Tag Archives: cultuur

Zijn Cambodjanen ‘Anti-fragile’?

Een vriendin van me bracht tijdens een discussie eens het begrip ‘Anti-fragility’ naar boven. Om uit te leggen wat het betekent gaf ze als voorbeeld het porceleinen kopje dat fragiel is. Als we het kopje laten vallen, breekt het. De meesten zouden denken dat als we het niet meer willen laten breken, we het moeten verharden. Het verharden is het creëren van ‘Resilience’. Maar wat als we het niet verharden, maar de structuur ervan zo maken dat het kopje telkens zou groeien wanneer het zou vallen? Dat is ‘Anti-fragility’. Voor een verdere uitleg wat het inhoudt, verwijs ik je graag door naar de wikipedia website.

Ter illustratie, kunnen we drie mythes nemen die elk symbool staan voor ‘Fragility’, ‘Resilience’ en ‘Anti-fragility’. De eerste is de mythe van het zwaard van Damocles, de tweede is de mythe van de Phoenix en de derde de mythe van de Hydra.

Fragile vs Resilient vs Antifragile

Ik kan me wel goed in de gedachte vinden ‘Anti-fragility’ en zie parallellen met de pre-Socratische filosoof Heraclites en Nietzsche. Alle twee zien immense waarde in pijn en innerlijke oorlog.

Heraclites zei “Oorlog is de vader van alles en de koning van alles”. Alles wat ontstaat, dus ook het goede in ons leven, komt uit een constante oorlog en vernietiging van iets.
Nietzsche heeft filosofen ervan beschuldigd dat zij ‘goedheid’ en ‘moraliteit’ gelijkstellen aan de afwezigheid van pijn en verdriet. In ‘De Vrolijke Wetenschap’ schrijft hij dat alleen immense pijn kan leiden tot de ultieme emancipatie van de geest. Dat je uit ernstige ziekte, zelf-twijfel en andere kwellingen sterker wordt en een verfijnder smaak krijgt voor vreugde. Negatieve emoties en slechte ervaringen hebben om die reden veel nut zolang we ze gebruiken om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Vandaar dus ook zijn beroemde uitspraak “What does not kill me, only makes me stronger”. Zijn ideale mens is de mens die van het leven houdt en die door zijn gevoeligheid voor het leven in staat is om continue af te breken en zichzelf weer op te bouwen. Dat proces noemt hij ‘zelfoverkoming’.

Als ik zo kijk naar Cambodjanen en me afvraag of ze ‘Anti-fragile’ zijn dan denk ik van niet, hoewel ze in een unieke situatie zitten waarin ze als bijna geen ander de mogelijkheid hebben om ‘Anti-fragility’ op te bouwen. Ik had ergens ooit een onderzoek gelezen dat eind jaren ’90 nog ongeveer 60% van de Cambodjaanse volwassen vluchtelingen lijdt aan PTSD en ongeveer 50% lijdt aan depressie. En dat wanneer beide ouders aan PTSD lijden, ongeveer 40% van de kinderen lijdt aan PTSD in hun jeugd. Als alleen één ouder lijdt aan PTSD, dan lijdt ongeveer 25% van de kinderen in hun jeugd aan PTSD. Dat vond ik als 2e-generatie Cambodjaan best wel schokkende cijfers.

Hoe bouwt een gemeenschap ‘Anti-fragility’ op? Door te leren omgaan met pijn. Dit betekent dat we niet moeten vluchten voor onze pijnen in drugs, alcohol en gokken. Niet vluchten in het collectief, niet in het vaderland, niet in nationalistische trots, niet in de verering van het Khmerrijk, niet in oude normen en waarden, maar dat we focussen op ons heden en onszelf alszijnde individuen versterken. We moeten geen zelfmedelijden hebben. We moeten ons waken voor de misinterpretatie van karma en niet denken, zoals sommige ouderen doen, dat ons sobere leven het gevolg is van slechte acties die wij hebben gedaan in een vorig leven. Zijn Cambodjanen resilient/veerkrachtig? Eerlijk gezegd heb ik ’t idee van niet. Wij hebben best wel een cultuur van zelf-medelijden, jaloezie, afgunst en beschuldiging. Wij vinden trots in nutteloze dingen als oude cultuur en nationalisme. Ik vind het jammer dat ik dit moet zeggen als Cambodjaans zijnde, maar ons cultuur is best wel ziek. De enige manier om een cultuur beter te maken is het te bekritiseren en erover in dialoog gaan. Kritiek is essentieel voor ‘Anti-fragility’, want het breekt je waarna je jezelf weer kan opbouwen.

Advertisements

Ik Dans De Roamvong

Zaterdagavond, 14 november, was het dan eindelijk zover: het ‘Ik dans de Roamvong’ event zou starten om 18:00. Het zou een eenmalig experimentele avond worden waarin Cambodjaanse jongeren, wonend in Nederland en België, hun kunsten ter gehore of ten tonele zou stellen.

Het event was in één woord “fenomenaal!” Ondanks de regenbuien en de harde winden, ontfermde de avond zich als een warme deken over het evenement. De opkomst, waarvan initieel werd verwacht dat het voornamelijk zou bestaan uit jongeren, was uiteindelijk een mooie mix van jong en oud geworden. De eerste generatie Cambodjanen konden op deze avond zien wat de tweede generatie onder andere beweegt: kunst.

Het publiek werd geweldig vermaakt met het optreden van Témy Phem die na een welkomstwoord van de hoofdorganisatrice, Samboleap Tol, de avond aftrapte met een drietal nummers die mij persoonlijk diep ontroerden. De nummers waren zoals hij tevens ook al had omschreven vrij melancholisch, wat overigens misschien ook wel paste bij het feit dat de avond ervoor een aanslag heeft plaats gevonden in Parijs. Tijdens het overweldigende optreden van Témy, werd ik overwelmd met het gevoel dat dit een speciale avond zou worden. Alle aanwezigen zouden getuige zijn van wat naar mijn idee een verbroedering werd van Cambodjaanse Nederlanders en Belgen. Het was een avond waarin we konden genieten van mensen binnen onze gemeenschap – mensen die ik of al lang geleden uit het oog ben verloren of nooit heb gekend, mensen met diepe passies, mensen die aantonen dat er ook binnen onze gemeenschap een verlangen heerst om een hogere expressie te geven aan hun persoonlijke identiteit. Ik wist niet dat er in onze Cambodjaans-Nederlandse gemeenschap zulke leuke opzienbarende artiesten waren. Na Témy, kreeg Cheerted Keo de gelegenheid om zijn twee kunstwerken – een schildering waarbij een persoon de horizon optilt en een illustere illustratie gebaseerd op het Cambodjaanse verhaal van de monnik en de krokodil – toe te lichten. Cheerted’s werken zijn zeer aansprekend. Ze zijn vaak zwaar beladen, gevuld met mysterie en hebben een merkwaardig magisch realistische uitstraling. Alhoewel hij beweert dat zijn werken ontstaan uit een spontaan creatief proces zonder diepere betekenis, krijgt de toeschouwer toch vaak het gevoel dat er een boodschap verscholen ligt door het opmerkelijke gebruik van perspectieven en kleuren waarmee de werkelijkheid wordt gemanipuleerd. Ze zouden voor filosofen het middelpunt van ellenlange esthetische analyses en discussies kunnen zijn. Om een voorbeeld te noemen: wat betekent het dat de persoon op het zwart-witte doek de horizon optilt? Wilt Cheerted hiermee aangeven dat er achter onze direct zintuiglijk waarneembare werkelijkheid een hogere realiteit verscholen zit – twee werelden die door Immanuel Kant onderscheiden wordt in een fenomenale en een noumenale wereld of door Plato in een vergankelijke en een ideeënwereld?

Cheerted horizon

Cheerted Keo Monk Crocodile

Vervolgens stond Sophie Ek op het programma. Ze was speciaal vanuit Londen naar Breda gekomen om deel te nemen aan het evenement. Ze greep in haar opvoering mooi terug op de Cambodjaanse geschiedenis, vertelde dat Cambodja in korte tijd verscheidene volksliederen heeft gehad en heeft er één ten gehore gebracht, liet een interview met haar vader horen over Cambodjaanse liedjes van voor de oorlog en zong tot slot a capella twee klassieke nummers – Bopha Lockey en Chuncheat Khmer. Beide liederen zijn volgens mij alom bekend onder Cambodjanen. Het was prachtig om te zien dat het hele publiek op de maat meeklapte. Ze riepen bij mij een sterk nostalgisch en vredig gevoel op, zeker Bopha Lockey, en onderstreepten nogmaals het feit dat wij een gemeenschappelijke geschiedenis hebben en dat wij voortgekomen zijn uit een moederland dat duizenden kilometers verderop ligt. Na Sophie, vertelde Settia Tin de achterliggende verhalen van de foto’s die ze aan het publiek ten toon heeft gesteld. Ze heeft geprobeerd om in de vier getoonde foto’s de emotionele kanten van mannen op de plaat vast te leggen. Dit heeft geresulteerd in een reeks foto’s van tranende en genaakbare mannen van wie hun emoties op kundige wijze zijn geschoten. De tranen vloeiden voort uit de dialogen die Settia met de mannen heeft gehad. Vervolgens trad Kim’s Funky Corporation, een band bestaande uit een mix van Nederlanders en één Cambodjaan, op. KFC speelde afwisselend Engelstalig en Cambodjaanstalige nummers. Hun optreden zat vol energie. Het publiek – zowel de ouderen als de jongeren – swingde heerlijk mee op de funky muziek. Enkele nummers die de revue passeerden waren Chnam Oun Dobpram Mouy, Come Together en Ches Cyclo. Aansluitend speelden de DJ’s Lop Ahtar (Ratha Pol) en K-Soul tot aan het einde van de avond.

12232668_10207957912524477_4443424541033935035_o

Naarmate de avond vorderde, ontviel me langzaamaan het diepere besef dat er zich inderdaad een speciale avond aan het ontvouwen was. Nu ik terug reflecteer op de avond en het succes erachter probeer te begrijpen, besef ik me dat een meervoud van factoren hebben bijgedragen. Het evenement wekte een zekere vorm van nostalgie op bij blijkbaar niet alleen mij, maar ook bij andere Cambodjanen. Het werd die avond al geuit toen Kimberley Chhay tijdens haar loofwoord voor Samboleap op het podium vertelde dat ze het jammerlijk vond dat de tweede generatie niet meer met elkaar omgaan zoals ze vroeger deden op Cambodjaanse feesten. Dat waren de zorgeloze tijden waarin we als jonge kinderen werden meegenomen naar Cambodjaanse feesten door onze ouders. Dit zijn feesten die zeer rigide zijn in hun structuur en weinig vernieuwends te bieden hebben. De traditioneel opgezette Cambodjaanse feesten zijn hun aantrekkingskracht op de jongeren al lang verloren. De lagere opkomst onder de jeugd voor zulke feesten zou een indicatie kunnen zijn voor ouderen dat de tweede generatie zich niet meer verbonden voelt met de eerste generatie en de Cambodjaanse cultuur. ‘Roamvong’ bewijst juist het tegendeel en is aldus een geruststellende affirmatie voor de ouderen dat de jongere generatie zich nog sterk geëngageerd voelt met het Cambodjaanse cultuurgoed. Vergeleken met andere Cambodjaanse feesten, was ‘Roamvong’ een frisse wind – er zat diepgang in het programma, het thema was niet-traditioneel en organisatorisch gezien getuigde het van enorme dapperheid. De zaal was klein, het was onzeker of het evenement wel genoeg Cambodjanen zou aanspreken en of ouderen zich wel konden vinden in de gehele opzet. Uiteindelijk is gebleken dat de avond symbolisch stond voor verbroedering en wederzijds begrip tussen de tweede en eerste generatie Cambodjanen. Het ironische is dat juist datgene, kunst, dat in de Cambodjaanse cultuur volgens mij niet genoeg gewaardeerd wordt, het middel was dat jong en oud bond. Kunst was het middel waarmee de jongeren de geruststellende boodschap hebben afgegeven aan de eerste generatie dat de Cambodjaanse cultuur voortleeft in hun kinderen. Het heeft ons een vorm van escapisme gegeven waarin de alledaagse werkelijkheid en onderlinge verschillen even vergeten werden.

‘Roamvong’ heeft zich duidelijk overtroffen in haar doelstelling: het werd niet slechts een gezellige avond waarin jongeren samen waren gekomen om de artistieke bezigheden van mede-Cambodjanen te bewonderen, maar het werd ook een intergenerationele verbroedering. Dit was een avond waarin kunst elk individu onder ons heeft verheven boven zichzelf en waarin de onderliggende essentie, het oerverlangen tot eenheid, werd aangesproken. Hier stonden we dan, middels transfiguratie gesublimeerd tot een eenheid van Cambodjaanse Nederlanders.

Achter in de ruimte stond overigens ook een whiteboard waarop mensen ideeën voor toekomstige events konden voordragen. Ik hoop van harte dat het niet alleen bij ideeën zal blijven en dat dit event de eerste draai heeft gegeven aan een zelf voortdraaiende wiel van initiatieven, een nieuw begin voor Cambodjanen in Nederland en België om elkaar op te zoeken.

Roamvong ideeën

Over gelijkheid en nivellering

Deze post gaat over één van de verachtelijkste attributen van de westerse cultuur: de opvatting dat de progressie naar gelijkheid van iedereen en naar gelijkheid van alle overtuigingen een waarde op zich is. Om enkele voorbeelden te noemen waarin deze ‘progressie’ tot uiting komt:

  1. In de sociale wetenschappen wordt met immense minachting neergekeken op elke vorm van discriminatie tussen mensen, volkeren en rassen. Ondanks het feit dat ze uiterlijke verschillen tussen groepen en individuen zien, zwijgen ze het liefst over aangeboren verschillen in persoonlijkheid en intelligentie. Sociale wetenschappers opperen daarom: “alle mensen zijn gelijk, de oriëntaalse man = de blanke = de negroïde”.
  2. In de politiek wordt gezegd: “de stemmer heeft altijd gelijk” waarmee alle overtuigingen van verschillende stemmers gelijk worden gesteld alsof er geen onderscheid is tussen ‘goede’ en ‘slechte’ of ‘domme’ en ‘weldoordachte’ politieke overtuigingen.
  3. In het onderwijs willen we kinderen stimuleren om een eigen mening te vormen alsof het vormen van een mening een waarde op zich is. Er is totaal geen aandacht voor logica en onderbouwend leren beredeneren.

De opvatting dat gelijkheid van iedereen en gelijkheid van overtuigingen een waarde op zich is is een symptoom van nivellering – een ziekelijk sociaal proces waarin hogere waardes en individuele uniekheden betekenisloos worden gemaakt door ze omlaag te trekken naar het gemiddelde. Het is een proces dat comfort biedt aan mensen met een zwakke psyche opdat ze hun eigen perspectieven niet meer intellectueel hoeven te verantwoorden. Het leidt mensen ertoe om snel te oordelen om zelf niet beoordeeld te worden. Ze beseffen niet dat het zoeken naar waarheid niet hetzelfde is als zoeken naar datgene wat gewenst is. Ze verklaren vreugdevol:

“Dit is onze overtuiging: we kondigen het aan aan de wijde wereld, we leven en sterven ervoor, laat ons alles wat een overtuiging heeft respecteren!”

Het gevolg van nivellering is niet alleen dat belangrijke menselijke waarden betekenisloos worden gemaakt, maar ook dat iedereen gelijke toegang heeft tot de geschenken van het leven. Echter weet ik: Pulchrum Est Paucorum Hominum – schoonheid is slechts aan weinigen voorbehouden.

Ik weiger om mezelf te schikken aan het nivelleringsproces van de samenleving. Ik weiger om te geloven dat alle mensen gelijk zijn, dat politieke democratisering goed is en dat het recht op meningsuiting betekent dat je alle meningen moet respecteren. Ik heb geen respect voor intellectuele luiheid, geen respect voor godsdiensten die mensen mak en levenloos houden, geen respect voor democratie, geen respect voor tolerantie als waarde op zich, geen respect voor mensen die geen verschil zien tussen een leugen en een overtuiging.

Schoonheid Is Maar Aan Weinigen Voorbehouden

Deze korte post gaat over de betekenis van de naam van deze site: ‘Pulchrum est paucorum hominum’. De naam is geïnspireerd op een passage uit Friedrich Nietzsches Afgodenschemering (1889) en betekent ‘schoonheid is maar aan weinigen voorbehouden’.

Nietzsche is zeer begaan met de staat van de Duitse cultuur en daarmee ook met de staat van haar onderwijs. Hij gelooft dat goed onderwijs een vereiste is voor het voortbrengen van een hoge cultuur, maar ziet nagenoeg vooral verloedering. Waar is het verval van het Duitse onderwijs volgens Nietzsche vooral aan te wijten? Onder het kopje ‘Waaraan het de Duitsers ontbeekt’, schrijft hij, “het onderwijs heeft de hoofdzaak uit het oog verloren: zowel het doel als het middel tot dat doel.” Nietzsche gelooft dat de staat en de cultuur elkaars tegenspelers zijn – als de één floreert, vervalt de ander. Hij schrijft,

“[A]lle grote cultuurperioden zijn perioden van politiek verval: wat in cultureel opzicht groot is, is altijd apolitiek, zelfs antipolitiek geweest… Vanaf het moment dat Duitsland zich als wereldmacht manifesteert, wint Frankrijk zich als culturele macht aan betekenis.”

Cultuur en staat zijn aldus elkaars tegenspelers. Volgens Nietzsche staat de achteruitgang van het Duitse onderwijs in direct verband met de opkomst van het Reich. Hij verwijt de staat over het opzettelijk oprichten van onderwijsinstituten waarin studentenmassa’s worden klaargestoomd om volgens brute dressuur bruikbaar en uitbuitbaar gemaakt te worden voor de staatsdienst. Het doel van het onderwijs is hierbij niet meer om ze te laten verworden tot sterke individuen met een sensitief intellect, maar om ze gehoorzaam te maken aan de staat. Inderdaad, met een omvangrijker natiestaat heeft het Reich grote progressie gemaakt in het verwezenlijken van Johann Fichtes droom die hij uitsprak in 1807: de complete vernietiging van de eigen wil in staatsburgers en de totale dienstbaarheid voor de staat.

Daarnaast gelooft Nietzsche dat de verdere democratisering van het onderwijs leidt tot nivellering, een sociaal proces waarin hogere unieke eigenschappen en waarden in individuen tot gemeengoed worden gemaakt. Door het ‘hoger onderwijs’ te verlagen wordt het toegankelijk voor iedereen. Alle verschillen tussen het unieke en het algemene, het superieure en het gemiddelde, het krachtige en het krachteloze, het belangrijke en het onbenullige worden dan genivelleerd. Nietzsche schrijft:

“[H]ogere opvoeding is van nature slechts weggelegd voor de uitzondering: men moet bevoorrecht zijn om recht te hebben op zo’n groot voorrecht. Alle grote, alle schone dingen kunnen nooit gemeengoed zijn: pulchrum est paucorum hominum. – Wat is de oorzaak van de teloorgang van de Duitse cultuur? Dat ‘hogere opvoeding’ geen voorrecht meer is – het democratisme van het ‘algemene’, van de tot gemeengoed geworden ‘culturele vorming’…

In tegenstelling tot het onderwijs voor een hoger cultuur is het onderwijs in het Reich ingesteld op middelmatigheid. In deze middelmatigheid heerst ook een gehaastheid om studenten al op jonge leeftijd te laten leren voor een bepaald beroep. Nietzsche schrijft:

“Een hoger soort mens, met permissie gesproken, houdt niet van ‘beroepen’, juist omdat hij zich niet geroepen voelt… Hij heeft de tijd, hij neemt de tijd, hij peinst er niet over om ‘klaar’ te komen, – op zijn dertigste is men in de zin van de hoge cultuur een beginneling, een kind.”

Aangezien deze website bedoeld is voor degenen die nog beschikken over een fijngevoelig intellect en een vrije geest die nog dapper genoeg is om zelf na te denken en zichzelf te verheffen boven de middelmaat, leek ‘Pulchrum est paucorum hominum’ mij een geschikte titel.