Vrijwillig mensen helpen

Libertariërs zijn zo onrealistisch en naïef om te denken dat mensen altruïstisch genoeg zijn om de armste mensen vrijwillig te helpen. Omdat mensen niet menselijk genoeg zijn moeten we een instituut, genaamd de democratische overheid, oprichten bestaande uit gekozen halfgoden die de leegte in de harten van de aller armsten onder ons vullen met liefdevolle zorgzaamheid. Deze halfgoden handelen niet uit eigenbelang, hebben geen eigen interesses en vertrappelen maar net dat beetje vrijheden van de beestenmassa dat er toch nog structuur en harmonie bestaat in de samenleving. Mochten ze deze kudde beesten iets vrijer laten rondwaren dan zou er totale chaos zijn. Niemand zou meer op straat durven rondlopen, elkaar in de ogen durven aan te kijken en met elkaar te durven spreken. De beestenmassa zou vervallen tot miljarden onplezierige atomisten die elkaar als bruten de kop in zouden slaan. Juist: de mens is gevaarlijk, onbetrouwbaar en egoïstisch dus laten we daarom een democratische overheid installeren bestaande uit mensen.

Honderden vluchtelingen uit eten bij Nederlanders

12.000 IJslanders willen vluchtelingen in huis nemen

COA en Stichting Vluchteling platgebeld door mensen die willen helpen

Advertisements

Drie doelen van het onderwijs en de psychotische samenleving

Afgelopen week heb ik Nietzsches Twilight of the Idols (1888) (in het Nederlands Godenschemering) gelezen. Nietzsche noemt het boekwerk een “verklaring tot oorlog”, een veldslag waarin hij idolen – iets wat we excessief adoreren en aanbidden dat we ze boven onze kritische blikveld plaatsen – onderzoekt door er met een filosofische stemvork op te slaan om te zien of ze het verdienen om volwaardig geadoreerd te worden. Wellicht dat met de stemvorkslag het welbekende holle geluid van kletspraat te horen valt.

In deze post wil ik beschrijven wat Nietzsche te zeggen heeft over één zo’n idool – het publieke onderwijs in Duitsland. In een passage over het Duitse onderwijs schrijft hij dat in het moderne Duitsland niemand meer vrij is om zijn kinderen een nobele educatie te geven. Nietzsche gelooft dat het het doel is van het onderwijs en de school curricula om iedereen verplichtend gelijk te stellen aan elkaar door leerlingen een fundamenteel bedenkelijke middelmatigheid op te leggen. Deze nivelleringsslag houdt in dat middelmatigheid tot de standaard wordt gemaakt. Het is een sociaal proces waarin hogere waarden en individuele uniekheden worden vertrappeld en betekenisloos worden gemaakt door ze te trekken richting het gemiddelde. Zie in deze vorige post van mij hoe het fundamentele schoolproces (en het nivelleringsproces) eruit ziet. Dit gaat uiteindelijk ten koste van de ontwikkeling van het individu. In een passage waarin Nietzsche onder meer ook kritiek levert op filologen en Kant, schrijft hij:

“What is the task of all higher schooling?” To make man into a machine. “What are the means employed?” He must learn how to be bored. “How is this achieved?” By means of the concept duty. “What example of duty has he before his eyes?” The philologist: it is he who teaches people how to swat. “Who is the perfect man?” The Government official. “What philosophy furnishes the highest formula for the government official?” Kant’s philosophy: the Government official as thing-in-itself made judge over the Government official as appearance.” (Hoofdstuk Skirmishes in a war with the age, Sectie 29)

Gelukkig geeft Nietzsche naast zijn kritiek op het onderwijs ook ideeën over wat de doelen van het onderwijs zou moeten zijn. Hij heeft drie doelen vastgesteld waar het onderwijs aan zou moeten voldoen:

  1. Leerlingen moeten leren om het oog kalm te houden en om met geduld dingen op zich af te laten komen. Volgens Nietzsche is het belangrijk dat ze de gewoonte aanleren om individuele zaken van alle kanten te bekijken zodat we, zoals C. Wright Mills zegt, een zekere kritische gevoeligheid ontwikkelen waardoor onze geest als het ware “een bewegende prisma is die het licht opvangt van zoveel mogelijk verschillende hoeken en inzichten” (Mills, 1959, p. 214). Een persoon die getraind is om te leren zien wordt over het algemeen ook wantrouwender voor een zeker perspectief en is dan ook in staat om op grondiger redenen van perspectief te veranderen wat natuurlijk kan leiden tot een zekere weerspannigheid.
  2. Om leerlingen te leren denken. Denken moet worden geleerd net zoals dat dans geleerd dient te worden. Hij zag dat logica als een praktisch vak steeds minder werd beoefend en dat zelfs onder de hooggeleerden logica als een theorie langzaamaan begint te sterven.
  3. Tot slot moeten leerlingen leren spreken en leren schrijven. Ze moeten leren dansen met ideeën, met woorden en met de pen.

Al deze drie doelen van het onderwijs is wat ik graag de ‘intellectuele vakmanschap’ of ‘kritische kunde’ zou willen noemen. Naar mijn mening is deze vakmanschap geheel afwezig in ons onderwijs en daarmee verkeren we in een samenleving die onder voorwendselen van wijsheid en kennis snel vervalt tot een armzalig psychotische samenleving. Mensen hebben overal een mening op, maar weten daadwerkelijk niets: simpliciteit wordt verdraaid en gecompliceerd; we vertellen hoe anderen dienen te leven, maar kampen zelf met problemen die voor ons onoverkoombaar zijn; we behandelen symptomen van economisch-politieke kwesties, maar verliezen de oorzaak en het doel uit het oog; we gebruiken preventieve oorlogen om vrede te bewaren; installeren socialisme om kapitalisme te bewaken; en vernietigen met geweld de levensonderhouden van mensen onder humanitaire dekmantels. Zou het kunnen zijn dat deze huidige filosofie, nog onbenoembaar, het symptoom is van het retrogressieve onderwijs – een gebrek aan hogere scholing, een tekort aan intellectuele vakmanschap?

Referenties
Mills, C.W. (1959). The Sociological Imagination. New York: Oxford University Press.

Nietzsche, F.W. (1888). Twilight Of The Idols. (A.M Ludovici, Trans.) New York: Barnes & Noble Inc.

‘Kapitalisme’: een Definitie van Termen

Er zijn weinig woorden die zo ernstig misbruikt worden in onze samenleving als het woord ‘kapitalisme’. Kapitalisme wordt vaak omschreven als een egocentrisch economisch of zelfs cultureel systeem waarin mensen ten koste van alles en iedereen zichzelf willen verrijken. In deze post wil ik door middel van een precieze benadering van het begrip ‘kapitalisme’ beschrijven wat de essentie van kapitalisme is en waarom het in haar puurste vorm – vrije markt of laissez-faire kapitalisme – anarchistisch is. Daarnaast wil ik ook de opvattingen dat (a) financiële winst centraal staat in kapitalisme en dat (b) er altijd een verliezende en een winnende partij is bij een transactie weerleggen. Tot slot zal ik een blik werpen op het kapitalistisch model in de Verenigde Staten dat voornamelijk gezien wordt als het toonbeeld van vrije-markt kapitalisme. De enige conclusie die we kunnen trekken uit mijn uiteenzetting is dat het economisch systeem van de Verenigde Staten verre van puur kapitalistisch is. Het is zo ver verwijderd van het kapitalisme dat het eerder corporatisme of nepotisch kapitalisme genoemd zou moeten worden.

Kapitalisme betekent vrije associatie
De van Dale beschrijft kapitalisme als een “maatschappelijk stelsel waarbij de productiemiddelen eigendom zijn van particulieren of vennootschappen die betaalde werknemers in dienst hebben”. In zo’n systeem staan private eigendomsrechten, kapitaalaccumulatie en vrijwillige handel in goederen en services centraal. De vrijwilligheid waarmee partijen interacteren valt uitstekend binnen het domein van de libertarische filosofie van voluntaryisme – het idee dat alle vormen van menselijke associatie vrijwillig zou moeten zijn. Het gevolg van deze vrijwilligheid is dat prijzen worden vastgesteld door private partijen en er geen ruimte is voor centrale (overheids)planning. Bij onze beoordeling van hoeverre een economisch systeem kapitalistisch is, dienen we onszelf af te vragen hoe prijzen worden vastgesteld: wordt het vastgesteld door de vrijwillige, vredige en dynamische interactie tussen miljoenen of zelfs miljarden individuen of worden ze bepaald door overheidsinterventies. Als we kijken naar de Nederlandse economie kunnen we stellig vaststellen dat we leven in een planeconomie in plaats van een kapitalistische economie. Dit drukt zich onder meer uit in het feit dat van de totale bbp van 500 miljard, ongeveer 250 miljard naar de Nederlandse overheid gaat. Nederland is dus eigenlijk al voor de helft puur een planeconomie geworden en het ziet er naar uit dat het verder die weg betreedt. De Nederlandse overheid heeft namelijk blijkbaar alsnog niet genoeg geld, want de overheidsschuld is sinds 2007 met ongeveer 70% gegroeid. Ook in de Verenigde Staten zien we dat de totale overheidsuitgaven per bbp exorbitant hoog is: het staat momenteel op ongeveer 40%[1] en de officiële overheidsschuld is inmiddels al de 18.000[2] miljard gepasseerd. Laurence Kotlikoff, professor aan Boston University, heeft zelfs uitgerekend dat de totale ‘fiscal gap’ boven de 200.000 miljard is.[3]

Puur kapitalisme is anarchistisch
Ervan uitgaande dat vrijwillige associatie op de markt de antithese is van overheidsinterventies, kunnen we concluderen dat kapitalisme in haar puurste vorm zich zou uitdrukken in ‘anarchisme’. Hier stuiten we op een ander woord dat net als ‘kapitalisme’ ernstig misbruikt is. Bij ons gebruik van woorden is het belangrijk om de letterlijke definitie van woorden te onderscheiden van haar toegekende consequenties. Anarchisme is afkomstig uit het Grieks bestaande uit de twee deelwoorden ‘an’ (zonder) en ‘arkhos’ (leider). Anarchisme betekent dus letterlijk ‘zonder leider’ of ‘een staatloze samenleving’. De meesten geloven dat zo’n staat zou leiden to chaos en kennen nu het woord ‘chaos’ als betekenis toe aan het woord ‘anarchisme’ waardoor ze deze twee woorden willekeurig door elkaar gebruiken. Het gevolg is een misvatting van het woord ‘anarchisme’ wat uiterst onfortuinlijk is voor degenen die geloven dat een anarchistische samenleving leidt tot een beter geordende en vrijere samenleving voor alle individuen.

De vraag of puur kapitalisme wenselijk is en of anarchie daadwerkelijk kan leiden tot maatschappelijke orde laat ik in deze post achterwege. Wel wil ik even wat kwijt over de misvatting dat winst altijd centraal staat in kapitalisme en dat er in een vrijwillige transactie altijd één partij is die er profijt van heeft en de ander verliest.

Vrije individuele keuze staat centraal in kapitalisme en niet financiële winst
In zo’n economisch systeem waarin elk individu vrij is tot elk persoonlijke associatie en vrij is om deel te nemen aan elke transactie naar keuze hoeft financiële winst niet altijd centraal te staan. De waarde van een goed of de waarde van een actie is namelijk subjectief en verschilt per individu.[4] Deze subjectieve waarde is bepalend voor de handeling van het betreffende individu richting het behalen van zijn gewenste doelen. Aangezien elk individu verschillende waardes hecht aan dezelfde doelen is het goed mogelijk dat de één bijvoorbeeld meer waarde hecht aan het opbouwen van een carrière, terwijl de ander meer waarde hecht aan het opvoeden van een kind. De één is bereid om vrijwilligerswerk te verrichten, terwijl de ander poen wilt zien voor elk werk dat hij verricht.

Alle partijen die deelnemen aan een vrijwillige transactie hebben profijt
Als argument tegen vrije-markt-kapitalisme wordt ook vaak gezegd dat er bij een transactie altijd een verliezende en een winnende partij is. Dit klopt niet, omdat het besluit om deel te nemen aan een handelstransactie gebaseerd is op de subjectieve voorkeuren van elk deelnemende partij. De transactie zal alleen plaatsvinden wanneer elke partij meer waarde hecht aan het te verkrijgen doel (een goed, service, een status of een persoonlijke waardering voor wat dan ook) dan de huidige situatie die hij daarvoor moet opgeven. We kunnen als voorbeeld zeggen dat de koper van een appel alleen de appel koopt als hij de appel subjectief gezien meer waardeert dan de prijs die hij daarvoor moet betalen. Zo ook zal de verkoper van een appel alleen de appel verkopen als hij de appel subjectief gezien minder waardeert dan de prijs die hij daarvoor betaald krijgt. Daardoor zal elke partij die deelneemt aan een transactie op het moment van de transactie een hogere bevrediging voelen dan op het moment ervoor. Vrijwillige transacties en vrijwillige handel leiden altijd tot een win-win situatie. Dit neemt trouwens niet weg dat er fouten worden gemaakt door individuen. Mensen zijn nou eenmaal feilbare wezens. Het is goed mogelijk dat mensen later spijt krijgen van een transactie, hoewel ze op het moment van de transactie een hogere bevrediging hebben verkregen. Ik heb eerder als voorbeeld een appel genomen, maar ik had ook een service kunnen nemen. Zo zou iemand bijvoorbeeld een hogere waarde kunnen hechen aan een altruïstische daad en daardoor meer voldoening kunnen krijgen uit een altruïstische daad dan uit een egoïstische daad.

Tot slot wil ik na mijn beschrijving van kapitalisme een reflectie geven op het economisch systeem in de Verenigde Staten wat door velen wordt gezien als het boegbeeld van vrije-markt-kapitalisme.

De Verenigde Staten, een nepotisch kapitalistisch model
Ik heb eerder in deze post al geschreven dat de totale overheidsuitgaven van de Amerikaanse overheid ongeveer 40% van het bbp bedraagt. De kapitalistische vorm daar is verre van het vrije-markt-model. De juiste benaming van het model in de Verenigde Staten is het nepotisch kapitalisme – een economisch model waarbij het succes van bedrijven steeds afhankelijker wordt van de hechte relatie tussen het bedrijfsleven en de overheid. Het is een favoritistisch stelsel waarbij overheidssubsidies, overheidsvergunningen of andere overheidsinterventies de algehele economie zwaar beheersen. Een uitstekend voorbeeld is Donald Trump die meerdere keren in zijn verkiezingscampagne heeft geroepen dat hij als elk ander verstandige zakenman zijn zaken probeert uit te breiden door politieke invloed te kopen en ook eerlijk toegeeft dat het Amerikaanse vrije-markt-kapitalisme niet meer bestaat:

TRUMP: I will tell you that our system is broken. I gave to many people, before this, before two months ago, I was a businessman. I give to everybody. When they call, I give. And do you know what? When I need something from them two years later, three years later, I call them, they are there for me. And that’s a broken system.

UNIDENTIFIED MALE: What did you get from Hillary Clinton and Nancy Pelosi?

TRUMP: Well, I’ll tell you what, with Hillary Clinton, I said be at my wedding and she came to my wedding. You know why?

She didn’t have a choice because I gave. I gave to a foundation that, frankly, that foundation is supposed to do good. I didn’t know her money would be used on private jets going all over the world. It was.[5]

De huidige economische crisis waarbij sommige bedrijven overeind zijn gehouden door overheidssteun heeft het nepotisch kapitalisme in de Verenigde Staten (en in verscheidene andere landen) mooi blootgelegd. In een vrije-markt-kapitalisme zou elk individu verantwoordelijkheid dragen voor zijn verliezen, maar in het nepotisch kapitalisme kiest de overheid welke bedrijven wel en niet worden geholpen door middel van staatssteun. De invloed van ‘big business’ op de Amerikaanse overheid is duidelijk te zien in de volgende diagrammen:

Federal Government Big Oil

Federal Government Goldman Sachs

Federal Government Monsanto

Federal Government Walmart

Voetnoten
[1]
Zie http://www.usgovernmentspending.com/past_spending

[2] Zie http://www.usdebtclock.org/

[3] Zie http://www.zerohedge.com/news/2013-09-11/lawrence-kotlikoff-us-fiscal-gap-200-trillion-our-country-broke

[4] Lees hier meer over the subjectieve waardentheorie: https://en.wikipedia.org/wiki/Subjective_theory_of_value

[5] Zie http://www.unz.com/mwhitney/trumps-triumph-billionaire-blowhard-exposes-fake-political-system/

YOUNGCAPITAL C# .NET TRAINEESHIP – MIJN ERVARINGEN

De afgelopen zes weken heb ik de C# .NET Traineeship van YoungCapital doorlopen. Dit is een terugkerende Traineeship die één keer in de zoveel maanden plaatsvindt. De werving van de volgende Traineeship is reeds begonnen en meer info kun je hier vinden op de officiële pagina van YoungCapital.
De Traineeship leidt jonge high potentials met een bèta-achtergrond op tot software developer. In deze post wil ik beschrijven hoe mijn algehele ervaring is geweest vanaf mijn eerste sollicitatiegesprek tot het afsluitende MCSD 70-483 examen.

Sollicitatie
Hoewel ik wist dat er in de vacature nadrukkelijk werd gevraagd naar high potentials met een bèta-achtergrond, besloot ik toch om op de vacature te reageren in de hoop dat mijn achtergrond in Filosofie dit gevraagde kon compenseren. Op het moment van reageren twijfelde ik nog sterk tussen het volgen van een PhD in Politieke Filosofie en het ambiëren van een software development carrière. Gelukkig kreeg ik kort na het versturen van mijn CV en motivatiebrief een telefoontje van de recruiter Afke Schuurmans die me uitnodigde voor een kennismakingsgesprek in Eindhoven. De eerste indruk die ik kreeg toen ik het kantoor binnenliep was hoe jong het team was. De tafelvoetbaltafel die er stond en een mini-voetbal waar één van de werknemers mee speelde gaven mij verder de indruk dat de organisatie ook speels was. Er hing daarnaast een open sfeer in de organisatie die mij hetzelfde vertrouwde gevoel gaf dat ik ook bij mijn vorige werkgever, UTZ Certified, had. Naast Afke was er ook een account manager, Carlo Teeuwissen, aanwezig om het gesprek met mij te voeren. Er werd ingegaan op mijn motivatie, mijn werkervaringen, mijn vooruitzichten op mijn toekomst en hoe mijn achtergrond in Filosofie aanhaakt bij software development. Het gesprek verliep mijns inziens uitstekend en waarschijnlijk waren Afke en Carlo ook uiterst positief, want ik werd uitgenodigd om voor een tweede keer langs te komen voor het maken van een cognitieve assessment en daar aansluitend een presentatie assessment op voorwaarde dat ik zou slagen voor de cognitieve test. Daarnaast moest ik voordat de tweede ontmoeting begon thuis nog een ‘Connector Big Five Personality’ test maken waarvan de uitslag besproken zou worden bij de tweede ontmoeting. Bij deze ontmoeting zou overigens ook Linda Reekers, de Recruitment Manager, aanwezig zijn.

De cognitieve test bestond uit figuurreeksen, cijferreeksen en matrixen. Deze heb ik als zeer lastig ervaren en ik was dan ook vrij nerveus tijdens het afwachten van de resultaten ervan. Eerlijk gezegd verwachtte ik niet veel goeds, maar toen Afke binnenliep had ze me gelijk gerustgesteld dat ik uitstekend de test ben doorgekomen. Het bleek dus zo te zijn dat de test zich aanpastte aan je niveau waardoor je vanzelfsprekend vragen kreeg die moeilijker werden naarmate je meer goede antwoorden gaf. Na afloop van deze assessment volgde nog een gesprek over de resutaten van de persoonlijkheidstest. Opvallend was dat ik als ontwikkelbaarheid voor alle competenties[1] op basis van mijn persoonlijkheid ‘gemakkelijk’ had gescoord met als enige uitzondering voor de competentie ‘discipline’. Discipline is hierbij gedefinieerd als “zich voegen naar het beleid en de procedures van de organisatie.” Het is interessant om te zien dat er ook bij een ander persoonlijkheidstest, PAPI-I die ik had gemaakt bij Sogeti, naar boven kwam dat ik niet altijd veel waarde hecht aan het beleid en de procedures van de organisatie. Er werd bij Sogeti nog nadrukkelijk gevraagd om een toelichting waarop ik antwoordde dat hoewel ik begrijp dat bedrijfsregels de efficiëntie van bedrijfsprocessen verhogen, het ook beklemmend kan werken als je regels boven menselijke relaties plaatst. Ik hecht namelijk veel waarde aan vertrouwen en wederzijds begrip en ik geloof dat deze gevierd wordt zolang elk partij de ander beschouwt als autonome entiteit die rationeel en volwassen is. Door middel van rede en argumentatie kan er voortdurend ondwangmatige verantwoording worden afgelegd wat contextueel wederzijds begrip voedt en wat naar mijn idee niet alleen belangrijker, maar ook menselijker is dan zich simpelweg te schikken naar stricte procedures.[2] Na het persoonlijkheidsgesprek gaf ik nog een presentatie over mijzelf, vertelde ik wat ik weet van programmeren en waarom ik een geschikte kandidaat zou zijn. Uiteindelijk heb ik een aanbod van YoungCapital gekregen om in te stromen bij de C# .NET Traineeship.

De Traineeship
Op 15 juni was het dan eindelijk zover. De Traineeship zou beginnen en als locatie werd IT Performance House Isential in Zwolle gekozen. Voor mijn 3 uur durende treinreis had ik de avond ervoor 4 nummers op mijn telefoon gezet en deze bij elkaar gevoegd tot mijn C# playlist bestaande uit Richard Strauss – Also Sprach Zarathustra, Joe Hisaishi – My Neighbor Totoro, Pink Floyd – Shine On You Crazy Diamond en Friedrich Nietzsche – Allegro. Ik heb gekozen voor Also Sprach Zarathustra, omdat deze mij inspireert om het beste uit mezelf naar boven te halen. My Neighbor Totoro om mezelf eraan te herinneren dat ik ondanks de serieusheid van het Traineeship toch moet blijven relativeren en plezier moet blijven houden. Pink Floyd om lekker weg te dromen en Nietzsche, omdat het simpelweg Nietzsche is – mijn favoriete filosoof.

Start Traineeship

In totaal zijn er 13 mensen vanuit het hele land geselecteerd om deel te nemen aan de Traineeship. Van deze 13 zijn er 6, onder wie ook ik, die door de verre reisafstand in de door YoungCapital geregelde Bed & Breakfast Onder De Peperbus zouden verblijven. Terugkijkend op het sollicitatieproces en na het leren kennen van de medetrainees, begrijp ik nu dat er duidelijk geselecteerd is geweest op intelligentie, communicatieve vaardigheden en op persoonlijkheid. Eén van de leukste aspecten aan de Traineeship is dat de groep qua achtergrond uiterst divers is. Zo hebben we in ons groep een internationaal schaakmeester en afgestudeerd biomedisch student, een lecturer aan de Hogeschool van Beeldende Kunsten, een organische chemicus en commercieel econoom, een technische natuurkundige, een microbioloog, een industrial designer, een analytische chemicus, een wiskundige, een biochemicus, een neurocognitieve wetenschapper, een leraar natuurkunde, nog een industrial designer en tot slot een filosoof met een diepere achtergrond in economie en international mangement. Kortom, de groep bestaat enkel uit hoogopgeleide afgestudeerden met een bèta-achtergrond. Ik was de enige uitzondering die met een alfa-achtergrond was ingestroomd.

Het niveau en het tempo van de Traineeship lag, vond ik persoonlijk, bijzonder hoog. Ik heb het dan ook niet gemakkelijk gehad en heb daarvoor vele avonden en weekenden opgeofferd om de stof bij te houden en mezelf bij te blijven spijkeren. De eerste twee dagen bestonden uit het maken van basisoefeningen met C# in Visual Studio. Wat ik uitermate fijn vond aan de trainer was dat hij ons vrij liet om ons eigen tempo te bepalen. Degenen die eerder klaar waren met de basisoefeningen konden zo bijvoorbeeld beginnen met het programmeren in Unity, een game development platform. Op de derde dag zetten we de basisoefeningen en het programmeren in Unity op stop en gingen we een rekenmachine programmeren. Na afloop van de rekenmachine moesten we een adressenboek programmeren en deze migreren naar het web. Voor de meesten gold dat ze hun adressenboek al aan het begin van de tweede week naar het web migreerden. Dat betekent dat we in de eerste twee weken al hebben geprogrammeerd in C# en een kennismaking hebben gekregen met HTML5 met JavaScript en CSS3. Zoals ik al had vermeld: het tempo lag bijzonder hoog. Ik geloof dat we mede hierdoor ook geselecteerd werden op persoonlijkheid – het hoge niveau vereist namelijk mensen die niet snel gestresst raken, die volhardend zijn in het bereiken van hun doelen, die een sterk aanpassingsvermogen hebben en die zich snel nieuwe informatie en ideeën eigen kunnen maken en deze effectief kunnen toepassen. Deze eigenschappen zag ik sterk terug bij mijn medetrainees.

Zodra het adressenboek af was konden we beginnen aan onze casus die we uiteindelijk in de laatste week moesten presenteren aan YoungCapital. Iedereen was vrij om zijn of haar casus in te richten naar eigen behoeftes en interesses wat uiteindelijk heeft geleid tot een grote diversiteit aan eindproducten. Ik zal later meer vertellen over de eindpresentaties. In de derde en de eerste helft van de vierde week konden we verder werken aan onze casus met dagelijks een onderbreking van de trainer om enkele onderwerpen uit het Programming in C# Exam Ref 70-483-boek te bespreken. We namen op woensdag afscheid van deze trainer en op donderdag en vrijdag kregen we een trainer van KeyResult, Rolf Teekens, die ons kennis liet maken met het Scrum proces.

Scrum
Scrum is een agile softwareontwikkelmethode die veelal wordt gebruikt in ontwikkelteams. Het is kort gezegd een methode waarbij het Scrum-team multi-disciplinair en zelfsturend is en waarbij een product increment in korte sprints van 2 tot 4 weken wordt opgeleverd. Het doel van Scrum is om ontwikkelprocessen te faciliteren die het mogelijk maken om complexe producten te ontwikkelen. Scrum doet dit door het creëeren van transparantie, inspectie en adaptatie.[3] Het probleem waar veel ontwikkelteams tegenaan lopen is dat de opdrachtgever vaak geen duidelijk beeld heeft van het eindproduct dat hij opgeleverd wilt krijgen en dat hij behoefte heeft om functionaliteiten gedurende het ontwikkelproces aan te passen of uit te breiden. In het traditionele ontwikkelproces werd er allereerst een definitiestudie gedaan. Hierop volgden dan namens een ‘watervalmethode’ het basisontwerp, het technisch ontwerp, de bouw van de applicatie, het testen, de integratie en het beheer en onderhoud. Echter, om beter om te kunnen gaan met de behoeften van de klant werd het noodzakelijk om een methode te hanteren waarbij tijd en kosten vastgelegd werden, maar de features variabel waren.

Aangezien er van ons wordt verwacht dat we na de Traineeship mee zullen draaien in ontwikkelteams, is het goed dat we niet alleen leren over de technische aspecten van softwareontwikkeling, maar ook over de management methodiek erachter. Tijdens de Scrum-training simuleerden we de samenwerking in Scrum-teams en moesten we als team een Lego zoo bouwen. Allereerst werd er individueel nagedacht over ‘backlog items’ die opgeschreven op post-its op onze ‘scrum wall’ werden gehangen. Deze ‘backlog items’ werden daarna in onze ‘sprint planning’ geordend op basis van ‘value’ en met ‘planning poker’ kaarten werd er aangegeven hoeveel ‘effort’ elk item zou vereisen. Tot slot onstond er een mooi geordende ‘sprint backlog’ en kon het ontwikkelteam beginnen met het bouwen van de Dino zoo. Het project bestond uit twee sprints. In de eerste sprint werden de ‘must-haves’ van de zoo gebouwd. Tijdens deze sprint werkte ik samen met Anne en Patrick aan de bouw van een rode T-Rex. In de tweede sprint ging het ontwikkelteam aan de slag met de ‘should-haves’ en werkten Martijn, Anne en ik aan de bouw van de plattegrond. Zie hieronder het geweldige resultaat van onze twee sprints:

IMG-20150728-WA0002

Naast het feit dat we meer bekendheid hebben verworven van Scrumprocessen, is de Scrum-training ook een prima manier geweest om team-building op te bouwen. Een belangrijk karakteristiek van Scrum is namelijk dat het team centraal staat. Het gehele team wordt verantwoordelijk geacht voor het wel of niet verkrijgen van succes en het is om deze reden dat waarden als openheid en vertrouwen cruciaal zijn binnen Scrum. Ik denk dat het dan ook niet opmerkelijk is dat er onderling tussen de trainees een sterkere gebondenheid is ontstaan dankzij de Scrum-training. Wat uiteraard ook heeft bijgedragen aan deze gebondenheid is het plezier dat we hadden tijdens de opdrachten. Ook al hadden we tijdens de Traineeship geen aparte uren vrijgemaakt voor team-building terwijl dit wel in de originele planning is opgenomen, dit werd meer dan voldoende goedgemaakt door de Scrum-training.

De week na de Scrum-training stond een vrij studieweek gepland waarin we de tijd kregen om ons voor te bereiden op het Scrum-examen dat die week zou plaatsvinden. Na eerst de Scrum guide doorgenomen te hebben en enkele hoofdstukken te hebben gelezen van Succes met Scrum! van Wouter Tengeler (2014), ben ik de oefenvragen van KeyResult gaan maken. De handige memorytrainer en de vele oefenvragen op hun website bleken een goede voorbereiding te zijn geweest op het examen. Alle trainees hebben in hun eerste poging het examen gehaald op een paar enkelingen na. Degenen die niet waren geslaagd waren alsnog in hun tweede poging geslaagd. Ook konden we in deze week verder werken aan onze casus of konden we ons voorbereiden op het uiteindelijke MCSD examen.

Nieuwe trainer, nieuwe technologie en meer stress
In de vijfde week kregen we een nieuwe trainer die ons kennis liet maken met de ASP.NET MVC technologie. MVC staat voor Model View Controller en helaas hebben we er door de tijdsdruk weinig mee kunnen werken. Van wat ik heb gezien is het een prima technologie om databases mee op te bouwen, weer te geven en te behandelen met controllers. Het MVC model biedt daarnaast ook een uitstekende controle over HTML, CSS en JavaScript en is geïntegreerd met vele of misschien wel alle bestaande ASP.NET features als Master Pages, Security en Authentication.

Tot dusver was er ook nog niet veel bekend over de voorwaarden waar onze eindpresentaties aan zouden moeten voldoen. Het MCSD examen kwam ook akelig dichtbij en ik voelde me gedurende de week steeds meer gespannen over hoe ik het best mijn tijd moest indelen. De trainer toonde begrip voor onze situatie en gaf ons de gelegenheid om op donderdag 2 uur te werken aan onze casus en op vrijdag 4 uur. Uiteindelijk was dit een week geworden waarin ik samen met mijn Bed & Breakfast genoten dagelijks tot 19:00 of 19:30 op het kantoor van Isential bleef. Ik waardeer het ook enorm dat de trainer net zo lang bleef als wij voor het geval dat we vragen over de casus hadden. Uitgeput als we waren hadden we bij terugkomst van Isential de hele week fast-food gegeten zodat we daarna weer tot diep in de nacht verder konden werken aan onze casus of aan de voorbereiding op het examen. Dit was voor mij persoonlijk al met al de stressvolste week.

Eindpresentaties en SIME Cambodia webshop
De gehele maandag erop was ingeroosterd voor de eindpresentaties met aansluitend een lichte borrel. Het was leuk om iedereen te zien presenteren in zijn of haar ‘zondagse pak’. Het was de bedoeling om tijdens de presentatie aan te tonen hoe je de kennis van de afgelopen 5 weken hebt toegepast in het bouwen van je casus. Aanwezig waren naast de trainees ook de trainer van de laatste week en mensen van YoungCapital zoals de Businessline IT Manager Bart-Jaap van den Berg, HR Manager Dorith Korving, Consultant Ankie Verbeek en de Recruitment Manager Linda Reekers. Ik moet zeggen dat ik zeer onder de indruk ben geweest van de presentaties en eindproducten van mijn mede-trainees. Iemand heeft bijvoorbeeld een mooi grafisch spel ontwikkeld waarbij je een balletje moet schieten van een begin- naar een eindpunt toe met er tussenin allerlei obstakels. Een ander heeft ‘Ultimate Tic-Tac-Toe’, een uitdagender variant dan de welbekende Tic-Tac-Toe, ontwikkeld waarbij twee spelers tegen elkaar kunnen spelen. Iemand anders heeft een website gebouwd waarmee uren geregistreerd kunnen worden voor kinderdagverblijven en weer iemand anders heeft een ‘blorum’, een mix tussen blog en forum. Daarnaast is er ook een Beverbende applicatie, een grafisch zeer sterke Tic-Tac-Toe, een spelletjesforum, een website waarop developers zich kunnen opgeven om ingehuurd te worden door werkgevers, een applicatie waarbij game characters aangemaakt kunnen worden met verscheidene properties, een kaartenspel, een game waarmee je blokjes en torens kunt bouwen en een muziek streaming website. Ikzelf heb een webshop gebouwd voor ons familiebedrijf, SIME Cambodia.

Hieronder kun je een filmpje zien van mijn webshop.

SIME Cambodia handelt in irrigatiesystemen en het doel van mijn webshop is om aan Cambodjaanse gebruikers producten te verkopen die hun watermanagement verbeteren. Hiervoor heb ik mijn webshop ingedeeld in een back- en een front-end. Aan de back-end kan een administrator zijn productendatabase managen. Dat betekent dat:
a. De administrator zich kan inloggen op de webshop om bij de database management te komen;
b. Hij producten kan toevoegen met bijbehorende data als productomschrijving aan de productenlijst;
c. Hij producten kan verwijderen uit de productenlijst;
d. Hij van de producten die toegevoegd zijn de eigenschappen kan aanpassen zoals bijvoorbeeld de ‘available stock’.

Aan de front-end moet de bezoeker een aankoop kunnen doen. Dat betekent dat:
a. De gebruiker door de webshop heen moet kunnen browsen;
b. Er informatie moet zijn over wat de onderneming verkoopt, waar de producten voor gebruikt kunnen worden en een korte geschiedenis van de onderneming;
c. Er een productenpagina moet zijn waarin de aangeboden producten worden getoond;
d. De gebruiker een product moet kunnen toevoegen aan de shopping cart;
e. De gebruiker moet kunnen uitchecken;
f. De opmaak van de webshop moet passen bij het product dat we verkopen. In dit geval, omdat we irrigatiesystemen verkopen voor beter watermanagement, heb ik gekozen om veelvuldig gebruik te maken van de kleur blauw wat representatief is voor helder water.

Tussen de presentaties door werden nog foto’s geschoten en interviews afgelegd waarin we onze ervaringen konden delen. Na deze dag werd het weer tijd om onze volledige focus te plaatsen bij het komende MCSD examen.

MCSD Examen
Dinsdag, de dag na de eindpresentaties, hadden we een vrij studiedag waarop ik me volledig heb gestort op het Exam Ref 70-483-boek. De dagen erna was er nog een examentraining bij Isential en een vrij studiedag. Toen was het eindelijk zover: ik moest om 7:30 de trein nemen richting ‘s Hertogenbosch om om 9:30 aan te komen bij de assessment centre in Nieuwkuijck. Omdat Martijn en ik op dezelfde locatie onze examen zouden hebben, hadden we afgesproken om elkaar te ontmoeten op het station van ‘s Hertogenbosch. Ik voelde me totaal niet optimaal voorbereid en schatte dat ik nog een weekje zelfstudie nodig had om de lesstof indringender te begrijpen en het examen te kunnen halen. Bij aankomst vroeg de receptioniste aan ons om onszelf te legitimeren, werden we geleid naar een kluisje om onze spullen in op te bergen en nam ze ons mee naar de assessmentkamer. 55 vragen later stuurde ik met een muisklik al mijn antwoorden in en verscheen er een venster waarop stond dat ik het examen had gehaald. Ondanks mijn opluchting probeerde ik me toch gedeisd te houden, omdat ik zag dat Martijn links voor mij nog achter de computer zat. Ik liep bevrijd van spanning de trap af naar beneden, werd gefeliciteerd door de receptioniste en kreeg een print van mijn testscore in mijn handen geschoven. Een minuut later kwam ook Martijn de trap WP_20150724_12_07_01_Proaflopen. Hij stak zijn duim op en ik wist meteen dat ook hij was geslaagd voor het examen.

Hierna hebben we samen nog een bistro opgezocht in het centrum van ‘s Hertogenbosch om onszelf te feliciteren met de geslaagde dag: we deden een drankje, hij nam een dubbele burger, ik een Angus beef burger en zo kwam er een mooi einde aan de zware 6 weken van de Traineeship.

Bed & Breakfast
Tot slot wil ik nog wat vertellen over de Bed & Breakfast en mijn medetrainees die er ook verbleven. Als ik dagelijks heen en weer zou moeten reizen vanuit Breda dan zou me dat ongeveer 6 uur per dag kosten, maar gelukkig heeft YoungCapital een B&B geregeld voor degenen die op langer dan 2 uur reisafstand wonen van Isential. De B&B lag gelegen in hartje Zwolle tussen twee kerken; de Grote Kerk en de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming. Hoewel het op een gezellige locatie lag, was het ook vervelend om de kerkklok om de zoveel tijd te horen luiden of om tijdens je nachtrust dronken lui als gewetenloze gekken te horen schreeuwen. De eerste paar dagen heb ik hierdoor weinig nachtrust gehad, maar na verloop van tijd begon het te wennen en werd het voor mij persoonlijk minder storend. Helaas hadden sommigen van ons zoals bijvoorbeeld Anne en Laura er wel meer last van dan ik.

De trainees die er verbleven waren Laura, Anne, Gilberto, Patrick, Martijn en ik. Ieder van ons kreeg een eigen kamer, behalve Patrick en Martijn die samen een kamer deelden. We kregen gratis ontbijt in de ochtend wat dagelijks om 7:45 klaarstond en wat bestond uit een smoothie, een ei, afbakbrood, ham, kaas, komkommer, ander beleg en koffie. Omdat Anne alleen glutenvrij brood kon eten, kreeg ze een apart dieet. Daarnaast hield Gilberto niet van de smoothie en wij beiden niet al te veel van de broodjes dus verloste ik hem van zijn smoothie om mijn buik nog enigszins vol te krijgen en at hij naast de broodjes geregeld zijn zelfgemaakte ontbijt.

Ik denk dat we met ons zessen een heerlijk hechte groep hebben gevormd. We namen altijd samen de bus naar Isential, kwamen altijd samen terug, deden geregeld samen boodschappen en kookten afgezien van de laatste week waarin we enkel fast-food hadden gegeten vrijwel altijd samen. Gilberto en ik zijn nog samen enkele keren om 6:00 opgestaan om buiten te joggen voordat we richting Isential gingen.

De hechtheid nam sterker toe naarmate we meer tijd met elkaar doorbrachten. De hechtheid werd ook sterk bevorderd doordat onze karakters vrij neutraal zijn en er geen enkel karakter overheerst. Ook had ik het idee dat iedereen open stond om de ander te helpen als die ander even geen oplossing ziet voor een programmeer probleem. Zo liep ik regelmatig de kamer binnen van Patrick en Martijn wat gedurende ons verblijf steeds implicieter de gemeenschappelijke woonkamer werd om enkele vragen te stellen. Hier gingen wij, ‘the boys’, ook vrij vaak tot laat in de nacht door met programmeren. Toch was er naast het vele programmeren ook voldoende ruimte voor ontspanning. Zo vonden Patrick, Martijn en ik op de tweede dag een kroeg genaamd De Belgische Keizer die later onze stamkroeg werd. Op deze dinsdagavond heb ik voor het eerst een kriek op gehad en als ik me nog goed herinner varieerden onze gesprekken op deze avond van de economische crisis, het geldsysteem en het libertarisch anarchisme tot Patricks microbiologische onderzoek om micro-organismen beter te identificeren met behulp van laser spectrometrie. We waren drie geeks die onszelf prima vermaakten met geek-talk. Wat mij nog verder is bijgebleven aan leuke conversaties of andere activiteiten van de afgelopen 6 weken zijn Gilberto’s hilarische avonturen met zijn twee gekke broers, de speech van Carl Sagan genaamd ‘The Pale Blue Dot’ over de staat van de mensheid die Gilberto ons liet toehoren, mijn gesprek met Anne en Martijn over thuisonderwijs tegenover publiek onderwijs, het gesprek met Laura, Patrick, Martijn en Gilberto over onze samenleving alszijnde een ‘systeem’ waarin we worden meegezogen en onze autonomie verliezen, mijn gesprek met Patrick en Martijn over het experimenteren met nieuwe vormen van sociale organisaties door middel van seasteads, de avond dat ik samen met Patrick en Martijn de film Ip Man heb gekeken en de nachtelijke onweersbui toen we converseerden over de steeds mieteriger wordende generatie. Achteraf gezien hebben we samen heel wat meegemaakt, samen leuke activiteiten ondernomen en samen succesvol de Traineeship doorlopen.

Hieronder, een foto van alle B&B-genoten met v.l.n.r. Patrick, Laura, Martijn, Anne, ik en Gilberto.

YC_Trainees_Lo_0265

Conclusie
Terugkijkend op de Traineeship heb ik totaal geen spijt dat ik heb deelgenomen. De Traineeship was een rijke ervaring en ik zou iedereen die ook een carrière in software development ambieert aanraden om deel te nemen aan de Traineeship. Ik sluit me volledig aan bij Martijns statement dat deze Traineeship heeft aangetoond dat wij, de trainees, moeilijk kapot te krijgen zijn. Het vereist namelijk veel doorzettingsvermogen en de competentie om goed te kunnen omgaan met een hoge werkdruk en stress. Sommigen van ons hebben al een werkplek gevonden en ik ben benieuwd wie mijn werkgever gaat worden. Hoe dan ook, alle trainees kennende geloof ik dat elke werkgever die één van ons aanneemt een uitermate gemotiveerde Junior Software Developer in huis haalt die bereid is om veel bij te leren binnen dit mooie vak.

Mocht je er zelf over nadenken om ook een Traineeship te volgen in software development en mocht je vragen hebben, dan kun je ze altijd in de comments stellen. Mocht mijn artikel je trouwens hebben geïnspireerd om zelf ook aan te melden voor de Traineeship, dan kun je hier lezen wat je moet doen om ook in aanmerking te komen: https://www.youngcapital.nl/info/it-traineeship.

Voetnoten
[1] De volledige lijst van competenties bestaat uit: plannen en organiseren, voortgangsbewaking, probleemanalyse, leervermogen, organiseren eigen werk, aanpassingsvermogen, inzet, zelfontwikkeling, discipline en kwaliteitsgerichtheid.

[2] Hieruit blijkt maar weer dat ik beïnvloed ben door Jürgen Habermas’ pragmatische filosofie over communicatieve rationaliteit als bijdrager aan het floreren van de mens door middel van gemeenschappelijk begrip, vrij van communicatieve overheersing.

[3] Zie http://www.scrumalliance.org/why-scrum voor een verdere verdieping.

Grootste Probleem Van Ons Onderwijs: Het Schoolparadigma

Het grootste probleem van ons onderwijs is niet de financiering van ons onderwijs of de training van bekwame leraren of de standaarden van het curriculum. Ik geef toe dat dit problemen zijn, maar het áller-allergrootste probleem is het schoolparadigma waarvan de fundamenten vrijwel niet worden uitgedaagd door de samenleving. Dit paradigma voldoet niet aan de behoefte om kinderen voor te bereiden op de echte wereld. Het bestaat uit de volgende principes:

  1. Hersendodende routine. De acceptatie dat kinderen vanaf de tedere leeftijd van 4-5 jaar onderworpen dienen te worden aan de oppressieve routine van 12 lange jaren, 9 maanden in het jaar, 5 dagen in de week en 7 uren per dag school.
  2. Isolatie. Kinderen leven in deze tijd in een vervalste realiteit dat totaal geïsoleerd is van de werkelijke wereld.
  3. Klas positie. Kinderen worden geklassificeerd op basis van leeftijd en klasnummer. Soms worden ze zelfs ook geklassificeerd op basis van leerlingennummer.
  4. Gehoorzaamheid. Het toilet kan alleen worden gebruikt met permissie van de leraar en hun spraak wordt gereguleerd en moet in overeenstemming zijn met de interesses van de leraar. Ieder kind dient luisterend naar de leerkracht stil te zitten als een kleine lam schaapje.
  5. Verlies van vrijheid. Kinderen zijn verstoken van hun vrijheid om te denken en te focussen op hun eigen gedachtes en interesses. Daarnaast mogen ze niet rondlopen of uit het klaslokaal zonder toestemming van de leraar.
  6. Temperen van enthousiasme en passie. Kinderen die enthousiast zijn over een onderwerp moeten hun gedachtes en enthousiasme over een bepaald onderwerp naast zich neerleggen als de school of leerkracht bepaalt dat het tijd is om verder te gaan met het volgende vak. Ze moeten onder het mom van ‘discipline’ hun inspanningen toeleggen op repetitie en verveling. Ik geloof dat het doel hiervan is om degenen die opstandig en moeilijk te controleren zijn in bedwang te houden of anders uit het systeem te filteren. Kinderen die te opstandig zijn worden gestigmatiseerd als rebels en voorzien van een gedragsstoornisetiket.
  7. Emotionele afhankelijkheid. Kinderen worden geleerd om prijzen, stickers en andere vormen van complimenten of privileges na te jagen wat een versterkend effect heeft op hun afhankelijkheid van de leraar. Ze leren ook om hun persoonlijke trots te halen uit de complimenten die ze van de leerkracht ontvangen. In gevallen dat de leraar de leerling toestaat om bijvoorbeeld te praten in de klas of om weg te glippen uit het klaslokaal, wordt het kind dankbaar voor de privileges die de leraar hem of haar schenkt.
  8. Intellectuele afhankelijkheid. Kinderen worden getraind om te wachten op de leraar die hen instructies geeft wat ze gaan doen. Ze worden niet aangemoedigd om zelf na te denken hoe ze moeten handelen. Het gevolg is dat de meesten afhankelijk blijven van advertenties en nieuwsberichten die hen vertellen hoe ze zich moeten kleden, leven, consumeren en denken. Met andere woorden, kinderen leren zonder enige zelfreflectie te handelen op een manier die van hen wordt verwacht.
  9. Verlies van zelf-respect. Hun zelf-respect wordt afhankelijk van opinies van ‘experts’. Maandelijkse rapporten, cijfers en ouderavonden leren kinderen dat ze niet moeten vertrouwen op hun eigen zelf-evaluaties.
  10. Bevordering van klikspaangedrag en acceptatie van constante surveillance. Kinderen worden beloond om slecht gedrag van hun medeleerlingen te rapporteren.

Als je het schoolparadigma op deze manier uiteenzet is het eigenlijk een wonder dat er nog mensen zijn wiens nieuwsgierigheid het formele onderwijs heeft kunnen doorstaan. Net als H.L. Mencken geloof ik dat verlichting van de kinderen nooit het doel van het publiek of verplicht onderwijs is geweest. Het doel is om zoveel mogelijk individuen te vormen tot hetzelfde niveau – een niveau waarin opstandigheid en originaliteit niet meer aanwezig zijn en waarin gehoorzaamheid en conformiteit centraal staan. Als de samenleving echt begaan is met de ontwikkeling van haar kinderen dan zou ze er goed aan doen om kritische vragen te stellen over het schoolparadigma.

Tot slot, een interessante quote van Noam Chomsky over het schoolparadigma:

“The whole educational and professional training system is a very elaborate filter, which just weeds out people who are too independent, and who think for themselves, and who don’t know how to be submissive, and so on – because they’re dysfunctional to the institutions.”

En zie hier een interessante video over John Taylor Gatto en zijn idee over het schoolparadigma:

Hoe het Christendom zich tegen Jezus Christus heeft gekeerd

Friedrich Nietzsche maakt de volgende interessante observatie in De Antichrist (1888): “in principe was er nooit meer dan één Christen, en hij stief aan het kruis” (AC, par. 39).[1] In deze post behandel ik wat Nietzsche bedoelt met deze zin en geef ik weer hoe Christelijke priesters zich volgens Nietzsche tegen de leer van Jezus Christus hebben gekeerd. Ik zal laten zien dat hoewel Nietzsche vernietigend oordeelt over het Christendom, hij zich vrij mild uitlaat over Jezus zelf. Allereerst echter, zal ik kort Nietzsches kritiek op het Christendom behandelen zodat de lezer wat meer bekendheid verwerft met het filosofisch pespectief waarmee Nietzsche naar het Christendom kijkt.

Nietzsches kritiek op het Christendom
Het is algemeen bekend dat Nietzsche volhardend anti-Christelijk is. In de laatste passage van De Antichrist spreekt hij het volgende oordeel uit over het Christendom:

“Ik noem het Christendom de ene grote vloek, de ene grote innerlijke verdorvenheid, het ene grote instinct van wraak waarvoor geen middel te giftig, te heimelijk, te onderaards en te onbeduidend genoeg is – ik noem het het ene onsterfelijke schandvlek van de mensheid…”[2]

De voornaamste reden waarom Nietzsche zich zo vernietigend uitspreekt over het Christendom is dat hij meer begaan is met ‘grootheid’ dan met ‘goedheid’. Hij rangschikt culturen naar de manier waarop ze met het lijden omgaan. Volgens Nietzsche impliceert grootheid een bereidheid om immense pijn te weerstaan, te verwerken en te benutten voor de verwording van een hoger type persoon. Terwijl de meesten ‘goedheid’ associëren met de verwijdering of het ontwijken van het lijden ziet Nietzsche juist immense waarde in het lijden. Hij denkt dat lijden onlosmakelijk verbonden is aan een leven vol voldoening en ziet dat deze twee – lijden en een voldaan leven – dicht tot elkaar staan. Niemand is in staat om onmiddelijk in een eerste poging een grootse positie in te nemen in het leven. Om tot grootse daden te komen moeten we door een proces van pijn, angst en vernedering heen. Zo schrijft Nietzsche in één van zijn notities die uiteindelijk verzameld zijn in het posthuum verschenen werk, De Wil Tot Macht, dat hij iedereen die hem enigszins beroert het volgende toewenst: lijden, eenzaamheid, ziekte, onbejegening, zelfverachting en de kwelling van zelfwantrouwen. Hij zal geen medelijden met hen hebben, omdat deze toestanden die hij hen toewenst zullen bewijzen of zij wel of niet waardig zijn.

Om grootser te worden is er een bepaalde houding nodig ten opzichte van het leven: een liefde voor het leven, een liefde voor het lot wat je overkomt (amor fati) en een liefde voor het wereldse. Volgens Nietzsche schiet het Christendom hierin schromelijk tekort. In plaats van dat het Christendom het werkelijke leven op aarde omarmt, heeft ze een fictieve wereld geschapen alsof de realiteit haar beangstigt. Ze is niet meer in aanraking met de realiteit en haar fictieve wereld is gebaseerd op een haat jegens het natuurlijke. In passage 18 van De Antichrist schrijft Nietzsche: “Met God is er een vijandschap verklaard tegen het leven, de natuur en de wil tot het leven!”[3] Nietzsche verzet zich tegen het Christendom en laat Zarathoestra de volgende woorden uitspreken na de verkondiging dat ‘God dood is’[4]:

“Een nieuwe trots leerde me mijn ego die ik de mensen leer: niet meer het hoofd in het zand van hemelse dingen te steken, maar om het vrij te dragen, een aardenhoofd, een die de aarde zin verschaft!”[5]

“Het waren de zieken en de stervenden die het lichaam en de aarde verachtten en een hemelse wereld hadden uitgevonden…”[6]

Nietzsche noemt Christenen de zieken en de stervenden, omdat hij hen associeert met de zwakkere, lagere klasse die in een wraakpoging om de aristocraten te overheersen een moraal hadden ontwikkeld die de krachtige en levensomarmende waarden van de aristocraten revalueerden tot een kwaad moraal. Daarentegen verhieven zij levensnegerende waarden die voorheen door de aristocratie werden geassocieerd met ‘slecht’ als ‘gewoonheid’, ‘armoede’, ‘zwakheid’, ‘krachteloosheid’ en ‘medelijden’ tot het goede moraal. Deze opstand van de zwakkeren tegen hun heersers is wat Nietzsche ‘de slavenopstand in moraliteit’ noemt.[7]

Als God toch al dood is, waarom bekommert Nietzsche zich dan nog zoveel om het Christendom en waarom noemt hij het “het ene onsterfelijke schandvlek van de mensheid”? Volgens mij heeft Nietzsche hier twee redenen toe: (1) hij gelooft dat hoewel vrijwel niemand van de intelligentsia nog gelooft in Bijbelse kinderlijke verhalen, de Christelijke ethiek nog eeuwen door zal leven in de maatschappelijke inspanningen om de samenleving te nivelleren en te democratiseren. Volgens Nietzsche ligt de oorsprong van zulke inspanningen in het zwakke levensnegerende slavenmoraal van het Christendom. Hij gelooft dat zulke inspanningen de progressie van de mensheid tegenhouden; en (2) Nietzsche maakt zich zorgen om het passief nihilisme – de acceptatie van het idee dat morele waarden en waarheid geen absolute geldigheid hebben en het leven zinloos is – dat zou worden ingezet door de dood van God. Nietzsche wilt ons een oplossing bieden voor dit nihilisme en ziet de Übermensch als de uitweg. De Übermensch is kortweg gezegd de persoon die zijn eigen waarden kan creeëren en zichzelf zin kan geven in het leven.[8]

Hoe priesters de leer van Jezus hebben verdraaid
Nu er wat meer duidelijkheid is verschaft over het filosofisch perspectief waarmee Nietzsche het Christendom beoordeelt, zal ik een uiteenzetting geven van Nietzsches kijk op Jezus. Men zou na het lezen van Nietzsches kritiek op het Christendom kunnen denken dat Nietzsche zich net zo vernietigend zou uitspreken over Jezus. Toch is dit niet waar. In De Antichrist maakt hij met een verfijnde scherpzinnigheid duidelijk dat er een onderscheid is tussen wat het Christendom verkondigt en wat Jezus Christus zelf heeft verkondigd. Na bijna twee duizend jaar interpretaties en verdraaingen van Jezus’ leer probeert Nietzsche op ingenieuze wijze de authentieke psychologie van Jezus te reconstrueren. Hij denkt dat het authentieke karakter van Jezus ondanks de vertekeningen nog altijd aanwezig is in de evangeliën.

Het Christendom beweert dat verlossing degene toekomt die gelooft in Jezus Christus de Verlosser wiens dood aan het kruis een offer is geweest voor de vergiffenis van de zonden van de mensheid. Echter, heeft Jezus zichzelf volgens Nietzsche nooit gezien als degene die de mensheid actief zou verlossen van haar zonden. Jezus gelooft namelijk dat verlossing een nieuwe manier van leven is waar iedereen zelf toegang tot heeft en hij stelt zijn dood als ultiem toonbeeld van hoe we zouden moeten leven. De kern van deze levenswijze is om te houden van iedereen, inclusief kwaadwillige mensen. Nietzsche beschrijft Jezus’ levenshouding als volgt in passage 35 van De Antichrist:

“Het was een manier van leven die hij de mensheid achterliet: zijn houding voor de rechters, voor de vervolgers, voor de aanklagers en bij alle soorten belasteringen en versmadingen – zijn houding aan het kruis. Hij weerstaat niet, hij verdedigt niet zijn recht, hij doet geen stap om de exstreemste consequenties te ontlopen, meer nog hij provoceert ze … En hij bidt, hij lijdt en houdt van hen die hem kwaad doen… Niet zich weren, niet boos worden, niet verantwoordelijk maken… Maar ook niet het kwade weerstaan – hen liefhebben…”[9]

Alleen door zo te leven ben je volgens Jezus in het paradijs, zo ben je een kind van God. Het koninkrijk des Gods is dus een ervaring van het menselijk hart dat vrede kent. Het rijk Gods is zuiver innerlijk en is toegankelijk voor iedereen in het heden. De nadruk van Jezus’ leer ligt niet in geloof per se, maar in de attitude en handeling van non-interventie. Nietzsche bekritiseert de Christenen na Jezus ervan dat ze Jezus’ leer nooit hebben geleefd. Hij hekelt hun hypocriete handelswijze dat gebaseerd is op wereldse egoïsme, trots en wil tot macht – juist de dingen die in tegenstelling staan tot Jezus’ ontzegging van het leven. Vandaar dat Nietzsche zegt: “in principe was er nooit meer dan één Christen, en hij stief aan het kruis”. De Jezus die door Nietzsche geschetst wordt is iemand die wereldvreemd is en die buiten zijn milieu staat – buiten alle religie, tijd en cultusopvattingen. Volgens Nietzsche is ook Jezus een decadent figuur die losstaat van de realiteit. Hij erkent het belang van de wereld niet en heeft door zijn extreme gevoeligheid voor pijn en irritatie een instinctieve haat jegens realiteit. Zodoende rebelleert Jezus met zijn boodschap van de nieuwe levenswijze tegen de realiteit, tegen Joodse religieuze instituten en de toenmalige hiërarchie in de samenleving die in stand werd gehouden door Joodse priesters. Nietzsche benoemt Jezus in passage 27 van De Antichrist tot de

“heilige anarchist die de laagste van het laagste, de uitgestotenen, de ‘zondigen’ en de Chandala van het jodendom bijeenroept om in opstand te komen tegen de gevestigde orde.”

Door niet te veroordelen heeft Jezus de opstand tegen de Joodse leer van ‘zonde’ en ‘boete’ ingezet. In de ogen van de Joodse heersende klasse en hoge priesters is Jezus een politiek crimineel. Ze hebben hem daarom uitgeleverd aan Pilatus en zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor Jezus’ dood. Het is door een misinterpretatie van Jezus’ kruisiging waarmee de discipelen van Jezus zich hebben gekeerd tegen zijn leer: in hun zoektocht naar waarom Jezus heeft moeten sterven geven zij de schuld aan de heersende klasse. Zij hebben de kruisiging van Jezus nooit kunnen aanvaarden en in deze non-acceptatie nemen ze een toevlucht tot wraak, de instinct die bij uitstek onevangelisch is. Zo verheffen ze Jezus boven hun vijanden tot de Messias, tot de zoon van God en beloven ze toekomstige boetes voor hen die kwade daden begaan op aarde. Dit alles in tegenstelling tot Jezus’ doctrine dat iedereen de zoon van God kan zijn en de hemel kan ervaren in hun huidige leven door zachtaardig te handelen, iedereen lief te hebben en niemand te veroordelen. Hoe heeft God Jezus kunnen laten sterven? Daarop antwoorden de discipelen van Jezus: God heeft zijn zoon opgeofferd voor de vergiffenis van onze zonden. Volgens Nietzsche is het voornamelijk Paulus de apostel geweest die de geschiedenis van Jezus en het Christendom heeft vervalst. Hij is degene die aan de basis staat van wat later de verlossingsleer van de kerk is geworden – juist datgene waar Jezus tegen heeft gepredikt. Het is grotendeels aan Paulus te wijten dat concepten als ‘morele orde van het universum’, ‘zondaar’, ‘Verlosser’, ‘laatste oordeel’ en een ‘onsterfelijke ziel’ op zijn gekomen in het Christendom, concepten die volgens Nietzsche allemaal gehanteerd en benut worden door Christelijke priesters en kerken om zichzelf te verrijken met macht. Met de onsterfelijke ziel wordt de betekenis en doel van het leven nadrukkelijk verplaatst naar het hiernamaals wat alle instincten tot persoonlijke groei in dit leven beonderdrukt. Uiteindelijk is alles wat God van de mensheid verlangt niets anders dan wat de priesters zelf van mensen eisen – en o wee als men niet luistert, dan zal men gestraft worden voor zijn zonde. Dit alles heeft volgens Nietzsche een einde gemaakt aan Jezus’ originele poging om tot een soort Boeddhistische innerlijke vrede te komen. Dit is hoe het Christendom zich tegen Jezus Christus heeft bekeerd.

Voetnoten
[1] Dit heb ik zelf vrij vertaald vanuit de originele Duitse tekst naar het Nederlands.

[2] idem

[3] idem

[4] Met “Gott ist tot”, bedoelt Nietzsche dat het verval van het geloof in God tot dusver is gevorderd dat vrijwel niemand van de intelligentsia nog gelooft in de kinderlijke verhalen van de Bijbel. Niemand die enigszins goed geïnformeerd is in Nietzsches tijd gelooft dat de wereld was geschapen in zeven dagen, dat de wereld ooit werd geteisterd door een zondvloed, dat er bovennatuurlijke wezens zijn die God dienen of dat Mozes de Rode Zee heeft gesplitst.

[5] Zelf vrij vertaald vanuit de originele Duitse tekst naar het Nederlands.

[6] idem

[7] Voor Nietzsches eloquente verhandeling over hoe het Christelijke moraal eigenlijk in haar fundamenten gebaseerd is op ressentiment en indruist op het ‘heersersmoraal’, zie Nietzsches De Genealogie van de Moraal (1887).

[8] Voor een korte, maar krachtige verhandeling over de verwording van de Übermensch, zie de passage ‘De Drie Metamorfoses’ in Aldus Sprak Zarathoestra (1883).

[9] Zelf vrij vertaald vanuit de originele Duitse tekst naar het Nederlands.

Logische implicaties van “Wij zijn de overheid”

Ik las laatst een artikel op de website van ‘Architects & Engineers for 9/11 Truth’ over het creëeren van een valse identiteit en de Amerikaanse excessieve zelf-identificatie met de Verenigde Staten. Het artikel gaat over Amerikaanse burgers die zichzelf identificeren met het imago van hun land – dat als de VS en hun overheid bekritiseerd worden, zij zich ook bekritiseerd voelen. Als Amerika slecht is dan zouden zij, alszijnde extensies van Amerika, ook slecht zijn. Het volledige artikel kan je hier lezen. In deze post bespreek ik de logische implicaties van de gedachte dat wij de overheid zijn.

De identificatie met de staat of overheid komt niet alleen voor in Amerika, maar in elk land. Elke staat is er namelijk bij gebaat dat haar burgers zichzelf identificeren met het politiek orgaan. Zij kan immers niet bestaan zonder de “toe-eigening van de vruchten van andermans arbeid” (Oppenheimer, 1908).[1] Dit is wat Franz Oppenheimer de ‘politieke methode’ noemt. In dit geval zijn het de vruchten van de arbeid van burgers in de vorm van belastingen die de staat zichzelf toe-eigent.

Om burgers zich in een democratie te laten identificeren met de staat wordt er gezegd: “wij zijn de staat,” of “wij zijn de overheid,” of “de stemmer heeft altijd gelijk”. Dit is echter niks anders dan een illusie – een metafoor die zo vaak wordt herhaald dat wij vergeten zijn dat ze slechts illusies zijn en geen waarheid. Zodra de kleine man aan dit zelfbedrog lijdt, heeft hij de illusie dat hij in staat is om het politiek proces te beïnvloeden. Het is een illusie die mede hierdoor aantrekkingskracht heeft: het geeft ons de waan dat wij een zekere politieke macht bezitten.

Echter, wat zijn de logische implicaties als wij denken dat ‘wij de overheid zijn’? Als iedereen de overheid is dan is het buitenlands beleid van onze overheid ons buitenlands beleid. Als de Nederlandse overheid Libië aanvalt dan zijn het wij die Libië aanvallen. Als de Duitse politiek door politieke onenigheid besluit om Nederland aan te vallen dan zijn het wij die worden aangevallen en zijn het zij, de Duitsers, die onze vijanden zijn. Zo gezien is het niet eens verwonderlijk dat met de opkomst van democratiën, het idee dat alle burgers deelnemers zijn van het politiek orgaan door hun stemrecht, oorlogen grootschaliger zijn geworden. Oorlogen worden niet meer uitgevochten tussen twee koningen en hun privé legers, maar tussen twee volkeren: het is nu alle Nederlanders tegen alle Duitsers. Duitse Joden zijn ook niet meer vermoord door de Nazi regering, maar ze hebben ‘zelfmoord gepleegd’. Als wij gevangen worden gehouden door de overheid, dan zijn het wij die onszelf opsluiten. Als de Nederlandse overheid besluit om sancties te leggen op Iran waardoor arme Iraanse kinderen honger lijden, dan zijn het wij die dit de kinderen aandoen. De enige conclusie die ons rest na het uiteenzetten van deze logische implicaties is om te zeggen dat het absurd is om te denken dat wij de overheid zijn – wij zijn niet de overheid en de overheid is niet ons. Het zijn niet wij die Iraanse kinderen laten verhongeren. Het zijn ook niet wij die Libië hebben aangevallen. Het is de politieke elite die dit doet.

De remedie voor de waanzin – “wij zijn de overheid” – is om wat reflectiever te kijken naar ons taalgebruik. Als wij echt serieus zijn in het verwijderen van zulke ideologische camouflages, dan moeten wij het persoonlijk voornaamwoord ‘wij’ weglaten uit zulke zinnen.

Voetnoot
[1] In De Staat (1908), stelt Oppenheimer dat er twee methoden zijn waarmee de mens zichzelf in zijn behoeftes kan voorzien: de ene noemt hij de ‘economische methode’ en de andere de ‘politieke methode’. Volgens de economische methode voorziet de mens zich van zijn behoeftes door arbeid en handel. De politieke methode maakt daarentegen gebruik van exploitatie van burgers.