Tag Archives: Oostenrijkse School

Keynes vs Hayek

Met een voortdurende economische crisis sinds 2007/2008, een mogelijke Brexit en enkele banken die weer op instorten staan is het goed om even met een breder perspectief te kijken naar economische theorieën. Er zijn grofweg 3 grote economische stromingen:

  • het Keynesianisme die zeer mainstream is en wat eigenlijk iedereen wordt geleerd op school;
  • het Monetarisme wat voornamelijk geassocieerd wordt met Milton Friedman;
  • en de Oostenrijke Economische School wat voornamelijk wordt geassocieerd met Ludwig von Mises en Friedrich Hayek (beiden Oostenrijkers).

Je zou ook Marxistische Economie als 4e stroming kunnen noemen, maar deze speelt vrijwel geen rol van betekenis meer onder economen.

Ik heb op youtube een mooie rap battle gevonden die gaat tussen John Maynard Keynes en Friedrich Hayek. Het geeft je een vrij goed beeld van de contrasten tussen het Keynesianisme en de Oostenrijke School. Keynes en Hayek waren overigens vrienden van elkaar, ondanks dat ze verwikkeld waren in een zeer verhitte en interessante intellectuele strijd in de jaren ’30. Toen Hayek van Oostenrijk naar de London School of Economics ging begin jaren ’30 en de theorieën van de Oostenrijke School onderwees, werden vrijwel alle economische academici in Engeland ‘Oostenrijks’. Dit veranderde in 1936 toen Keynes zijn “General Theory” uitbracht en zijn economische theorieën op handen werden gedragen. Zijn invloed is zo groot dat nog maar weinig economische studenten andere theorieën zullen leren buiten het Keynesianisme.
Kort gezegd is hoe we met de huidige economische crisis zijn omgegaan erg Keynesiaans. Om de economie te stimuleren moeten we GDP (BNP) omhoogkrikken. Mensen die economie hebben gehad kennen de volgende formule vast wel: Y = C + I + G + (X-M). Het doel van Keynes is om Y (GDP of Aggregate Demand) te stimuleren wat kan worden gedaan door C (consumption), I (investments), G (government spending) en X (export) omhoog te krijgen. Daarvoor moeten rentes worden verlaagd om mensen meer te laten lenen en investeren, moeten we meer uitgeven, minder sparen en moet de overheid stimulus plannen uitvoeren. M.a.w. Keynes is een social engineer of social planner die denkt dat de economie gestuurd kan worden van ‘top to bottom’.
Friedrich Hayek denkt daarentegen dat de economie organisch is en beter niet gestuurd kan worden door social planners. Hij denkt juist dat de ingrepen van de overheid en centrale banken die lage rentes, te weinig sparen en te veel uitgaves stimuleren hebben geleid tot de economische crisis en dat we de crisis alleen maar erger maken door meer van hetzelfde te doen. Hayek zegt dat als we doen wat Keynes zegt, de economie wel weer groeit op de korte termijn, maar de economische bubbel alleen maar groter wordt en in de nabije toekomst harder zal klappen. Hayek gelooft dat we beter niets kunnen doen, dus geen rente verlagen en geen failliete bedrijven ondersteunen.

Zie hier het filmpje:

Advertisements

Waar Keynes de mis in ging: 1. Rentestanden

John Maynard Keynes is de invloedrijkste econoom van de 20e eeuw geweest die zowel grote invloed heeft gehad op het politiek beleid als op het economisch denken. Het is om deze reden dat het cruciaal is voor de moderne denker om bekend te zijn met zijn ideeën – met name met zijn The General Theory Of Employment, Interest, and Money (1936) – als hij het economisch politieke klimaat wilt begrijpen, ongeacht of hij het eens is met Keynes of niet.

Toen Keynes stierf werd hij als volgt benoemd door de London Times,

“a very great Englishman… a man of genius, who as a political economist had a world-wide influence on the thinking both of specialists and of the general public… To find an economist of comparable influence one would have to go back to Adam Smith.” (Hazlitt, 1959, p. 1)

De invloed van Keynes zijn ideeën leeft ook door in hoe de meeste economen en overheden omgaan met de huidige economische crisis. Gregory Mankiw, professor economie aan Harvard, zegt

“If you [are] going to turn to only one economist to understand the problems facing the economy, there is little doubt that the economist would be John Maynard Keynes. Although Keynes died more than a half century ago, his diagnosis of recessions and depressions remains the foundation of modern macroeconomics.” (Lewis, 2009, p. 6)

Wat Keynes in het kort voorschrijft in een economische recessie is:
1. de Centrale Banken moeten de geldhoeveelheid vergroten;
2. zodat het aanbod van loanable funds toeneemt;
3. waardoor de rente omlaag gaat;
4. en het aantrekkelijker wordt voor banken om het nieuw gecreëerde geld te lenen;
5. die het dan weer beschikbaar stellen voor consumentenleningen en investeringen;
6. zodat er meer geïnvesteerd en geconsumeerd wordt;
7. en er meer vraag komt naar consumentengoederen;
8. en de economie dus weer groeit.

De kern van Keynes zijn boek is dat de rente naar beneden moest worden gedreven.

Keynes als theoreticus en beleidsmaker
De General Theory is zowel een economisch theoretisch boek als een politiek beleidsmatig boek. Volgens de econoom John H. Williams die Keynes persoonlijk goed kende was het het Beleid wat heeft geleid tot de Theorie. Robert Skidelsky, een biograaf van Keynes, is ermee eens en zegt: “He invented Theory to justify what he wanted to do.” (Lewis, 2009, p. 11)

Er schuilt een groot gevaar wanneer academici zichzelf bezig gaan houden met beleid: de objectiviteit van academici kan hiermee in het geding komen. Academici zouden objectief moeten zijn – een soort van profetische bewaarder van de realiteit en de toekomst.

Er is nu wel voldoende gezegd over Keynes, zijn invloed en welk beleid hij in het algemeen voorschrijft in tijden van economische crisis. Laten we nu kijken naar één van de onderwerpen waar hij de mis in ging: rentestanden. Hierbij zal ik voornamelijk gebruik maken van Hunter Lewis’ Where Keynes Went Wrong (2009), het originele werk van Keynes’ General Theory (1936) en Ludwig von Mises’ Human Action (1949).

Keynes en rentestanden
In de General Theory schrijft Keynes het volgende:

“There remains an allied, but distinct, matter… which deserves rehabilitation and honour. I mean the doctrine that the rate of interest is not self-adjusting at a level best suited to the social advantage but constantly tends to rise too high, so that a wise government is concerned to curb it by statute and custom and even by invoking the sanctions of the moral law.” (p. 218).

Het is dus de taak voor de overheid om rentestanden te verlagen. Echter, beschrijft hij nergens hoe hij erop is gekomen wat de beste rentestand is dat leidt tot gewenste sociale voordeel. Het idee dat de rentestand die wordt bepaald door de markt niet optimaal is is daarnaast een regelrechte aanval op het prijssysteem.

Zijn kritiek op de rentestanden wordt ook geuit in de volgende passage:

“That the world after several millennia of steady individual saving, is so poor … is to be explained … by the high liquidity-premiums … attaching to money.” (p. 152)

Verder noemt Keynes de hoge rentes een “outstanding evil” en de primaire obstakel voor groei en welvaart (p. 281).

Wat is dan de ideale rentestand? Keynes schrijft:

“I should guess that a properly run community … ought to be able to bring down the marginal efficiency of capital in equilibrium approximately to zero within a single generation”. (p. 140)

Juist, de ideale rentestand zou ongeveer 0 moeten zijn.

Waarom Keynes fout zit over rentestanden
Het is belangrijk om te beseffen wat rente werkelijk is. Het is een vrij complex fenomeen die afhankelijk is van verscheidene factoren. De rente beweegt met de vraag en aanbod voor krediet. Als de Centrale Bank het aanbod van krediet verhoogt, dan neigt de rente te dalen. Als het aanbod wordt verlaagt, dan neigt de rente te stijgen. En wat bepaalt dan de vraag en aanbod voor krediet? Dat is op de eerste plaats de individuele tijdsvoorkeuren die mensen hebben voor het houden van geld: het geld uit het inkomen dat mensen in de economie wensen te sparen en te investeren in plaats van te consumeren. Hoe meer er wordt gespaard,  hoe minder vraag er is naar geld en hoe meer geld er beschikbaar komt voor investeringen, hoe groter het aanbod van loanable funds en hoe lager de rente wordt. Hoe meer er wordt geconsumeerd, hoe groter de vraag naar geld komt en lager het aanbod van loanable funds wordt en hoe hoger de rente wordt.

Rente is om deze reden een prijs op geleend geld. Het is de prijs die op geld is gelegd, omdat de spaarder – het spaargeld van spaarders spekt de loanable funds op – zijn huidige consumptie opgeeft voor een later consumptie. De essentie van het rente-fenomeen ligt dus in de kosten die de leningverstrekker draagt. Ludwig von Mises legt het mooi uit in Human Action (1949):

“What gratifies less is abandoned in order to attain something that pleases more. That which is abandoned is called the price paid for the attainment of the end sought. The value of the price paid is called costs. Costs are equal to the value attached to the satisfaction which one must forego in order to attain the end aimed at.” (p. 97)

Wanneer de Centrale Bank de krediethoeveelheid vergroot, geld creëert uit het niets, dan reflecteert dit niet de onderliggende spaar- en consumptievoorkeuren van het volk. Zodra de opgespekte geldhoeveelheid verder in de economie stroomt zullen prijzen voor goederen en diensten ook verder stijgen en zal de rente weer terugkeren naar het originele niveau. Dat betekent dat als Keynes de rente op ongeveer 0 wilt houden, de Centrale Bank continue geld moet blijven injecteren in de economie.

Maar het verhaal is hierbij nog niet afgelopen. Als de prijzen blijven stijgen, anticipeert het volk verdere prijsstijgingen en hebben ze een neiging om hun tijdsvoorkeur voor geld te verlagen, omdat ze dan het onmiddelijke geld kunnen uitgeven tegen een waarde die hoger ligt dan in de toekomst. Hierdoor wordt de beschikbare krediet weer kleiner en neigt de rente naar een hoger niveau.

Als we Keynes zijn advies van ongeveer 0% rente zouden opvolgen, dan moet de Centrale Bank voortdurend meer en meer geld in de economie blijven pompen en zouden mensen zoveel mogelijk belet moeten worden om geld te sparen. We zouden leven in een wereld van hoge inflatie, zelfs hyperinflatie wat de kapitaalstructuur van onze samenleving totaal zou vernietigen. We zouden ook leven in een continue creatie van economische zeepbellen en crashes. Het nieuwe geld dat vrij komt met kredietgroei kan doorstromen naar bijvoorbeeld aandelen waardoor aandeelprijzen stijgen of naar huizen waardoor huizenprijzen stijgen en bubbles creëren in deze twee plaatsen wat overigens ook de prominente veroorzaker was van de huidige financiële crisis. De uiteindelijke consequentie van Keynes zijn beleid is een totale wantrouwen in geld en de totale vernietiging van het geldsysteem.

Bibliografie
Hazlitt, H. (1959). The Failure of the “New Economics”. Opgehaald van https://mises.org

Keynes, J.M. (1936). The General Theory of Employment, Interest, and Money. Opgehaald van https://cas.umkc.edu

Lewis, H. (2009). Where Keynes went wrong: … and why world governments keep creating inflation, bubbles, and busts …. Mount Jackson: Axios Press.

Mises von, L. (1949). Human Action: The Scholar’s Edition. Opgehaald van https://mises.org