkt tot één ‘allesomvattende waardesysteem’.

7. Mbembe spreekt uit tegen het korte-termijn denken van mensen. Kapitalisme heeft geen waardeoordeel over korte- vs lange-termijn denken. Een persoon die besluit om al zijn geld te besteden aan drinken en feesten heeft een voorkeur voor korte-termijn genot, terwijl een persoon die besluit om zijn geld te sparen om zichzelf te verdiepen in filosofie en spiritualiteit heeft weer de voorkeur aan de opbrengst van persoonlijke groei op de lange-termijn. Kapitalisme belet je niet in het maken van één van beide keuzes.

8. Toch wil ik benadrukken dat veel dingen in geld worden uitgedrukt, maar daar is niks mis mee. Geld en prijzen zijn een fenomeen die van nature zijn ontstaan, omdat mensen op efficiënte manier willen samenwerken. Om te kunnen samenwerken, moet je kunnen handelen. Als jij wilt dat ik voor jou appels pluk, dan wil ik 50 euro, maar kapitalisme laat mensen vrij om te handelen zonder er een prijs aan vast te plakken. Iedereen is bijvoorbeeld vrij om te doneren of om vrijwilligerswerk te doen. Om meer inzicht te krijgen in hoe het prijssysteem menselijke samenwerking bevordert, raad ik de lezer aan om “I, Pencil” van Leonard Read te lezen of op te zoeken op youtube.

9. Er schuilt onder post-koloniale en marxistische denkers een zeer pessimistisch en neerbuigend beeld over mensen. Zij hebben een ‘ideaal mens’ voor ogen die dezelfde waarden heeft als zij dat hebben. Mensen die niet aan hun beeld van de ‘ideale mens’ voldoen, lijden aan vervreemding, objectificatie of aan geestelijke en spirituele stoornissen die worden veroorzaakt door het kapitalisme. Mensen die een business willen starten en er zelf rijk mee willen worden zijn ‘vervreemd van zichzelf’. Maar wat is de ‘ik’ waar ze het over hebben? Wij zijn volgens hen alleen authentieke personen zodra wij aan hun beeld van de ‘ideale type mens’ voldoen. Zij plaatsen mensen die niet aan het beeld voldoen steeds weer in een minderwaardige positie. Is dit niet pure arrogantie? Puur stigmatiserend?

10. Volgens Mbembe worden mensen opzij gezet, omdat ze niet meer als slaaf kunnen worden uitgebuit zoals de Neger in het vroegkapitalisme. Dat is niet waar. Mensen worden niet opzij gezet. Mensen bezitten waardevolle eigenschappen: intelligentie, creativiteit, arbeid etc. Deze dingen zijn gewild en het is om deze reden dat ze worden gevraagd om deze eigenschappen om te ruilen voor loon. Kapitalisme sluit mensen economisch en maatschappelijk niet buiten. Zie hoe kapitalisme het leven van mensen heeft verrijkt. Als er geen kapitalisme was, zouden Cambodjanen nog steeds slaven van elkaar zijn of ze zouden allemaal op het platteland werken zonder landbouwmachines. Wij in het westen zijn zo rijk geworden door het kapitalisme dat we ons niet meer zoveel bezig hoeven te houden met werk, dat wij onze kinderen naar school kunnen sturen en wij tijd over houden om onszelf te verdiepen in dingen als kunst, literatuur en de geesteswetenschappen.

11. Mbembe wil vechten voor het behoud van faculteiten die de mens en zijn handelen kritisch bevragen. De geesteswetenschappen, net zoals de sociale wtenschappen, is doordrongen door ideologie. Deze ideologiën doen de maatschappij meer kwaad dan goed, omdat ze vaak niet berust zijn op rede en logica. De geesteswetenschappen en academici hebben zich ook zo ver afgezonderd van de maatschappij dat zij amper nog in staat zijn om een realistische blik te werpen op de samenleving. Daarnaast liggen academici in bed met de overheid. Natuurlijk willen zij dat er meer geld wordt besteed aan onderwijs en vecht een academicus als Mbembe ervoor om de geesteswetenschappen te laten bestaan, want op het eind van de dag is dat waar deze groep mensen hun brood mee verdienen. Daardoor zijn academici bij uitstek niet de juiste personen die onafhankelijk kunnen denken. Ik weet bijvoorbeeld dat filosofie faculteiten worden gestimuleerd om meer vrouwen aan te nemen, omdat zij hierdoor meer subsidies ontvangen. Het aantal onafhankelijke en objectieve academici wordt steeds kleiner.

12. Volgens Mbembe heeft het neoliberalisme ons vermogen to verbeelden beperkt. Voor post-koloniale denkers is het neoliberalisme de eeuwige ‘boogeyman’, maar ik lees zelden een goede uitleg wat het neoliberalisme volgens hun inhoudt – zo ook in dit artikel.

13. Mbembe wilt dat we van de aarde een ‘allesomvattende gemeenschap’ maken waar in de verbondenheid verscheidenheid kan plaatsvinden. Hoe ziet deze gemeenschap er dan uit?

14. Mbembe zegt ook dat er maar één wereld is en dat we er allemaal recht op hebben. Wat bedoelt hij hiermee? Als ik een appelboom in mijn tuin plant, heeft mijn buurman en de rest van de buurt ook recht om de appels van mijn appelboom te plukken?

15. Verder zegt Mbembe dat politici niet meer goed zijn in het aan het licht brengen van de boodschap dat we een allesomvattende gemeenschap moeten vormen waarin iedereen recht heeft op de ene wereld, omdat ze zich teveel op rationaliteit en zakelijkheid beroepen en te weinig op sentimenten. Volgens mij klopt ook deze statement niet. Politiek heeft zich altijd berust op het sentiment van het volk. Als ik zo naar de politiek kijk en terugdenk aan mijn ene debat met een D66-politicus, zie ik geen schrijntje rationaliteit. Het is altijd: hoe kan ik mezelf zo verwoorden en opstellen dat het publiek denkt dat de ander fout zit. De inhoud wordt ondergeschikt gemaakt aan populariteit.

16. Tot slot, Mbembe wilt graag dat de politicus passie mobiliseert. Dit lijkt me zeer gevaarlijk. Het publiek dat al zo onwetend is over politieke issues – waar ze trouwens alle recht op hebben, omdat ze rationeel onwetend zijn – is het laatste wat ik wil een publiek dat gepassioneerd hun onwetendheid manifesteert. Als je meer wil lezen over rationele onwetendheid en waarom de stemmer altijd onkundig is over maatschappelijke issues, dan raad ik je aan om het begrip ‘rational ignorance’ op te zoeken of om in te lezen in Public Choice Theory.

Zijn Cambodjanen ‘Anti-fragile’?

Een vriendin van me bracht tijdens een discussie eens het begrip ‘Anti-fragility’ naar boven. Om uit te leggen wat het betekent gaf ze als voorbeeld het porceleinen kopje dat fragiel is. Als we het kopje laten vallen, breekt het. De meesten zouden denken dat als we het niet meer willen laten breken, we het moeten verharden. Het verharden is het creëren van ‘Resilience’. Maar wat als we het niet verharden, maar de structuur ervan zo maken dat het kopje telkens zou groeien wanneer het zou vallen? Dat is ‘Anti-fragility’. Voor een verdere uitleg wat het inhoudt, verwijs ik je graag door naar de wikipedia website.

Ter illustratie, kunnen we drie mythes nemen die elk symbool staan voor ‘Fragility’, ‘Resilience’ en ‘Anti-fragility’. De eerste is de mythe van het zwaard van Damocles, de tweede is de mythe van de Phoenix en de derde de mythe van de Hydra.

Fragile vs Resilient vs Antifragile

Ik kan me wel goed in de gedachte vinden ‘Anti-fragility’ en zie parallellen met de pre-Socratische filosoof Heraclites en Nietzsche. Alle twee zien immense waarde in pijn en innerlijke oorlog.

Heraclites zei “Oorlog is de vader van alles en de koning van alles”. Alles wat ontstaat, dus ook het goede in ons leven, komt uit een constante oorlog en vernietiging van iets.
Nietzsche heeft filosofen ervan beschuldigd dat zij ‘goedheid’ en ‘moraliteit’ gelijkstellen aan de afwezigheid van pijn en verdriet. In ‘De Vrolijke Wetenschap’ schrijft hij dat alleen immense pijn kan leiden tot de ultieme emancipatie van de geest. Dat je uit ernstige ziekte, zelf-twijfel en andere kwellingen sterker wordt en een verfijnder smaak krijgt voor vreugde. Negatieve emoties en slechte ervaringen hebben om die reden veel nut zolang we ze gebruiken om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Vandaar dus ook zijn beroemde uitspraak “What does not kill me, only makes me stronger”. Zijn ideale mens is de mens die van het leven houdt en die door zijn gevoeligheid voor het leven in staat is om continue af te breken en zichzelf weer op te bouwen. Dat proces noemt hij ‘zelfoverkoming’.

Als ik zo kijk naar Cambodjanen en me afvraag of ze ‘Anti-fragile’ zijn dan denk ik van niet, hoewel ze in een unieke situatie zitten waarin ze als bijna geen ander de mogelijkheid hebben om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Ik had ergens ooit een onderzoek gelezen dat eind jaren ’90 nog ongeveer 60% van de Cambodjaanse volwassen vluchtelingen lijdt aan PTSD en ongeveer 50% lijdt aan depressie. En dat wanneer beide ouders aan PTSD lijden, ongeveer 40% van de kinderen lijdt aan PTSD in hun jeugd. Als alleen één ouder lijdt aan PTSD, dan lijdt ongeveer 25% van de kinderen in hun jeugd aan PTSD. Dat vond ik als 2e-generatie Cambodjaan best wel schokkende cijfers.

Hoe bouwt een gemeenschap ‘Anti-fragility’ op? Door te leren omgaan met pijn. Dit betekent dat we niet moeten vluchten voor onze pijnen in drugs, alcohol en gokken. Niet vluchten in het collectief, niet in het vaderland, niet in nationalistische trots, niet in de verering van het Khmerrijk, niet in oude normen en waarden, maar dat we focussen op ons heden en onszelf alszijnde individuen versterken. We moeten geen zelfmedelijden hebben. We moeten ons waken voor de misinterpretatie van karma en niet denken, zoals sommige ouderen doen, dat ons sobere leven het gevolg is van slechte acties die wij hebben gedaan in een vorig leven. Zijn Cambodjanen resilient/veerkrachtig? Eerlijk gezegd heb ik ’t idee van niet. Wij hebben best wel een cultuur van zelf-medelijden, jaloezie, afgunst en beschuldiging. Wij vinden trots in nutteloze dingen als oude cultuur en nationalisme. Ik vind het jammer dat ik dit moet zeggen als Cambodjaans zijnde, maar ons cultuur is best wel ziek. De enige manier om een cultuur beter te maken is het te bekritiseren en erover in dialoog gaan. Kritiek is essentieel voor ‘Anti-fragility’, want het breekt je waarna je jezelf weer kan opbouwen.